Deelnemers aan de herdenkingstocht Memre Waka, 1 juni in Amsterdam, het officiële begin aan van de Ketikoti-maand.
Het streven om van Ketikoti een nationale feestdag te maken is geen goed idee, stelt Ludo Grégoire. Hij pleit voor een breed gedragen Dag van de Vrijheid.
Deze zaterdag is een historische dag. Koning Willem-Alexander zal nogmaals excuses aanbieden voor het slavernijverleden van het Koninkrijk der Nederlanden. En dat is een goede zaak. Want geen weldenkend mens zal het belang van de afschaffing van de slavernij betwisten. En evenmin dat de dag van Ketikoti (ketenen verbroken), 1 juli 1863, een jaarlijkse gedenk- en feestdag waard is.
Toch is reflectie op zijn plaats. Pas sinds 2002 wordt Ketikoti in verschillende grote steden in Nederland gevierd, maar het is geen nationale feestdag. Voor het toekennen van het predicaat ‘nationaal’ werd in relatief kleine kring wel gepleit, maar dit streven heeft pas sinds een paar jaar meer aandacht gekregen.
Mede als gevolg van Black Lives Matter ontstond ‘momentum’ en kwam er politieke steun. PvdA, GroenLinks, D66, Bij1 en DENK hebben het punt formeel omarmd, de ChristenUnie zit daar dicht tegenaan. En inmiddels bepleiten de grootste Nederlandse steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag) en ruim 60.000 petitie-ondertekenaars de instelling van een nationale feestdag voor Ketikoti.
Omdat de tot slaaf gemaakten na de formele afschaffing nog tien jaar lang verplicht werden om op de plantages te blijven werken, waren ze pas echt vrij in 1873. En daarmee is 2023 in de the picture om Ketikoti groots te vieren, want 150 jaar ‘vrijheid van slavernij’ is zo’n mooi rond getal.
Het jaar 2023 wordt dus ook genoemd als jaar waarin voor Ketikoti ‘eindelijk’ het predicaat ‘nationaal’ vóór ‘feestdag’ geplaatst zou moeten worden: de bekroning van de ‘strijd’, de ‘kers op de taart’.
Hoe begrijpelijk en sympathiek dat streven ook is, het is geen goed idee. Het gaat namelijk niet lukken om Nederlanders substantieel te engageren met het gevoel dat bezinning op ons slavernijverleden en de gevolgen daarvan een tweezijdig nationaal issue is en niet alleen iets van de nazaten van de tot slaaf gemaakten en die van de ‘daders’.
Dat komt omdat het te lang geleden is, omdat zeer veel Nederlanders geen enkele eigen relatie hebben met dat verleden. In elk geval heel anders dan de eigen relatie tot de Tweede Wereldoorlog.
En versnippering dreigt: Bevrijdingsdag (4/5 mei), Ketikoti (1 juli), Dag tegen de mensenhandel (18 oktober), Werelddag tegen seksuele uitbuiting (4 maart). Allemaal belangrijk om bij stil te staan, maar ondoenlijk en onverstandig om er een afzonderlijke nationale gedenkdag voor uit te roepen met alles erop en eraan.
Want zonder ruime facilitering voor scholing, tentoonstellingen, festivals, herdenking en viering is het predicaat ‘nationaal’ nogal gratuit. Mislukking ligt dus op de loer en dat moet en kan voorkomen worden.
Willen we zoveel mogelijk Nederlanders blijvend engageren, dan is het noodzakelijk om voor de hogere verbindende waarde ‘vrijheid’ een officiële Nederlandse feestdag in te stellen: Bevrijdingsdag omvormen tot Dag van de Vrijheid (rapport Comité 4 en 5 mei, 2021) of Vrijheidsdag (rapport Staatscommissie Parlementair Stelsel, 2018).
Met de gekozen naam kan uitstekend aandacht worden bestaan aan bepaalde concrete vormen van onvrijheid: oorlog, slavernij, uitbuiting, mensenhandel, kinderarbeid, onderdrukking, (culturele) genocide, gedwongen huwelijken, misbruik. Even belangrijk: om op de voorafgaande dag tijd en gelegenheid te nemen om alle slachtoffers van onvrijheid te herdenken.
Bevrijdingsdag omdopen tot Dag van de Vrijheid of Vrijheidsdag heeft het bijkomend voordeel dat ook generaties en bevolkingsgroepen die verder afstaan van de Tweede Wereldoorlog of slavernij er herkenning en inspiratie in kunnen vinden. Uiteraard kunnen mensen die dat willen daarnaast Ketikoti vieren en daarvoor vrij nemen zoals verschillende initiatieven beogen. Daarmee schaalt het belang van Ketikoti vanzelf mee met het aantal deelnemers: ‘feestverwanten’.
Welke datum? Wat mij betreft zou elke ‘slim gekozen datum’ acceptabel zijn. Het gaat om een datum met de grootste kans op Nederland-brede acceptatie. We mogen ons daarbij realiseren dat 5 mei weliswaar officieel Bevrijdingsdag is vanwege het feit dat de nazi’s zich op 4 mei onvoorwaardelijk overgaven, maar dat grote delen van Nederland al in de herfst van 1944 en in het voorjaar van 1945 vóór 5 mei daadwerkelijk bevrijd werden.
Als geboren en getogen Maastrichtenaar heb ik 14 september nooit als Bevrijdingsdag ervaren noch gevierd. En Schiermonnikoog werd pas op 11 juni 1945 bevrijd. Met andere woorden: in de praktijk blijkt de gekozen datum er weinig toe te doen; het gaat om de wijze waarop een gekozen datum in het nationale geheugen gevestigd wordt.
De combinatie 4 en 5 mei voor de Dag van de Vrijheid of Vrijheidsdag heeft een groot en onbetwist draagvlak binnen de Nederlandse bevolking. Pragmatisch handhaven dus. Nederlanders die Ketikoti vieren zullen in het algemeen ook Bevrijdingsdag vieren. Andersom zal dat vele malen minder het geval zijn.
Vanaf 2024: Dag van de Vrijheid, een nationale feestdag, iedereen vrij. Mooier, toepasselijker en verbindender kan het eigenlijk niet.
Ludo Grégoire is jurist Staats- en Bestuursrecht in Leiden