Supervrijwilliger Marja Wardenier-Adema is lid in de Orde van Oranje-Nassau. Foto: Corné Sparidaens
Receptioniste Marja Wardenier-Adema (61) uit Leek regelde de broodjes en koffie voor een bijeenkomst op haar werk. Ze moest zelfs de burgemeester naar boven begeleiden. En toen de deur open ging, wist ze pas: „Dit is voor mij!”
Een supervrijwilliger, dat is Marja Wardenier-Adema. Sinds de jaren tachtig doet ze al vrijwilligerswerk bij de voetbalverenigingen Leek en TLC. Het Leekster Voetbalgala tilde ze als bestuurslid en voorzitter naar een hoger niveau. En ze was meer dan vijftien jaar scheidsrechter in het amateurvoetbal, in die tijd niet vanzelfsprekend als vrouw.
„Ik ben altijd een streber geweest”, zegt Wardenier-Adema. „Soms kwam ik bij clubs de bestuurskamer in en dan vroegen ze waar mijn man was, want die zou toch de wedstrijd fluiten?” Nu lacht ze erom, want ze heeft zich meer dan bewezen.
Lofrede burgemeester
Of een koninklijke onderscheiding voor een streber de hoogst mogelijke beloning is? Ze lacht. „Ik vind het echt gaaf. Het is waardering voor alles wat ik gedaan heb.”
Marja Wardenier-Adema uit Leek krijgt van Ard van der Tuuk haar lintje opgespeld. Ze is lid in de Orde van Oranje-Nassau. Foto: Corné Sparidaens
Met tranen in haar ogen luisterde Wardenier-Adema naar de lofrede die burgemeester Ard van der Tuuk van de gemeente Westerkwartier over haar uitsprak. Een opsomming van wat ze allemaal heeft gedaan, belangeloos. „Mensen als jij maken het verschil”, aldus Van der Tuuk. Wardenier-Adema: „Sorry, ik ben echt een jankerd. Heel gaaf dit.”
Een familielid komt haar na afloop een broodje brengen. De broodjes die ze zelf regelde. „Nee, dankje”, zegt ze. „Ik heb al gegeten.”