Leerlingen van de Nassauschool vermaken zich met de sneeuw op de speelweide in Noorderplantsoen in Groningen . Foto: Corné Sparidaens
Voor de tweede achtereenvolgende dag ontwaakten we op veel plekken in het Noorden in een witte wereld.
Zodra hun school in Bedum uit was, wilden de kinderen van Morissa naar buiten. „Ze konden niet wachten.” Noël (8) loopt rond met een sneeuwbal ter grootte van een mensenhoofd. Het is niet bestemd voor een sneeuwpop, „maar om kinderen mee te bekogelen”. Met een sadistische lach: „Ik heb vandaag al grotere gemaakt. Ik denk wel twee keer zo groot!”
Straks zijn ze van plan een sneeuwpop te maken, maar eerst willen de jongens zich uitleven in een sneeuwballengevecht. Het gaat er fanatiek aan toe. De sneeuwballen schieten alle kanten op. Wie niet bijtijds bukt, is de sigaar.
Sneeuwpret in het Noorderplantsoen. Foto: Corné Sparidaens
Volgens Morissa hadden ze het er vanochtend vroeg al over. Toen ze opstonden was het wit. „Ze zijn net vrij van school en hebben nog niet eens eten en drinken gehad. Er had nog wel wat sneeuw bij gemogen, want zo veel ligt er hier niet. En het is ook zo weer weg.”
Dat komt omdat de temperatuur woensdag rond het vriespunt schommelde, zegt weerman Jannes Wiersema uit Roodeschool. Toch is het in het Noorden een ‘sneeuwdekdag’. Dat betekent dat de sneeuw een dag lang blijft liggen. Dit ter onderscheid van een ‘sneeuwdag’: een dag dat het sneeuwt.
‘Woensdag pas de eerste sneeuwdekdag’
Het is tegenwoordig triest gesteld met zowel het aantal sneeuwdagen als het aantal sneeuwdekdagen. Ga maar na: woensdag was in Groningen en Drenthe pas de eerste echte sneeuwdekdag van deze winter, dinsdag telde niet mee want toen was het niet overal wit. „Tegenwoordig hebben we hooguit nog maar een paar sneeuwdekdagen per seizoen”, zegt Wiersema, die het zelf ook jammer vindt.
Voor het KNMI natuurlijk meteen aanleiding om voor het Noorden code geel uit te vaardigen. Voor kinderen was het code wit: het sein om buiten te spelen in de sneeuw. Helaas werd dat teken door lang niet iedereen opgevolgd, zo bleek tijdens een rondrit door de buitenwijken van Bedum, Groningen en Zuidhorn. Slechts sporadisch stuiten we op kinderen in de sneeuw.
In het Noorderplantsoen in Groningen was het woensdag wel bal. De leerlingen van de Nassauschool vermaakten zich op de Speelweide.
Leerlingen van de Nassauschool op de speelweide in het Noorderplantsoen. Foto: Corné Sparidaens
Elders krijgen we her en der een ouder in het vizier die een kind op een sleetje door de sneeuw sleurt. In een tuin ligt een grote witte bal, die eruit ziet als het onderlichaam van een sneeuwpop. Ergens anders rennen jongetjes met sneeuwballen verwoed achter elkaar aan alsof ze oorlogje spelen.
De gedachte dringt zich op dat veel andere kinderen op deze vrije woensdagmiddag toch kiezen voor de centrale verwarming. Lekker gamen achter de computer of chatten met vriendinnen. Nu het op school niet meer mag, leven ze zich thuis achter hun schermpjes uit.
Er zijn uitzonderingen. In het voortuintje van hun huis in Zuidhorn prijkt een ijzingwekkende sneeuwpop. Luna (13) en haar broertje Mika (10) leggen er net de laatste hand aan. Voor armen en de neus hebben ze takjes gebruikt, voor mond en ogen zwarte stenen. De tak op het hoofd maakt ‘em af.
Genoeg sneeuw om een sneeuwpop te maken. Foto: Corné Sparidaens
Ze zijn er een half uur geleden mee begonnen, verklaart Luna. Heeft ze geen last van de kou? „Nee hoor, ik heb het hierdoor echt heel warm gekregen.” Wat er leuk is aan sneeuw? „Je kunt er van alles mee maken en het is leuk om mensen te bekogelen.” En Mika? „Gewoon een sneeuwballengevecht houden, dat vind ik leuk.”
Luna vertelt dat ze elk jaar een sneeuwpop maken. „Het kan steeds minder vaak.” Ze weet ook wel hoe dat komt. „Door de klimaatverandering. De aarde warmt op.”
Weet haar broertje dat ook? Mika: „Zo ver ben ik nog niet.”