De Friese tikkers glijden door de dikke laag sneeuw bij landgoed Nienoord in Leek. Jaspar Moulijn
Friese paarden trekken ouderwetse arrensleeën door de sneeuw bij landgoed Nienoord in Leek. „In Friesland was niet genoeg sneeuw, dus moesten we uitwijken.”
Het is een typisch wintertafereel, een dat zomaar op een schilderij uit de achttiende eeuw kon staan. Terwijl de sneeuwvlokken door de lucht dwarrelen, ploeteren twee Friese paarden met ouderwetse arrensleeën door de sneeuw. Daarachter prijkt de gele borg van landgoed Nienoord in Leek.
Pronken met slee
Met houten klompen, wollen kousen, dikke mutsen en lange manteljassen zijn de rijders van de arrensleeën in stijl gekleed. Ze zitten in zogeheten tikkers, de kleine uitvoering van de Friese arrenslee uit ongeveer 1900. De paarden trekken sierlijk de tikkers door de sneeuw. Zelf zijn de dieren uitgedost met donkerblauwe dekken en op hun hoofd een pluim. De rinkelende bellen die over de romp hangen, maken het plaatje compleet.
De paarden en rijders zijn flink uitgedost. Foto: Jaspar Moulijn
Allemaal zoals het rond 1900 was: met het doel om te pronken. Het verschijnsel trekt veel bekijks. Passerende wandelaars aanschouwen het spektakel en pakken hun telefoon om de dieren te filmen.
Janneke Hoekstra (46) stapt door de sneeuw naar de paarden toe. Met haar gezin runt ze de stalhouderij Fiifhoeke in Sibrandabuorren, in de buurt van Sneek. Ze tilt haar lange rok omhoog voordat ze gaat zitten. „Het is een Friese klederdracht uit ongeveer 1860”, legt ze uit. Op haar hoofd het ouderwetse gouden oorijzerhoedje (’voor de warmte hoef je het niet te doen’), daaronder een wollen jas en een hele hoop rokken. En nog een thermolegging, wel zo praktisch met de temperatuur rond het vriespunt.
Koetsen uit Friesland
In de stalhouderij hebben ze een hoop koetsen. Voor bruiloften en huldigingen, maar buiten in de sneeuw of op het ijs blijft uniek. Gister reden de paarden nog met zo’n ouderwetse slee, maar dan met wieltjes eronder.
Janneke Hoekstra in traditionele klederdracht uit 1860. Foto: Jaspar Moulijn
„In Friesland lag niet genoeg sneeuw”, zegt Hoekstra. „Daarom moesten we uitwijken naar Leek, naast een flink pak sneeuw moet de ondergrond ook hard zijn. In een zoektocht naar een weiland om in te oefenen kwamen we uiteindelijk terecht bij landgoed Nienoord.” Pal naast het rijtuigmuseum, dat ook tientallen van zulke ouderwetse sleeën heeft.
Dus snel de boel bij elkaar zoeken, de hoeven werden door haar zoon op ‘scherp’ gezet. Oftewel, klaar voor de sneeuw. En op naar het landgoed, want: niets gaat boven dat échte gevoel.