Soms moet je wat over hebben voor een mooie kampeerplek, zoals een reis over het engste weggetje ooit. Foto: Carleen de Jong
Google Maps zei dat we 20 minuten over de route zouden gaan doen, het duurde iets langer. Het kostte ons een uur en leverde doodsangsten, een slapeloze nacht en een vieze auto op. Een verhaal over hoe we aan de westkust in de VS op het engste weggetje ooit belandden.
Toen ik jong was vond ik het op vakantie in Frankrijk of Kroatië doodeng om over smalle bergwegen te rijden. Dan begroef ik op de achterbank mijn hoofd in mijn boek of deed ik m’n handen voor m’n ogen. Al helemaal als ik aan de kant van de afgrond zat.
Ik was als de dood dat een van de wielen per ongeluk op een los stukje grond belandde en dat de auto naar beneden zou storten. Of dat de auto met aanhanger en al het op een steil stukje ineens niet meer aan kon. En dat we vast zouden komen te staan op een heuvel, zonder weg terug. Het gevaar zat vooral in mijn hoofd.
We zaten vaak op campings waarvoor we een weg af moesten te leggen die naar de middle of nowhere leek te lopen. Mijn oom – met wie we vaak op vakantie gingen – vernoemde zulke campings naar mijn ouders: Truus-en-Ginuscampings.
Het kampeerplekje aan het einde van de spannende weg. Foto: Carleen de Jong
Roadtrip langs de westkust
Dat meisje van vroeger zou zijn flauwgevallen op deze weg aan de westkust van de VS. En even eerlijk, volwassen Carly (mijn Amerikaanse naam) deed dat ook bijna.
We waren afgelopen lente op roadtrip van Seattle (bovenaan de kust) naar net onder San Francisco en weer terug via het binnenland. Bijna 4 weken lang wilde kusten, eindeloze zee, heel veel zeeleeuwen, de grootste bomen die we ooit zagen en uiteraard talloze klassieke Amerikaanse diners.
Dit verhaal speelt zich af in Noord-Californië.
Na een paar nachten in goedkope motelletjes in Oregon en een erg koude nacht kamperen in het noordelijkste puntje van Californië, besloten we snel naar het zuiden te rijden. Naar meer zon, 5 graden meer op de thermometer en hopelijk eindelijk een duik in de zee.
Mijn vriend had een mooie camping gevonden. Zag er fantastisch uit op Google Maps. Plekjes meteen aan het strand, paar plekken in het bos. De weg ernaartoe was wel even doorzetten, zeiden de Google recensies. 4x4 werd aangeraden maar mensen hadden ook normale auto’s zien rijden. Nou, prima.
Een van de betere delen van de weg. Foto: Carleen de Jong
Toen wij die weg insloegen, kwamen we meteen een dikke auto met caravan tegen. Als die het kan, dan wij ook. Het afleggen van de weg zou ons 20 minuten kosten. Aldus Google Maps, nogmaals.
Het duurde een uur. Denk ik. Ik was te druk met doodsangsten uitslaan om de tijd in de gaten te houden.
Takken en afgrond
Het bleek een weg vol enorme gaten die soms over de hele breedte van de weg liepen. Af en toe lag de auto bijna op zijn zij in een kuil. Nogal een contrast met de brede, gladde wegen langs de kust waar we even daarvoor nog over zoemden. Was het slim om dit met een huurauto te doen? Niet echt nee.
De weg was net smal genoeg voor één voertuig. Met slechts af en toe een uitwijkmogelijkheid voor het geval je de onvermijdelijke tegenligger tegen zou komen.
We verbaasden ons over het aantal en het soort mensen dat we tegenkwamen. Iemand had zelfs een boot op een aanhanger bij zich. Soms reden we echt vlák langs een afgrond. Of er hingen takken over de weg.
We zagen twee jonge Aziatische vrouwen in zwierige jurken bloemen plukken terwijl hun auto naast de weg stond. Mijn ogen hadden het formaat van schoteltjes.
Alle angsten die ik als kind had, kwamen dubbel zo hard terug. Omdat ik dit keer de verantwoordelijke was als het mis ging. Wegduiken in mijn boek was er niet meer bij.
Een weg die meer op een wandelpad lijkt. Foto: Carleen de Jong
Dirt & Rock modus
Gelukkig hadden we een ‘dirt&rockmodus’ op de auto. Die heeft ons bijna helemaal naar beneden geholpen. Tot we een paar dikke modderpoelen tegenkwamen en we echt niet meer verder durfden.
We waren dicht bij het strand, dus hebben we de rest gewandeld. Mooi strand hoor. Hoge golven. IJskoud water. Maar het leek ook op de stranden die we al hadden gezien.
Een beetje hoger was een fantastisch plekje aan de ‘weg’, met uitzicht over het strand en de zee. Dat hebben we geclaimd.
We zagen de zon ondergaan, we hoorden de zee kolken en grommen, haviken vlogen over ons heen en het uitzicht was weids.
Kamperen tussen de haviken. Foto: Carleen de Jong
Sorry mama
Was het het waard? Nee, absoluut niet. We moesten ook nog terug de volgende dag, dus echt relaxed zaten en sliepen we er niet. Maar het was wel de mooiste kampeerplek die we tot dan toe hadden gehad.
De volgende dag konden we pas weer ademhalen toen we het enge weggetje af waren. We snakten ernaar om even uit te rusten en bij de zee te zitten met wat lekkers. Na nog geen 10 minuten rijden kwamen we langs een fantastisch strand. We hoorden de zee tegen de rotsen slaan. Er was een parkeerplaats, vlak langs de weg, maar niet zo dichtbij dat je de hele tijd auto’s langs hoorde razen.
Eindelijk weer op de normale weg. Foto: Carleen de Jong
En het mooiste: er waren een heleboel prachtige kampeerplekken. Verscholen tussen zanderige heuveltjes. Met uitzicht op het water. Als we dat hadden geweten...
Ik weet dat er mensen zijn die het verschrikkelijk vinden om dit te lezen. ‘Doe voorzichtig op reis, doe geen gekke dingen. Wij willen ook rustig kunnen slapen.’ Dus: sorry mama! We zullen het nooit weer doen. Maar vooral omdat we het zelf ook echt niet willen.
Onderweg
De reis naar de vakantiebestemming is vaak al een belevenis op zich. In onze zomerserie Onderweg vertellen collega’s over wat zij beleefden op weg van of naar hun vakantieadres. Deze week vertelt Carleen de Jong over haar avontuur op een doodenge weg in Noord-Californië..