De fabrieken van Nedmag, Strating en Solidus willen waterstof bijmengen in hun aardgasinstallaties. Op de foto de fabriek van Nedmag in Veendam. Foto: Ronnie Zeemering
Zoutfabrikant Nedmag, steenfabriek Strating en kartonfabriek Solidus willen hun bedrijven vanaf 2029 deels laten draaien op waterstof. Samen met netbeheerder Enexis en energiebedrijven Eurus Energy en Resilient Hydrogen werken ze aan een lokaal waterstofnetwerk in Oost-Groningen.
Daarmee zetten de bedrijven een eerste concrete stap naar een groter regionaal waterstofnetwerk in Oost-Groningen. Daar wordt door negen bedrijven met veertien productielocaties in het gebied al langer aan gewerkt.
Het project met de naam Startmotor moet zorgen voor het verlagen van de CO2-uitstoot van de bedrijven. Afhankelijk van de beschikbaarheid van zon- en windenergie zal de uitstoot van de bedrijven naar verwachting in eerste instantie met zo’n 3,5 procent worden teruggebracht. In de jaren na de ingebruikname willen de partijen dat verder verlagen.
Waterstof bijmengen
De energiebedrijven gaan wind- en zonne-energie omzetten naar waterstof. Die wordt via een 10-kilometerlange waterstofleiding van Nedmag in Veendam naar Strating en Solidus in Oude Pekela vervoerd. De bedrijven kunnen de waterstof bijmengen in hun bestaande aardgasinstallaties en daardoor gas besparen.
Andere vormen van verduurzaming zijn voor de industriële bedrijven moeilijk te realiseren. Zo kunnen Nedmag en Strating niet elektrificeren vanwege de hoge temperaturen in hun processen. Biogas is nog onvoldoende beschikbaar. Solidus zou in theorie over kunnen op elektriciteit, maar kan pas medio jaren dertig een zwaardere elektriciteitsaansluiting krijgen.
Niet afhankelijk van waterstof
Is er geen zon en wind? Dan blijven de bedrijven op aardgas draaien, zoals ze nu ook doen. „Daarmee voorkomen we dat de bedrijven direct afhankelijk worden van waterstof”, legt Richard van As-Jacobsson van Resilient Hydrogen uit. „Er wordt gekozen voor een kleine eerste stap met lage initiële kosten en risico’s. Daardoor kan het project sneller gerealiseerd worden. Vervolgens kunnen we leren en opschalen, om de uitstoot verder te reduceren.”
In de toekomst willen de bedrijven het lokale waterstofnetwerk aansluiten op de nog te realiseren waterstofopslag in Zuidwending en de nog aan te leggen hogedruktransportleiding voor waterstof in de provincie.
Over het tracé zijn de partijen in gesprek met de gemeenten Veendam en Pekela, de provincie Groningen, veiligheidsregio’s en de omgevingsdiensten. Inwoners worden in een later stadium ook betrokken.
Publieke subsidies cruciaal
De betrokken bedrijven hopen het netwerk in 2029 in gebruik te kunnen nemen. Cruciaal daarvoor zijn publieke subsidies. Die zijn nog niet toegezegd. „Komen er geen subsidies, dan moeten we heroverwegen of we dit kunnen doen”, zegt Van As-Jacobsson. „Dat klinkt misschien cru, maar vergeet niet dat alle infrastructuur in Nederland is aangelegd met publiek geld.”
De kosten voor het project zijn nog niet bekend, maar zullen volgens Van As-Jacobsson al snel richting miljoenen gaan. Het grootste deel daarvan is nodig voor het aanleggen van de infrastructuur. De bedrijven zullen zelf ook investeren. Hoeveel is nog niet bekend. „We zijn nog bezig met het in kaart brengen van alle kosten.” De partijen hopen de financiën en de verdeling van de kosten voor de zomer rond te hebben.