In Groningen en Drenthe leven ongeveer 520 bevers. Bron: DVHN
In de provincie Groningen zijn de afgelopen maanden vijf bevers afgeschoten. De dieren verbleven in een gebied waar ze een ernstig gevaar voor de waterveiligheid vormen.
„Leuk is het niet”, zegt beverconsulent Cindy de Jonge over het afschieten van de bevers. „Maar als we draagvlak willen houden voor de bevers ontkomen we er niet aan dat soms drastische maatregelen nodig zijn.”
De Jonge houdt namens de provincies Groningen en Drenthe de ontwikkeling van de beverpopulatie in de gaten en kan ingrijpen als er gevaarlijke situaties dreigen te ontstaan.
In beide provincies zwemmen bijna 570 van deze grote knagers rond. De verwachting is dat de populatie nog flink zal groeien en dat de bevers zich verder zullen verspreiden. Maar ze zijn niet overal even welkom.
beverconsulent Cindy de Jonge. Eigen foto
Beverbeheerplan
Bevers kunnen een bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Zo kunnen ze door het bouwen van dammen de waterstand verhogen, waardoor andere dieren- en plantensoorten een zetje krijgen. Maar ze kunnen door hun natuurlijke gedrag ook knaagschade aanrichten in tuinen en parken. En ze vormen een gevaar voor de waterveiligheid in lager gelegen gebieden.
Door het gegraaf van bevers in oevers en dijken kunnen overstromingen ontstaan. In Groningen en Drenthe is daarom sinds 2021 het zogeheten beverbeheerplan van kracht. Doel is het beschermen van de beverpopulatie, maar er staat ook in hoe er kan worden ingegrepen als er onoverkomelijke risico’s dreigen.
Groene, oranje en rode zone’s in het beverbeheerplan. Beeld: provincie Groningen
Het verspreidingsgebied in beide provincies is verdeeld in drie zones: rood, oranje en groen. In de groene gebieden wordt de bever geen strobreed in de weg gelegd. In de oranje gebieden mogen bevers zijn, maar worden ze scherp in de gaten gehouden. De rode zone in de provincie Groningen is een no-go-area voor de beesten. Het zijn de lager gelegen gronden die onder water kunnen komen te staan als bevers gaan graven in smalle waterkeringen.
Geen alternatief leefgebied meer te vinden
In het beheerplan staat omschreven dat bevers in de rode zone verplaatst moeten worden naar een groen gebied. Dat gebeurde vanaf 2021 dertien keer. Het gaat in alle gevallen om jonge dieren die op zoek zijn naar een eigen leefgebied.
Een bever in het Oldambtmeer was in juli 2025 de laatste die gevangen werd. Het dier verhuisde naar de Ruiten Aa in Westerwolde. Dat was destijds de laatste ‘groene’ locatie waar nog ruimte was om een bever te herhuisvesten. Voor alle bevers die daarna de rode zone binnengaan is geen alternatieve plek meer te vinden. Het enige dat dan nog rest is het uiterste middel: afschot.
Close-up van de gevangen bever in het Oldambtmeer. Foto: Waterschap Hunze en Aa's
„Het is een politieke keuze”, zegt De Jonge. „Hoeveel ruimte willen we de bever geven? Hoeveel geld willen we besteden aan het beschermen van oevers en dijken, bijvoorbeeld met bevergaas zodat de knagers geen gangen en gaten kunnen graven op plekken waar de waterveiligheid in gevaar kan komen?”
Schieten in de kooi
Dat doden gebeurt door daartoe bevoegde medewerkers van de waterschappen. De bever moet eerst worden gevangen. Dat klinkt simpeler dan het is, want soms kost zo’n operatie de grootst mogelijk moeite. Eenmaal in een kooi sterft de bever na een goed gericht schot. „Daar merkt het dier niets van”, zegt De Jonge. De vijf bevers die tot nu toe werden afgeschoten werden gevangen in de buurt van de stad Groningen en Winschoten.
Het doden is geen structurele oplossing, staat in het beverbeheerplan: de lege plek die een gevangen dier achterlaat wordt waarschijnlijk snel door een andere bever ingenomen. Het zal dan ook niet bij vijf gedode dieren blijven.
Noord-Nederland loopt niet voorop met het afschieten van bevers. In Limburg ziet de overheid zich al langer genoodzaakt naar het uiterste middel te grijpen. Daar zijn inmiddels honderden bevers afgeschoten.