Jacob Sahertian (links), Boy Hattu (midden) en Lucas Bernard voor het wijkgebouw in Marum Foto: Peter Wassing
Tientallen graven van Molukse KNIL-militairen in Marum en Nuis krijgen een bijzondere status. Een stap in de goede richting, vinden tweede generatie Molukkers Jacob Sahertian (73), Boy Hattu (68) en Lucas Bernard (55). ,,Maar het echte werk ligt bij de VN.”
,,Mijn vader wilde altijd dat we na zijn dood niet zijn verjaardag, maar zijn sterfdatum onthouden. De geboortedatum doet er na de dood niet meer toe”, zegt Jacob Sahertian (73). Zijn vader is begraven in Marum. Voor altijd. Onlangs kreeg het graf een bijzondere status. Dat wil zeggen dat er geen grafrecht betaald hoeft te worden en dat het nooit geruimd zal worden.
Dat geldt ook voor 84 andere graven. Er liggen Molukse KNIL-militairen en hun partners die in 1951 onvrijwillig naar Nederland zijn gekomen.
Sahertian zelf is geboren in Jatinegara, een onderdistrict in Oost-Jakarta. Eén dag oud was hij toen hij met zijn gezin op de boot naar Nederland vertrok.
,,Er was een leven voor de oorlog en daarna”, zegt Sahertian. Zijn ogen beginnen te glunderen wanneer hij begint over zijn thuis, de Molukken. De plek waar de zon feller schijnt, het eten lekkerder ruikt en zijn familie nog steeds woont. ,,M’n vader was KNIL-militair. Ze vochten voor de koningin. Hun koningin Wilhelmina, niet zozeer voor Nederland.”
De Molukse wijk in Marum. Foto: Peter Wassing
Van kamp Nuis naar Molukse wijk in Marum
,,Nederland was niet alleen koud, de ontvangst van de KNIL-militairen was ook kil”, zegt Lucas Bernard (55). Als bestuurslid van de stichting Talitha Kumi wil Bernard de Molukse cultuur overdragen. Hij verheft zijn stem: ,,Mijn vader kwam hier in 1951 met de Nederlandse kleur op zijn mouw, maar werd allesbehalve welkom geheten.” Vanuit de barakken in Kamp Nuis wachtten zijn ouders op een terugkeer naar een vrije Molukse Staat.
Nederland maakte die belofte nooit waar.
Tijdelijk veranderde in permanent. In 1964 werden de houten barakken ingeruild voor stenen huizen in de Molukse wijk in Marum. In zo’n veertig huurwoningen probeerden de gezinnen een nieuw thuis te maken.
Maar dat betekende ook niet het einde van een lastige periode. De ex-militairen mochten jaren niet werken en zaten met hun trauma’s opgesloten in een land waar ze niet wilden zijn. Dat had een effect op hun kinderen, de tweede generatie. ,,Die dingen zouden nu als kindermishandeling worden gezien, het was een andere tijd”, zegt Bernard.
Tegelijkertijd bleef het voor de tweede generatie vaak een mysterie wat hun vader had meegemaakt. Praten over hun dienstjaren werd amper gedaan.
‘Zo lang heb ik niet meer om het verhaal te vertellen’
Toch blijft de drang naar hun vaderland nog altijd onverminderd groot. Al meer dan 40 jaar zet Sahertian zich samen met Boy Hattu (68) in voor de Molukse gemeenschap. Als lid van de wijkraad zijn ze veel avonden op pad om hun verhaal te vertellen. Sahertian: ,,Ik hoopte dat ik het na een paar jaar niet meer hoefde te vertellen. Het gaat ook om de Nederlandse geschiedenis, dat zouden mensen toch wel moeten weten op een gegeven moment.”
Toch raakte Sahertian niet uitgepraat. ,,Mijn broer overleed plotseling, op 75-jarige leeftijd. Als dat mij ook gebeurt, heb ik niet meer zo lang om het verhaal te vertellen.” Het is zijn missie om zoveel mogelijk mensen te informeren over de geschiedenis en erkenning te krijgen voor het leed van zijn ouders én alle andere militairen en Molukkers.
De tweede generatie Molukkers in hun wijkgebouw. Foto: Peter Wassing
‘Het echte werk ligt bij de VN’
Een van die zaken is het grafrecht van onder anderen zijn ouders, waar Sahertian als lid van de wijkraad de afgelopen drie jaar bij betrokken is geweest. De inzet daarbij was het verkrijgen van de bijzondere status. Niet alleen voor een aantal jaar, zoals bij andere plekken het geval is, maar voor altijd. En ook voor de partners. Want, zo stelt Bernard, die hebben ook veel meegemaakt. ,,De partners droegen het gezin en hadden het misschien wel zwaarder omdat de militairen getraumatiseerd terugkwamen.”
Het harde werken wordt beloond: 84 graven in Nuis en Marum krijgen de bijzondere status.
Dat is belangrijk voor de toekomstige generaties. Wanneer die over de begraafplaats lopen, zien ze de namen staan. Een tastbaar onderdeel van de geschiedenis, stelt Bernard. ,,Zodat we nooit en te nimmer kunnen vergeten wat voor onrecht hen is aangedaan.”
Of dat genoeg is? Hattu vindt het een stap in de goede richting. ,,Maar het echte werk ligt bij de VN. Nederland moet z’n best doen om zich aan de belofte te houden. We willen nog steeds ons eigen land.”
Het KNIL is een ingeburgerde afkorting voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Dat werd al in de negentiende eeuw in het leven geroepen om de overzeese kolonie intact te houden. Eerst als onderdeel van het Nederlands leger, maar het mondde al snel uit tot een zelfstandige groep. Het leger bestond vooral uit Molukkers, maar ook Javanen en Nederlanders.
De laatste oorlog die de KNIL-militairen namens Nederland zouden vechten was tegen het Indonesische leger. De groep onder leiding van Soekarno en Hatta voerde een onafhankelijkheidsstrijd na de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Uiteindelijk behaalde Indonesië de onafhankelijkheid, waarmee het KNIL werd opgeheven.
Dat bracht de Molukse KNIL-militairen in een lastige positie. Na strubbelingen in het nieuwe land Indonesië riepen de Molukkers een onafhankelijke staat uit, de Republiek der Zuid-Molukken. Na een strijd overheerste het Indonesische leger de nieuwe republiek en weken de Molukkers noodgedwongen uit.
Kortom, een hoop conflicten. De eindstand was dat de KNIL-militairen door een dienstbevel vertrokken naar Nederland.