Theun Talsma (links) en Piet Visser op de plek op Schiermonnikoog waar de dijk op 16 februari 1962 brak. Foto: Romy Dam
Na de watersnoodramp van 1953 brak de zee nog één keer door de dijk: dat was op Schiermonnikoog. Piet Visser (76) en Theun Talsma (89) blikken terug op de overstroming op 16 februari 1962.
Piet Visser weet het nog goed. Hij lag als 12-jarige nog maar net op bed, het moet half negen of iets later zijn geweest, toen hij eruit werd gehaald. „Under seach ik dat mem de knibbel fan de dykwachter fersoarge. It wie allegear bloed.” In het donker moet hij zijn gestruikeld in het prikkeldraad, zegt Visser.
Een paar uur eerder was de toen 26-jarige Theun Talsma met anderen al in de weer met zandzakken. Vanaf hun lager gelegen boerderij was hij op weg naar de dijk, toen halverwege het water op hem afkwam. „It streamde as in wylde op ús ta.” Het water liep het witte huis al in, het vrijstaande huis dat er nog altijd staat aan de Heereweg. Halsoverkop keerde hij terug naar de Kooiplaats, de boerderij van zijn vader.
Boerenarbeider F. Kuipers (links) waadt met een helper naar zijn huis, het 'witte huis' aan de Heereweg. Foto: archief LC
Thuis liepen de sloten vol. „It wetter kaam heger en heger te stean. De jarrekelder streamde ek al fol, it wetter stie tsjin de stâlen oan.”
‘Laat Schiermonnikoog niet verzuipen’
Na veertig jaar is de dijk – ook met het oog op zeespiegelstijging – aan een opknapbeurt toe. Al vier jaar bereidt Wetterskip Fryslân een verdere versterking en verbreding van de dijk en duinen voor. Er was 61 miljoen euro voor beschikbaar in het hoogwaterbeschermingsprogramma. Dat is sinds eind januari ineens van de baan. De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft de dijknormeringen voor de Waddeneilanden versoepeld.
De gemeenteraad van Schiermonnikoog hoopt net als de andere Waddengemeentes en de waterschappen dat de Tweede Kamer het tij keert. ‘Laat Schiermonnikoog niet verzuipen’, roepen ze op in een motie. Hoe kan de minister de dijknormering voor Schiermonnikoog verlagen, terwijl de enige dijkdoorbraak in Nederland met zout water sinds de watersnoodramp in 1953 de dijk van Schiermonnikoog is, schrijven ze erbij.
De Tweede Kamer heeft dinsdag alvast op de rem getrapt: een meerderheid wil dat er eerst duidelijkheid over alternatieve beschermingsplannen moet zijn, voor de verlaging van de dijknormeringen ingaat.
Duitsland: 347 doden
„It gie mâl, swiere stoarm”, herinnert Talsma zich van 16 februari 1962. In Hamburg was het „hiel raar gien”, weet hij ook nog. Door de stormvloed braken daar op dezelfde dag meerdere dijken rond de stad door, in Noord-Duitsland kwamen daardoor 347 mensen om het leven.
Alles, alles wie wetter
„It hie by ús folle mâler gean kinnen, haw ik altyd sein”, zegt Talsma. Op De Kooiplaats op Schiermonnikoog bleef de stal met melkkoeien door de zandzakken voor de deur ternauwernood droog. Het jongvee en de paarden werden de duinen ingestuurd, vertelt Talsma.
Sirene
Visser is verrast. Beide boeren in ruste (ze zijn opgevolgd door een zoon en schoondochter) zijn bevriend, toch hoort hij dit voor het eerst. „Wy ha it hjir nea earder oer hân.”
Op hun boerderij De Branding waren de kalveren en koeien uit voorzorg ook losgemaakt (die stonden vast aan touwen en riemen en de staarten waren vastgebonden om het zwiepen van stront door de stal te voorkomen), vertelt Visser. „Dat wie in soad wurk.” Maar het bleek bij hun niet nodig om de dieren de duinen in te sturen.
Bij „heit en mem” en zijn vier zussen was sprake van paniek, maar Piet vond het allemaal wel spannend. Hij mocht de nacht doorbrengen bij zijn tante aan de Langestreek. In mooie kleren over de pyjama heen werd hij naar het dorp gebracht. „De sirene gong yn it doarp, dat heucht my ek noch wol.” Bij het postkantoor zouden zandzakken klaarliggen, maar het water stopte vlak voor de tuinen van het dorp.
Zwakke plekken
Er waren twee gaten in de dijk. Achter boerderij De Branding van de familie Visser en op de hoek met de veerdam, vlak bij de huidige helihaven. Het waren – zacht gezegd – zwakke plekken in de dijk. Op de ene plek was de overstort van de gemeente, waar de riolering tot in de jaren tachtig eindigde in de Waddenzee, verhaalt Visser. Op de andere plek zouden al weken werkzaamheden zijn geweest. Daar was het gat veel groter. Misschien wel 50 meter, zegt Talsma.
Piet Visser wijst vanaf de dijk naar de oostelijke Banckspolder, die op 16 februari 1962 helemaal onderliep met zeewater. Foto: Romy Dam
De volgende dag stond het water in de Banckspolder hoger dan in de Waddenzee, berichtte de Leeuwarder Courant. Na twee dagen waren de gaten in de zeedijk dermate gedicht dat er geen nieuw zeewater de landerijen instroomde. Het eerste etmaal door arbeiders op het eiland en daarna met hulp van militairen uit Assen.
„Alles, alles wie wetter”, zegt Visser over wat hij die zaterdagochtend na de evacuatie zag. Alleen met de laarzen aan kon je bij de boerderij komen. „Ik fûn it wol moai. Mei myn suster flotsje farre nei de dyk ta.”
Miljoenen schade
Zijn ouders vonden het minder mooi. De schade van het binnengelopen zout water was enorm. Op landerijen die vijf dagen onder water hadden gestaan was het zoutgehalte driemaal hoger dan het gewas kon verdragen, valt te lezen in het LC-archief. De schade werd toen ingeschat op vele miljoenen guldens.
Ik fûn it wol moai. Mei myn suster flotsje farre nei de dyk ta
Het gras moest opnieuw ingezaaid worden, hooi moest van het vasteland worden ingekocht en de „hokkelingen” (pinken, eenjarige koeien) werden naar de wal gebracht. „Dy mochten op de Bantpolder, eastlik fan Moddergat.”
De eerste vier, vijf jaar groeit hier nooit meer wat, hadden ze tegen Talsma gezegd. „Dat foel wat ta. Nei in pear jier wie it wer grien.”
Anderhalve meter
Na 1962 hebben ze nooit nog een keer zoiets meegemaakt. Visser zag bij ruig weer nog weleens golven over de dijk slaan, maar na de verhoging en versterking halverwege de jaren tachtig is dat ook niet meer gebeurd. „De dyk is no folle heger as doe, dat skeelt wol oardel meter, tink ik”, zegt Talsma.
Beide oud-veehouders hebben nog wel enig begrip voor de versoepelingen van de dijknormeringen door het Rijk, waardoor de geplande nieuwe dijkversterking en -verbreding niet doorgaat. „It kostet allegearre in soad jild.” Maar meer dan tien jaar uitstel kan de rijksoverheid niet maken, vinden ze. „Dan moat it al gebeure.”