Simone Woest is 'superblij' met haar nieuwe woningen. Foto: Jaspar Moulijn
Simone Woest (52) heeft net de sleutels van haar nieuwe huis in Groningen ontvangen. Op de overspannen woningmarkt heeft Woest geluk gehad. Zeven jaar stond ze ingeschreven bij WoningNet. Ze heeft een huisje bemachtigd in een hofje aan de Peperstraat. ,,Daar ben ik superblij mee.’’
Ook in het Noorden zijn de wachttijden voor een sociale huurwoning lang. Doordat steeds meer groepen voorrang krijgen, moeten ‘gewone’ woningzoekenden onvermijdelijk langer in de rij staan.
Wachttijden voor betaalbare huurwoningen lopen op
Het aanbod aan sociale huurwoningen houdt niet over. Door tal van oorzaken vertoont het al jarenlang een dalende trend. In 2015 wezen corporaties landelijk nog 210.000 woningen toe aan nieuwe huurders, inmiddels is dat gezakt tot 170.000. Daar komt bij dat er minder doorstroming is. Gevolg: de wachttijden voor betaalbare huurwoningen lopen op.
Veel mensen zitten ook tussen wal en schip. Ze verdienen niet genoeg voor een koophuis en te veel voor een sociale huurwoning (een huis waarvan de huur is gemaximaliseerd tot 808 euro per maand), of ze hebben te weinig wachttijd opgebouwd.
Met haar zeven jaar inschrijftijd, had Woest inmiddels een kans. Het hofje kende ze al. Zeven jaar geleden liep ze er een keer bij toeval doorheen. Ze vond er een fijne sfeer hangen. ,,Ik dacht: hier wil ik wel wonen. Anderhalve maand geleden kwam deze woning ineens voorbij op de site van Lefier. Ik zag dat ik negende was, maar heb toch gereageerd. Ineens was ik vijfde. Bij de bezichtiging was ik tweede. De eerste was niet komen opdagen, dus toen was het voor mij. Ik kon het nauwelijks geloven. Ik moest nog wel door een ballotagecommissie, dat geldt voor die hofwoningen. En ik ben ouder dan 45 jaar. Dat was ook een eis.’’
Ze is van 120 vierkante meter in Hoogezand naar 22 vierkante meter in het hofje gegaan, waarvan de kale huur 591 euro per maand bedraagt. Ze zit nu nog in de ‘ontspul-fase’. ,,Dat is wel heftig. Maar daar krijg ik veel voor terug. Toen ik hier met mijn zoon voor de bezichtiging kwam, zei mijn buurvrouw: ‘Je straalt helemaal’. Elke keer als ik naar buiten loop, denk ik nog steeds: woon ik hier?!’’
Grote verschillen tussen gemeenten
De wachtlijsten kennen grote verschillen per gemeente. Vergeleken met Amsterdam en omliggende plaatsen, waar de wachttijd kan oplopen tot 17 jaar, kun je in het Noorden doorgaans veel sneller een huis krijgen.
Zo lang moet je in Drenthe en Groningen wachten op een huurwoning. Beeld: Infographics DVHN
In de stad Groningen, waar vorig jaar 2802 sociale woningen werden verhuurd, bedroeg de gemiddelde inschrijftijd 4,7 jaar, inclusief de verhuur aan urgenten. Worden deze buiten beschouwing gelaten, dan was de inschrijftijd 5,7 jaar. Volgens een woordvoerder van de gezamenlijke corporaties is de gemiddelde inschrijftijd de afgelopen jaren ‘stabiel’.
In Drenthe en aangrenzende gemeenten in Groningen kunnen woningzoekenden terecht op de website van het samenwerkingsverband Thuiskompas. Daar zijn acht noordelijke corporaties bij aangesloten. Vorig kwartaal stonden bij Thuiskompas ruim 110.000 mensen als woningzoekenden ingeschreven.
Er is onderscheid naar ligging en woningtype
Dit hoge aantal doet het ergste vrezen. Maar de statistieken zijn niet eenduidig. Lang niet iedereen die zich inschrijft is actief op zoek naar een huis. Mensen schrijven zich ook in omdat ze misschien op termijn willen verhuizen. In de meeste noordelijke gemeenten hoeven ze hooguit een jaar of vijf te wachten, met uitzondering van Drentse gemeenten in het westen van de provincie. Daar duurt het nog een paar jaar langer. Wat niet wil zeggen dat mensen niet eerder geholpen kunnen worden als ze hun eisen naar beneden schroeven.
Er zit volgens Anneke Wierenga van woningbouwstichting Wierden en Borgen, die ruim 7000 wooneenheden beheert in Het Hogeland en Eemsdelta, ook veel verschil tussen dorpen. Zo varieert de gemiddelde wachttijd van 1,6 jaar in Zoutkamp tot 5,3 jaar in Bedum. ,,In dorpen met veel voorzieningen, zoals Leek en Zuidhorn, is de woningmarkt het krapst’’, beaamt Ingrid Meijer van woningcorporatie Wold & Waard in het Westerkwartier.
Verder is er onderscheid naar woningtype. Voor alle gemeenten die meedoen aan Thuiskompas is dat vastgesteld. Op tussenwoningen, hoekwoningen, 2-onder-1-kapwoningen en vrijstaande woningen komen relatief de meeste reacties (gemiddeld zo’n 180 per vrijkomende woning). Appartementen en studio’s krijgen minder aanvragen (gemiddeld 120).
Hoe gewild een woning is, hangt ook af van de ligging, de indeling, de lichtinval, de staat van onderhoud en het energielabel.
Groningen heeft meeste sociale huurwoningen
Om het aantal sociale huurwoningen omhoog te krikken heeft demissionair minister Hugo de Jonge (CDA) van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een aantal maatregelen genomen. De belangrijkste is dat hij de verhuurderheffing voor woningbouwverenigingen per 1 januari van dit jaar heeft afgeschaft. Daardoor houden ze meer geld over om woningen te verduurzamen en bij te bouwen. Ook wil hij dat elke gemeente minstens 30 procent sociale huurwoningen heeft.
Groningen zit daar met een percentage van 46 procent ruim boven. Daarmee is de stad in Nederland koploper, voor Rotterdam (42 procent) en Amsterdam (38 procent). Gemeenten als Tynaarlo (18 procent), Westerveld (20 procent) en De Wolden (21 procent) zitten daar ver onder.
Ondertussen zoeken gemeenten nieuwe manieren om het schaarse aantal sociale huurwoningen te verdelen. Sinds jaar en dag wijzen ze voorrangsgroepen aan. Veel gemeenten hebben een urgentieregeling voor inwoners met een sociale of medische indicatie. Ook gescheiden ouders hebben in menig gemeente voorrang. Verder krijgen slachtoffers van een calamiteit - zoals brand, explosie of verzakking - sneller onderdak.
10 procent sociale huurwoningen gaat naar statushouders
In veel gemeenten krijgen ook statushouders (asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen) voorrang. Geruchten gaan dat die een groot deel van de sociale huurwoningen krijgen toegewezen. Dat blijkt in de praktijk mee te vallen. Over het hele land genomen gaat ongeveer 10 procent van de vrijgekomen sociale huurwoningen naar statushouders, al zijn er wel verschillen tussen gemeenten. In de gemeente Groningen gaat het bijvoorbeeld om 6,5 procent van de woningen.
Ook bewoners die hun huis uit moeten vanwege stads- of dorpsvernieuwing (sloop/nieuwbouw) krijgen voorrang. Nieuw is dat steeds meer gemeenten, vooral in het westen, voorrangsregels voor ‘essentiële’ beroepsgroepen als leraren, politieagenten en zorgpersoneel invoeren. Verder zijn er gemeenten (onder meer op de Waddeneilanden) die een deel van de huizen voor eigen inwoners reserveren of speciaal voor jongeren of juist voor senioren.
Ter illustratie: in de gemeente Groningen worden een kwart van de vrijgekomen sociale huurwoningen toegewezen aan woningzoekenden met urgentie. Dat betekent onvermijdelijk dat ‘gewone’ woningzoekenden, die aanspraak maken op de overige 75 procent, langer moeten wachten. Om hen tegemoet te komen worden sommige huizen verloot. Op WoningNet Groningen bieden corporaties huizen aan, waarbij inschrijfduur en voorrang niet meetellen voor de slagingskans. Ook woningzoekenden met weinig inschrijfduur kunnen meedingen naar een huis, al is het letterlijk een lot uit de loterij.
Een lot uit de loterij, zo voelt het ook voor Simone Woest in haar hofje. ,,Als een cadeautje. Iedereen die hier binnenloopt, zegt: ‘Wat fantastisch. Hoe kom je aan zo’n woning?’ Dan zeg ik: ‘Gewoon via Lefier’.’’
Zo maak je de meeste kans op een sociale huurwoning