Roeken nestelen zich vlakbij elkaar in grote kolonies. Dit zorgt op veel plekken voor grote overlast. Foto: Archief DvhN
De roek rukt op. Tenminste, zo lijkt het. Afgelopen jaar zorgden kolonies voor lawaai en onder gepoepte auto’s in onder meer Emmen, Leek en Veendam. Hoe gaat het eigenlijk met de beschermde vogelsoort?
„Geen park, maar een schijtplek”, noemt Tim Smit (43) het grasveld achter zijn huis aan de Jakob Bruggemalaan in Veendam. „Niemand wil daar zitten.” De boosdoeners zijn roeken, kraaiachtige vogels. „Het naastgelegen winkelcentrum Autorama steekt er flink wat geld en moeite in om het winkelgebied netjes te houden, maar in het park erachter blijft de kak liggen.”
Veendam is niet de enige plek waar de beesten al jaren voor overlast zorgen door hun poep en – vooral in het broedseizoen – eindeloze gekraai. „Zodra de zon opkomt, begint het lawaai en dat houdt de hele dag aan. En dan hebben we het nog niet eens over de troep die ze achterlaten. Alles zit onder de vogelpoep: stoepen, auto’s en speeltoestellen in de speeltuin. Mensen kunnen niet eens hun was buiten ophangen”, zei een inwoner uit Emmen afgelopen april tegen Dagblad van het Noorden. Ook inwoners uit onder meer Eelde, Appingedam, Leek en Oudeschans deden dit jaar hun beklag.
Gemeenten kunnen niet veel doen, want de roek is beschermd. Niet alleen in het broedseizoen, maar het hele jaar door is het verboden de vogels weg te jagen, verstoren of af te schieten. Waarom eigenlijk? En hoe is de overlast toch tegen te gaan?
‘Sommige westerlingen hebben nog nooit een roek gezien’
In Groningen gaat het inderdaad best goed met de roek, zegt vogelkundige Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland (die de combinatie van zijn achternaam en expertise volledig heeft omarmd). In 2024 broedden er naar schatting zo’n 6000 roeken in de provincie, een verdubbeling sinds 2006. „Vermoedelijk speelt de kleigrond een rol. Daar zitten veel larven in die roeken graag eten.”
Ook in Drenthe is na een gestage daling in het aantal broedroeken weer een stijging te zien, van zo’n 8000 in 2016 naar zo’n 10.000 in 2024.
Landelijk daalt de populatie echter nog altijd. „In het noorden en oosten zijn het er naar verhouding best wat, maar sommige westerlingen hebben nog nooit een roek gezien.”
Naar schatting zijn er totaaltussen de 56.000 en 59.000 roeken die in Nederland broeden. Dat aantal steeg nog tot het begin van deze eeuw, maar sindsdien nam de populatie met zo’n 30 tot 40 procent af. Tel je ook de vogels mee die in Nederland overwinteren, gaat het al helemaal bergafwaarts. „Sinds 1985 daalt het aantal gestaag met zo’n 5 procent per jaar.” Vermoedelijk vinden de Oost-Europese roeken Nederland te warm om hier te overwinteren.
Roeken hebben wel degelijk nut
Is het erg als er steeds minder of uiteindelijk geen roeken meer zijn? Die vraagt krijgt Roeke veel. „Een egoïstische vraag, vind ik. Wat is het nut van de mens?” Het verbaast hem dat mensen de neiging hebben de natuur naar hun hand te zetten. „Het hoort ook een beetje bij het landschap hè? De roek was al in Groningen voor het Groningen heette.”
Maar de roek is wel degelijk nuttig, is zijn korte antwoord. „Zelfs als je het puur economisch bekijkt. Het zijn ongediertebestrijders. Ze eten de larven die anders de gewassen van agrariërs zouden aanvreten.”
Het Hogeland werkt aan roekenbeheerplan
Ondanks de landelijke daling, stijgt het aantal roeken in het Noorden dus wel. Roeke: „Ik kan een mooi verhaal houden, maar dat neemt de overlast niet weg. Ze schreeuwen hard en poepen veel.”
Kunnen gemeenten en provincies dan niks doen? Toch wel. Als de overlast zodanig is dat de provincie oordeelt dat er iets moet gebeuren, mogen bomen worden gesnoeid of weggehaald. Ook kunnen er cilinders of omgekeerde trechters in de bomen worden geplaatst om te voorkomen dat de vogels er nesten bouwen. Dat gebeurde vorig jaar onder meer in Ten Boer.
De gemeente Het Hogeland werkt aan een roekenbeheerplan om de beesten te verjagen naar gebieden waar ze minder overlast veroorzaken, bijvoorbeeld aan de rand van een dorp. De gemeente Emmen opende dit jaar een speciaal meldingssysteem waar inwoners hun roekenklachten kwijt konden, om aan de provincie duidelijk te maken dat de overlast menens was. De gemeente trekt daarin samen op met andere Drentse gemeenten.
Of het op lange termijn gaat werken is nog maar de vraag. Roeke: „Roeken zijn erg trouw aan hun geboorteplek. Als bomen worden weggehaald, verspreiden ze zich over de rest van de wijk. In plaats van één locatie waar ze overlast veroorzaken, worden dat er dan misschien wel vijf of zes.”
‘Verdiep je in de roek’
Wat wél kan is een mooie kerstgedachte. „Accepteren.” En misschien kunnen mensen zich eens verdiepen in de vogel, zegt Roeke. „Als je de geschiedenis en de vogel beter begrijpt, ga je ze vanzelf waarderen.”
Op de valreep
Dit is het vierde deel in de serie Op de valreep. In 10 verhalen blikken we terug op 2025 en kijken alvast vooruit naar 2026.
Gezamenlijke roekenplannen
Willen gemeenten overlast van roeken tegengaan, dan is een vergunning van de provincie nodig. Een vereiste daarvoor is een roekenbeheerplan: een plan waarin staat beschreven hoe de roeken verjaagd worden en waar ze wel ruimte krijgen om zich te vestigen. Netto mag de populatie er niet op achteruit gaan. De provincie Groningen is dit jaar een overleg opgestart met als doel gemeenten te laten samenwerken aan gezamenlijke roekenbeheerplannen, omdat roeken zich niet aan gemeentegrenzen houden.