Xander Bernard en zijn vader Lucas. Foto: Nienke Maat
Nederland is het land waar Xander Bernard (23) opgroeit én het land dat verantwoordelijk is voor de ontheemding van zijn Molukse grootouders. Hoe verhoudt die geschiedenis zich tot elkaar? ,,Ik moet er hier het beste van maken, zodat het leed niet voor niets is geweest.”
De 8-jarige Xander ziet wel dat er iets aan de hand is, maar wat? De ogen van oma Tina schieten vol tranen als ze met een trillende stem praat over thuis, de Molukken. Heimwee overvalt haar meer dan vijftig jaar na het gedwongen vertrek nog steeds. Maar de woorden en emoties zijn nog te groot voor hem, als kleinzoon.
Oma Tina is een kleine vrouw, koken kan ze als de beste. Uit de keuken ontsnappen de geuren van kruidnagel of nootmuskaat van de stoofpot. Op tafel staat steevast een gevulde pot met Kuping Gajah, olifantsoren. Knapperige koekjes met cacaosmaak.
Xander zit op zijn vaste plek in de woonkamer, in de hoek bij het raam. Met zijn linkerbeen over de ene armleuning van een bank, het rechterbeen over een andere. Daartussenin bungelt zijn lijf, rusteloos en niet in staat stil te zitten.
Hij wendt zijn blik af van zijn oma en richt zich op de ouderwetse televisie. Op het scherm schuiven foto’s van witte stranden voorbij en klinkt het getrommel van een tifa (traditioneel Moluks slaginstrument). Xander buigt zich nog een stukje naar voren, bijna dubbelgevouwen tussen die twee banken. ,,Pas op, anders val je er nog tussen”, roept zijn oma bezorgd met haar hoge stem, haar verdriet is weer verdwenen.
Het vaste zondagsbezoek aan zijn oma, vol verwennerijen, is altijd een feest voor Xander. De hele familie Bernard komt dan samen in het rijtjeshuis in de Molukse wijk van Marum. Jaren later koestert Xander, nu 23 jaar, de warme herinneringen aan deze gezellige visites en zijn warme familie. ,,Daarbij overstemt de kracht van mijn familie het verdriet. Lawamena haulala. Oftewel, altijd voorwaarts zonder een stap terug te doen.”
De oer-Hollandse Molukse wijk in Marum
De Merelstraat in de Molukse wijk van Marum. Foto: Nienke Maat
Zo nu en dan trekt Xander vanaf de basisschool naar de Molukse wijk. Om het zijn vriendjes te laten zien die er anders nooit kwamen. Op zijn kleine fiets trapt hij door de rechte straten met daaraan de rijtjeshuizen, die steevast een gevel van rode bakstenen hebben, en een puntdak met een schoorsteen.
Hier is het thuiskomen, onder de norm vallen. Niet de uitzondering zijn met zijn grote bruine ogen en getinte kleur. De geuren en ongeschreven regels kennen. Het voelt als een bevestiging dat hij Molukker is.
In het midden van de buurt staan de kerk en het dorpshuis: Bunga Pala. Dat betekent foelie, het omhulsel van nootmuskaat. Het hoekige pand, opgebouwd uit stalen golfplaten, vormt het kloppende hart van de wijk.
In de jaren zestig werd de wijk met vier straten uit de grond gestampt. Hier moesten ongeveer 250 Molukkers vanaf 1964 een thuis zien te vinden. Zo ook de grootouders van Xander, die hun intrede aan de rand van de buurt deden. Oma Tina was op leeftijd toen ze naar de kern van de wijk verhuisde.
Die zondagen bij haar verschillen van de bezoeken aan Xanders andere oma. Het is er strenger. Altijd met twee woorden spreken en nooit tegen oversten ingaan. En er zijn een boel ongeschreven regels. Zoals niet zittend de benen over elkaar kruisen, dat is respectloos. Of na middernacht niet op de stoep lopen, dat brengt ongeluk.
Dubbelbloed, geen halfbloed
Xander Bernard (23) uit Groningen. Foto: Nienke Maat
Wat voor hem zo gewoon is, blijft voor een hoop klasgenoten vreemd. Neem de geschiedenisles, waarin ruim aandacht werd besteed aan de Gouden Eeuw. Het ging over de rijkdom van de kruidenhandel. Geen enkel woord over de keerzijde daarvan of de Molukken, de eilandengroep waar al die kruidnagel en nootmuskaat vandaan kwam.
Alleen in dat ene liedje in de kleuterklas ging het over de Molukkers. Vol verwachting zat Xander al op zijn stoeltje te wiebelen, zijn benen bewogen driftig heen en weer zonder de grond aan te raken. Want na die ene zin, dan zongen ze met volle borst over Molukkers en keek de hele klas naar hem. Iedereen is anders, niemand is als jij. Iedereen is anders, jij bent jou en ik ben mij.
Zo groeit het besef van zijn afkomst en begint de zoektocht naar de identiteit. Trots noemt hij zichzelf een dubbelbloed, een term gemunt door zijn vader. Niet half Nederlands of half Molukker, maar vol Molukker en Nederlander tegelijkertijd.
Een verhaal over kracht, ondanks pijn en verdriet
Zijn zoektocht naar wat het betekent om Molukker te zijn roept een hoop vragen op. Door de jaren heen krijgt hij stukje bij beetje een antwoord – als een soort puzzel waarvan hij steeds een stukje terugvindt. Een verhaal over kracht en sterkte. Ondanks het onrecht dat zijn familie is aangedaan, nota bene door het land dat hij thuis noemt. Nederland. En dat die pijnlijke geschiedenis ook de reden is dat hij bestaat, dat zijn grootouders elkaar überhaupt hebben ontmoet.
Het verhaal begint in kamp Nuis, in de houten barakken uit de Tweede Wereldoorlog. Waar een hoop Molukkers terecht kwamen. Iedereen dacht toen nog dat het om een tijdelijke oplossing ging.
De RMS: Republik Maluku Selatan
De tattoo van Xander met de Molukse dorpstekens van zijn grootouders. Foto: Nienke Maat
Kort daarvoor, op 25 april 1950 was namelijk de Republik Maluku Selatan (RMS) uitgeroepen als reactie op het uiteenvallen van Verenigde Staten van Indonesië. Om te voorkomen dat het volledig behoorde tot de eenheidsstaat Indonesië en ze de zelfbeschikking verloren over hun regio, riepen de Molukken hun eigen land uit.
Molukkers waren nogal Nederlandsgezind, het koningshuis werd praktisch aanbeden. Veel Molukse mannen behoorden tot het Koninklijk Nederlandsch-Indisch leger (KNIL). Die loyaliteit viel niet in goede aarde bij het onafhankelijke Indonesië, dat Nederland als kolonisator verafschuwde.
Nederland kon de veiligheid van de KNIL-militairen niet garanderen en daarom haalde het al die gezinnen per boot naar Nederland. Als tijdelijke oplossing.
Zo kwam de grootvader van Xander in kamp Nuis. In een houten hut, zonder enige voorzieningen. Warm in de zomer. Koud in de winter. Van de keuken tot de badkamer, alles werd gedeeld. Net als de school en de kerk. Contact met de buitenwereld was er amper, werken mocht niet. De erbarmelijke omstandigheden zorgde voor een gevoel van saamhorigheid.
Bij een voetbalwedstrijd ontmoeten de grootouders van Xander elkaar. De twee worden verliefd en trouwen in het kerkje van kamp Nuis. En dertien jaar na hun eerste stappen in Nederland vertrekken ze naar de Molukse wijk in Marum. In een woning aan de rand, zodat de kinderen zo goed mogelijk integreerden in het land. ,,Maar met een vertrouwen op terugkeer. Mijn studiekeuze moest aansluiten op wat het nieuwe land nodig had”, zegt Lucas, de vader van Xander.
Zo werd tijdelijk permanent, dat maakten die bakstenen wel duidelijk.
‘Zodat het onrecht niet voor niets was’
Langzamerhand krijgt Xander antwoord op zijn vragen. Op wat de Molukse identiteit nou precies behelst. Op wat het verhaal van de oude volkeren inhoudt. Op de oorzaak van het verdriet van zijn inmiddels overleden grootmoeder. En de oorsprong van zijn kracht, dat hij toewijst aan het Molukse bloed dat door zijn lijf giert.
Hij voelt zich nu, op 23-jarige leeftijd, Nederlands én Molukker. ,,Behalve als het gaat om de reactie van Nederland op de RMS. Dan voel ik me geen Nederlander, alleen Molukker. Dat heeft te maken met het onrecht dat Nederland mijn grootouders hebben aangedaan. Tegelijkertijd was ik er anders niet geweest.”
Zijn grootouders wilden niets liever dan terugkeren, maar dat is voor Xander niet aan de orde. Net als veel van zijn generatiegenoten die hier diep zijn geworteld. Nederland is nu thuis. De RMS is meer een soort ideaal, het heeft meer met identiteit te maken. Als verraad voelt zijn standpunt niet. Integendeel. ,,Zonder die zwarte bladzijde had ik hier vandaag de dag niet gestaan. Ik moet er hier het beste van maken, zodat het niet voor niets is geweest”, zegt hij vastberaden.
Xander weegt woorden nauwkeurig. Hij schroomt niet om tijdens een discussie een stap terug te zetten om te melden dat hij er niet genoeg van af weet. Luisteren en je verdiepen in anderen, niet zomaar invullen. Dat is zijn credo.
De RMS als ideaal en identiteit
De Molukse vlag aan zijn sleutelbos. Foto: Nienke Maat
Na een studie gericht op het Midden-Oosten aan de Rijksuniversiteit Groningen werkt hij nu bij de internationale school als begeleider. En sinds vorig jaar staat hij geregeld voor de klas om te praten over radicalisering onder jongeren. Hij is verknocht aan Nederland, aan Groningen waar hij met zijn vriendin samenwoont.
Maar dat betekent niet dat hij RMS is vergeten. Steevast hangt er een kleine sleutelhanger met de Molukse vlag aan zijn tas of sleutelbos. Blauw, wit en groene strepen naast een groot rood vlak.
Niet als land om heen te verhuizen, maar als een ideaal. En helemaal niet als onderdeel van Indonesië. ,,Er zijn grote verschillen. Molukkers zijn meer gelinkt aan Nederland. Bovendien verschillen de cultuur en de bevolking. Molukkers hebben een ingewikkelde genetische samenstelling van volken uit Azië, Oceanië en Polynesië. Dat maakt het volk juist zo uniek.”
Meer puzzelstukjes
De sleutelhanger zorgt voor herkenning op straat. Zoals die keer dat hij bij een feestje urenlang aan de bar praatte met een andere Molukker. Of het knikje naar iemand aan de overkant van de straat. Precies uitleggen wat hij herkent, kan hij niet. ,,Het is een gevoel. Molukkers herkennen elkaar altijd.”
Volgend jaar trekt hij met zijn ouders en zus naar de Molukken, naar het tropische paradijs met de witte stranden en de azuurblauwe zee. Naar het stenen huis omringd met groene planten waar zijn grootvader opgroeide. Om nog meer vragen te beantwoorden en puzzelstukjes te verzamelen. Om meer te leren over zijn stamboom. Om te weten te komen wat er zich voor 1951 afspeelde.