Dansen bij Meschiya Lake & The Little Big Horns op het Bevrijdingsfestival Groningen in 2016. Foto: Siese Veenstra
Het steekt dat Groningen het enige bevrijdingsfestival is dat een toegangsprijs hanteert.
Voor niets gaat de zon op. Ook voor niets konden we de afgelopen jaren naar het Bevrijdingsfestival in Groningen. Meer dan honderdduizend studenten, Stadjers en Ommelanders togen jaarlijks op 5 mei naar het Stadspark. Om te genieten van muziek, van elkaar, van de zon (veelal), van drank en van andere geneugten.
Groningen vormt het toneel van een van de veertien Bevrijdingsfestivals. Daarmee viert Nederland de vrijheid.
Het vieren van vrijheid, op een moment dat het oorlog is in Europa, is deze keer niet gratis. Het steekt dat Groningen het enige bevrijdingsfestival is dat een toegangsprijs hanteert. De andere dertien zijn als vanouds gratis. In Assen en Leeuwarden verheugen ze zich al op de grote toestroom van Groninger feestvierders.
Het is niet alleen de toegangsprijs. Ook kent het festival een heel andere opzet. Niet het hele Stadspark is festivalterrein maar alleen de af te sluiten drafbaan. Dat betekent een streep door populair geworden initiatieven als Local Heroes Stage, Podium Noord en Dansen bij de Bus.
Er zijn ongeveer 10.000 kaarten verkocht. Veel minder dan voor Guns N’ Roses (op 23 juni in datzelfde Stadspark), GreenDay (een dag eerder) en Stadspark Live (met onder andere Simple Minds, ook al in die week, maar dan op 19 juni). De prijzen voor deze concerten liggen heel wat hoger dan de gevraagde 5 euro voor het Bevrijdingsfestival. De animo ervoor is aanmerkelijk groter.
Een tot dusver onbekend Gronings bandje, Waterleaf, leidt het protest tegen de 5 euro. Een petitie om alsnog de toegangsprijs te schrappen is 2500 maal ondertekend. Dat is een fractie van het aantal bezoekers dat komende donderdag een alternatief zoekt voor het festival. Waterleaf voert aan dat het dit jaar weliswaar 5 euro moet kosten, maar wat zegt dat over volgend jaar?
Dat is geen bijster sterk argument. Eigenlijk kan die 5 euro ook het probleem niet zijn. Op het festivalterrein kun je voor dat bedrag nog geen twee biertjes krijgen en de gemiddelde consumptie ligt aanmerkelijk hoger.
Toch is het duidelijk dat de organisatie de plank behoorlijk mis slaat. Die voelt het sentiment na twee jaren onthouding door corona niet aan. Het is ook niet uit te leggen dat alleen in Groningen een toegangsprijs geldt. De meer dan 100.000 bezoekers die het festival de afgelopen jaren trok, lijken in rook op te gaan. Met een bezoeker of 10.000, waar dit jaar ruimte is voor 60.000, vallen de inkomsten donderdag dik tegen. Van de gezelligheid blijft met dit aantal ook bar weinig over, zeker in combinatie met de sombere weersverwachting. Een aanzienlijk lagere horecaomzet dan verwacht ligt in het verschiet.
Dat kan maar tot één conclusie leiden. De organisatie van het Bevrijdingsfestival in Groningen schiet zichzelf in de voet. Dat is jammer van het mooie evenement.