Rinaldo Korst, vrijwilliger bij de Fûgelpits in Moddergat en de dierenambulance, ruimt een dode knobbelzwaan bij Eanjum op. Foto: Marcel van Kammen
Vogelgriep grijpt weer om zich heen. Friese dierenambulances en vogelopvangen houden wilde vogels scherp in de gaten na de uitbraak in Blije. „We moeten het niet in de opvang hebben.”
Het risico is nu te groot. Dat vinden ze bij de dierenambulance op Ameland en daarom besloten ze zondag om geen vogels meer op te vangen. Ook met andere dieren die mogelijk vogelgriep onder de leden hebben, zijn de vrijwilligers zeer voorzichtig.
Het is voor het eerst dat de dierenambulance een opvangstop invoert. Een moeilijk besluit, maar vrijwilliger Tyne Kolk is er ook nuchter onder. „Soms moet je beslissingen nemen die tegenstrijdig zijn met je gevoel.”
Brief van de gemeente
De vrijwilligers kozen voor de opvangstop nadat afgelopen zondag in Blije 63.000 kippen geruimd moesten worden vanwege vogelgriep.
Daarnaast speelde een brief van de gemeente mee in de afweging. „Wij nemen zelf de beslissingen, maar in de brief stond dat de kans op vogelgriep echt groot is en of we daarvan op de hoogte waren.”
Sinds twee weken geldt landelijk een ophok- en afschermplicht van vogels. Minister Femke Wiersma stelde dat in, omdat de deskundigengroep Dierenziekte de kans op een uitbraak inschat op matig tot hoog.
Vrijwilliger Kolk heeft zelf ook vogels. „Een hok vol met parkieten. Dat heb ik goed afgedekt. Zij moeten het niet krijgen, dat is voor mij het belangrijkste.”
Zeehonden
De opvangstop van vogels heeft grote invloed op de dierenambulance. „Normaal gesproken worden we heel veel gebeld voor vogels”, zegt Kolk.
Voornamelijk jonge roofvogels kunnen op hulp rekenen. Zaterdagochtend was er nog een torenvalk, die tegen het raam van de huisartsenpraktijk aan was gevlogen. „Die heeft het niet gered.”
Ganzen, kippen maar ook roofvogels kunnen ten prooi vallen aan vogelgriep. „Als ze het kadaver van een ziek dier eten”, legt Kolk uit. „Zeehonden kunnen het ook krijgen.”
‘Lange lijdensweg’
Op Ameland heeft Kolk nog geen dier met vogelgriep gezien. In het verleden hielpen de vrijwilligers wel dieren met vogelgriep. Na elke vogel moest de ambulance van boven tot onder ontsmet worden. „Eigenlijk hebben we daar helemaal geen tijd voor. We doen dit allemaal naast ons werk.”
Die keren dat Kolk een vogel met de besmettelijke ziekte zag, vond ze het een triest gezicht. „99 procent van de vogels is ten dode opgeschreven. Het is een lange lijdensweg.”
De vogels maken ongecontroleerde bewegingen met hun kop. „De ziekte zit in de hersenen. Het ergste vind ik dat je niks kan doen.”
‘Vermoed veertig tot vijftig vogels’
Rinaldo Korst rijdt op de dierenambulance in de gemeenten Waadhoeke, Harlingen en Noardeast-Fryslân. Voornamelijk bij ganzen vermoedt hij vogelgriep te zien. „En ook wel bij wat buizerds. Je weet het alleen niet zeker. Want als ze een klap op hun hoofd hebben gehad, zien ze sterretjes en maken ze ook gekke bewegingen.”
Het is de reden dat dieren die gek gedrag vertonen bij de vogelopvang Fûgelpits in Moddergat eerst in een quarantainekooi worden geplaatst. Naast zijn vrijwilligerswerk op de dierenambulance helpt Korst daar ook. „Als opvang hebben we ook een signaleringsfunctie. We hopen dat het niet weer zo massaal wordt als twee jaar geleden.”
Dode vogels stuurt Korst voor onderzoek naar het Dutch Wildlife Health Center. „De afgelopen twee weken heb ik veertig tot vijftig vogels gevonden, waarvan ik vermoed dat het om vogelgriep gaat.”
Onderzoek moet duidelijkheid geven. „Een is officieel bevestigd. Een vogel bij Makkum.”
‘Leuk is het niet’
Als vrijwilliger op de dierenambulance doodt Korst de zieke vogels soms ook. „Het is natuurlijk niet waarom ik bij de dierenambulance zit. Maar ik zie het maar als hulp. Als daardoor de resterende vogels niet worden besmet. Maar leuk is het niet.”
Rinaldo Korst, vrijwilliger bij de Fûgelpits in Moddergat en de dierenambulance, ruimt een dode knobbelzwaan bij Eanjum op. Foto: Marcel van Kammen