Ike uit Frederiksoord vloog van een geheime basis in Rusland naar de Noordpool voor de reis van zijn leven
Robert-Erik LantingPersoonlijk

In het pikkedonker stijgt een militair vliegtuig op vanaf een geheime basis in Rusland. Eindbestemming: de Noordpool. Een glazen kalasjnikov met wodka gaat rond in het vliegtuigruim. Ballonvaarder Ike Visser uit Frederiksoord neemt een ferme teug. Het is april 2001. Waar is hij aan begonnen?
Zou hij het weer doen?
Ike Visser is een man uit één stuk. Boomlang, welbespraakt. Sterk als een eik. Lange manen boven het door weer en wind geboetseerde gezicht. Leeftijd is voor hem een getal, liever noemt hij zijn geboortedatum niet. Je lichaam vertelt je alles, niet een papiertje.
Voor hem geen saai leven. Eind jaren negentig wordt hij gegrepen door de ballonvaart. Op een goede dag landt een ballonvaarder uit Friesland op het Doldersummerveld, precies op het moment dat Visser daar rondloopt. Die ontmoeting verandert zijn leven. Hij zegt zijn baan bij Fokker vaarwel en stort zich volledig op de luchtvaart.
Hij vaart met zijn bedrijf IkeAir de hele wereld over. Is bekend van de tv-serie Jochem in de Wolken (2021), waarin hij cabaretier Myjer in een luchtballon over Nederland vliegt. Het geweld waarmee een ballon wordt volgepompt met hete lucht, het verveelt nooit. In de lucht zweven met een ballon ervaart hij als de puurste vorm waarmee de mens zich kan losmaken van de aarde.
In het kort
Ike Visser is geboren Vinkeveen. Na een vliegopleiding bij de Mission Aviation Fellowshop (MAF) en enkele andere functies in de luchtvaart begon hij als ballonvaarder en richtte in 1999 het bedrijf IkeAir op. Hij woont in Frederiksoord en heeft geregistreerd partnerschap met Suzanne Joenje. Ike heeft drie zonen; Joenje heeft drie dochters.
Maar of hij het weer zou doen, vliegen over de Noordpool? Visser laat zijn blik glijden over al die unieke foto’s op tafel, die hij speciaal voor dit verhaal liet digitaliseren. Ze zijn gemaakt op het noordelijkste puntje van de wereld. Jarenlang zaten ze verstopt in een envelop in zijn kast.
„Man, dat vind ik een lastige. Weet je, ik denk er helemaal niet vaak meer aan. Maar nadat jij er laatst over begon, is het bij mij ook weer gaan leven”, zegt Visser. „Kijk, de vaart was niet zo speciaal. Ik heb twee uur gevlogen over de Noordpool. Maar terugkijkend was het een krankzinnig idee. Het had op zoveel momenten fout kunnen gaan.”
Hij schiet in de lach.
„Ik begin het echt weer te voelen.”

Ziedende kou
Het is 25 jaar geleden dat Visser opzien baart door als eerste en enige Nederlander ooit met een luchtballon over de Noordpool te varen. Hij weet nog dat hij staand op het pakijs met zijn satelliettelefoon inbelde bij de radioshow van radiomaker en cabaretier Dolf Jansen om te verhalen over zijn avonturen.
Hij herinnert zich nog dat hij geradbraakt uit de ijzeren vogel stapte, waarmee hij in het holst van de Russische nacht was opgestegen. En dan die kou. Die ziedende kou. Op de Noordpool is het -35 graden, op z’n minst. Richting bestaat niet. Op het dak van de wereld gaat elke stap naar het zuiden. De wijzers van het kompas draaien er alleen maar rondjes.
„Het poollandschap was zo adembenemend mooi. Het maakte een ongekende sensatie los.”
Unieke reis
Alles begint met een plompverloren mail van een onbekende Amerikaan in oktober 2000. Visser is als ballonvaarder dan nog zo groen als gras. Een brevet heeft hij net op zak.
De Amerikaan wil een expeditie naar de Noordpool ondernemen en nodigt avonturiers uit alle windstreken uit om mee te gaan. Het is een ronkende mail. De man wil de wereldpers uitnodigen om mee te reizen en verslag te doen van deze unieke tocht.
Wie mee wil, moet zich in april 2001 melden in Moskou. De Amerikaan regelt de logistiek, de rest moet je zelf doen.
Het poollandschap was zo adembenemend mooi. Het maakte een ongekende sensatie losWaar de meeste mensen de mail waarschijnlijk verwijderd zouden hebben, blijft Visser staren naar het scherm. Het onbekende avontuur lonkt en waarom zou hij, Ike Visser, op dat moment wonend in Zorgvlied, dat niet aangaan?
„Dit was een levensles. Je krijgt zo’n kans één keer. En jij krijgt de mogelijkheid om dat te doen. Ik wilde dat wel ervaren. Ik dacht: ik zie het wel. Ik was natuurlijk ook een beetje baldadig. Je bent jong en wordt niet gehinderd door enige voorkennis.”
Visser mailt terug. Ik doe mee.

Rad van beslissingen
Een half jaar. Zo lang heeft Visser de tijd om zijn reis voor te bereiden. Geen sinecure. Met amper tweehonderd vlieguren op zijn conto weet hij eigenlijk van toeten noch blazen. Vragen, vragen, vragen.
Hoeveel geld heb ik nodig? Waar vind ik sponsoren? Hoe ga je te werk? Visser weet amper iets van de Noordpool. Wat zijn de condities? Hoe koud is het? En, niet onbelangrijk: waar haalt hij een ballon en een mand vandaan?
„Ook die periode was een les: op het moment dat je ja zegt, gaat er een rad van beslissingen draaien.” Informatie over de omstandigheden op de Noordpool wint hij in bij Fred van Olphen, oprichter van Bever Buitensport en liefhebber van extreem koud weer. Visser doet er z’n voordeel mee. Maar niet elk advies neemt hij ter harte.
Het geadviseerde busje pepperspray tegen agressieve ijsberen neemt hij niet mee.
In kledingmerk Haglöfs en KLM Cargo vindt hij sponsoren, die zijn tienduizenden euro’s kostende reis betalen. Ook lokale bedrijven steunen Visser. In ruil voor een bijdrage krijgt hij een tas vol vlaggen, waaronder die van café-restaurant De Bospub in Lhee, mee om die op de Noordpool in het ijs te prikken. Als laatste tikt hij in maart, weken voor de grote reis, een ballon op de kop. Het is de PH-RWB uit 1983.
Met niets dan zichzelf en zijn benodigdheden stapt hij in april op het vliegtuig.

Goedgevulde envelop
In Moskou blijkt dat de Amerikaan die de reis regelt een andere definitie heeft van een geoliede logistiek dan Visser zelf. De club avonturiers wordt in een hotel aan het Rode Plein gepropt. Visser is goed en wel op z'n kamer of de telefoon rinkelt al. De receptie aan de lijn. Er zijn dames.
„Vreselijk. Allerlei pooiers hadden een deal met de hoteleigenaar. En de Russen wisten natuurlijk dat wij uit het westen kwamen. Ze waren uit op ons geld.”
Visser bedankt feestelijk voor het aanbod. Het wachten duurt lang. Hij houdt de vliegreis over de Noordpool in zijn gedachten. De rest van de avonturiers, met onder meer Amerikanen, Polen, Duitsers en Fransen, zijn niet erg spraakzaam. Gezellig evenmin. Laat staan de Russen. „Die communiceren niet”, zegt Visser.
Dit was een levensles. Je krijgt zo’n kans één keerTegen middernacht trekt de karavaan verder. Per bus gaat Visser de donkere nacht in naar een militaire basis, op een uur rijden van Moskou. Het legerkampement is slecht verlicht. Er staat een vliegtuig klaar, een oud barrel geflankeerd door Russische soldaten. Geen woord wordt er gewisseld als Visser een goedgevulde envelop in de knuist van één van de militairen drukt.
Zoek maar een plek, zegt de soldaat. Stoelen zijn er niet. De romp is volgestouwd met bagage, gasflessen en roestige olievaten. Een smeulende sigaret en de hele bende gaat de lucht in. Visser gaat liggen op de bagage en hoopt er het beste van. „Dit was ongehoord.” De Poolse medereizigers laten een glazen kalasjnikov vol wodka rondgaan. „Iedereen was half versuft”, zegt Visser.
Met een hoop kabaal stijgt het vliegtuig op. Alles rammelt en kraakt. Als er iets fout kan gaan, dan is het nu wel.
Hij denkt aan thuis.
Totale stilte
Via Khatanga en een geheime brandstofstop bereiken ze een halve dag later de Noordpool. Dat het vliegtuig heelhuids landt op het kraterige pakijs is een wonder. Maar ze zijn er. De witte wereld. De totale stilte. Visser hoort zijn hartslag.
„Je voelt je daar echt kwetsbaar als mens, je bent zo nietig. Dat gevoel had ik daar heel sterk, ook omdat je weet dat de dichtstbijzijnde beschaving honderden kilometers verderop is. Maar het is echt schitterend. Het is een heel gevarieerd en heuvelachtig landschap. Alles is bevroren.”
In allerijl bouwen de avonturiers hun kamp op. Er zijn meer tenten dan kachels. De Amerikanen lopen al een tijd te zeuren dat ze een eigen plek willen. De Russen vinden het best. Maar dan zonder kachel. Verwarmen doen ze maar met een butaangasbrandertje.
De ochtend erna worden de Amerikanen meer dood dan levend gevonden. Het is dat één van de verzwakte Amerikanen nog iets onverstaanbaars maar hoorbaars kan kreunen, anders waren ze allemaal gestorven aan koolmonoxidevergiftiging. Visser staat erbij en kijkt ernaar. „Een zotte situatie. Sommigen konden niet meer bewegen. Die zijn uiteindelijk gereanimeerd en niemand is overleden. Maar ik heb wel eens begrepen dat ze altijd last zijn blijven houden van dat moment."


Dramatisch vliegweer
Ondertussen komt het grote moment steeds dichterbij. Vliegen, dat waar alles om te doen is. Er is alleen één groot probleem.
Het is te koud.
De temperaturen zijn zo laag dat de gasflessen hun druk verliezen. Dat betekent dat de enorme ballon zich niet kan vullen met hete lucht. Visser maalt en maalt. En dat heeft de oplossing, die even simpel als bizar is. De nacht voor de vlucht ligt Visser met een stalen gasfles in zijn slaapzak om met zijn lichaamswarmte de fles op temperatuur te houden.
„Eigenlijk was het dramatisch vliegweer. Maar je gaat heel ver. Ik had de reis niet voor niets gemaakt. Bovendien was ik gegroeid in het idee van een ballonvaart over de Noordpool. Op dat moment dacht ik er niet bij na dat het best een krankzinnig idee was.”
Visser zegt dat de Noordpoolreis hem veranderd heeft. „Achteraf is het veel belangrijker geweest voor mij dan ik toentertijd had verwacht. Ik had dat misschien wel nodig. Het gaf me zelfvertrouwen. Eigenwaarde. Dit was mijn ontwikkeling. Ik zal je zeggen: het heeft me de rest van mijn carrière geholpen.”
Een grijns.
„Soms hoor ik angstige passagiers zeggen: als hij een ballon in de lucht kan houden op de Noordpool, dan lukt het ook wel op de Drentse hei.”


Maanlandschap van ijs
Het lukt.
Als een beer die zich langzaam opricht, komt de ballon overeind. Door de nacht in de slaapzak bij Visser leveren de branders net genoeg hitte om de ballon omhoog te stuwen. Bijna gaat het nog fout. Een onverwachte windvlaag beukt de ballon terug tegen het ijs en met een smak klapt de mand tegen een uitstekende ijsschots. Visser tuimelt bijna uit de mand, maar kan zich nog net vastgrijpen.
Het gaat net goed. En dan is er rust.
De ballon komt nu écht los van het ijs.
Hoger en hoger gaat-ie. Visser kijkt om zich heen. Eén van de bijna-vergiftige Amerikanen staat naast hem. Hij ziet het indrukwekkendste landschap dat hij ooit zal zien. Het maanlandschap van ijs, de metersbrede kraters in de diepten onder hem. Visser maakt twee vluchten met de ballon. Twee uur is hij in de lucht.
Uren later, bij terugkomst in het kamp, pakt hij een momentje voor zichzelf. Hij wandelt naar een ijsrug, gaat zitten en steekt een sigaartje in de brand. Naast hem wappert de vlag van De Bospub. Het is april 2001.
Dit moment pakken ze hem nooit meer af.
„Weet je”, zegt Visser, terugblikkend, „de vlucht was misschien niet zo speciaal. Maar het wordt speciaal omdat je je eigen avontuur maakt.”

Bedreigde ijsbeer
„Zeg maar gewoon 'ja' tegen dingen."
Gooi een steentje in de lucht en kijk waar het landt. Die les leerde Visser naar eigen op de Noordpool.
Zou hij het weer doen, vliegen op de Noordpool?
Enkele dagen na dit interview stuurt hij een berichtje. Visser zou het wel zien zitten om met een documentairemaker aandacht te besteden aan de problemen met smeltend poolijs en de bedreigde ijsbeer. Hij zou dan gaan met zijn speciale ballon The Head. Hij zou nooit meer samenwerken met de Russen. Hij zou richting de Noordpool reizen via Longyearbyen op het eiland Spitsbergen.
Ja, dus.











