Koos van Huis van Voedselbank Groningen in de winkel aan de Ulgersmaweg. Foto: DVHN
Steeds meer Nederlanders doen een beroep op de voedselbank, blijkt uit jaarcijfers van Voedselbanken Nederland. Ook de stad Groningen noteert een stijging van het aantal klanten. Maar de voedselbanken in het Ommeland zien juist een daling. Hoe kan dat?
Om klokslag half een is de laatste bezoeker verdwenen uit de winkel van de Voedselbank in Groningen. Direct daarna gaan de vrijwilligers aan de slag: de voorraden in de koelingen en de schappen worden bijgewerkt voor de dag van morgen. Ook dan is het hier weer druk met mensen die het niet breed hebben.
De voedselbank aan de Ulgersmaweg helpt per 1 juni van dit jaar 604 huishoudens de eindjes aan elkaar te knopen. Dat zijn er bijna 50 meer dan in juni 2025. Groningen loopt hiermee in de pas van het landelijke beeld. Uit dinsdag gepresenteerde cijfers van Voedselbanken Nederland blijkt dat er vorig jaar 155.600 mensen hulp kregen van de Voedselbank, 7,5 procent meer dan in 2024.
‘Toename is zorgwekkend’
„De toename van de armoede in een welvarend land als Nederland is zorgwekkend”, stelt Henk Staghouwer, voorzitter van Voedselbanken Nederland in het jaarverslag. Hij ziet steeds vaker werkende armen, zzp’ers en AOW’ ers zonder aanvullend pensioen bij een van de 181 voedselbanken aankloppen.
Koos van Huis is een van de ongeveer 165 vrijwilligers in Groningen. Hij is verantwoordelijk voor het inzamelen van goederen bij supermarkten. „Dat wordt steeds lastiger, omdat winkels de producten die nog maar kort houdbaar zijn nu zelf met korting verkopen.”
De voedselbank wordt daardoor meer afhankelijk van giften waarmee levensmiddelen kunnen worden aangeschaft. „Ons streven is om alle onderdelen van de schijf van vijf te kunnen aanbieden. Dat willen we blijven doen, ook nu het drukker wordt.”
Kratten gevuld met voedingsmiddelen. Foto ter illustratie. Foto: archief Mediahuis
Wat zijn de oorzaken?
De oorzaken van de toegenomen armoede? „Het overheidsbeleid”, zegt Staghouwer. „Kijk bijvoorbeeld naar de ingrepen in het kindgebonden budget en het minimumloon.”
Vrijwilliger Geoffrey in Groningen vult Staghouwer moeiteloos aan: „De inflatie, de oorlogen in het Midden-Oosten en Oekraïne en Rusland”, somt hij op, terwijl hij een met pakken vla en yoghurt gevulde pallet voortduwt. „Ik zie hier ook steeds meer klanten met de fiets komen, omdat benzine niet meer te betalen is.”
Opmerkelijk verschil
Opmerkelijk is de kloof tussen Stad en Ommeland.
Noteert de voedselbank in Groningen meer klanten, elders in de provincie blijven ze juist weg. „Wij hebben te maken met een daling”, stelt coördinator Bert Hoorn van Voedselbank Het Hogeland in Winsum. „Per 1 januari hadden we 97 huishoudens, nu zijn het er nog 80. Hoe dat kan? Geen flauw idee.”
De Voedselbanken Eemsdelta in Delfzijl en Oldambt in Winschoten hebben de laatste jaren - met respectievelijk gemiddeld 150 en 200 klanten - geen echte groei gezien.
De Voedselbank Midden-Groningen in Hoogezand noteert een daling. „We hebben tussen de 200 en 250 klanten”, zegt voorzitter Adriaan van Bergen. „Twee jaar geleden zaten we nog boven de 400 gezinnen.” Ook hij weet niet wat de oorzaak is van de daling. „We hebben studenten van de Rijksuniversiteit Groningen gevraagd daar onderzoek naar te doen.”
Ook elders is sprake van een tweedeling
Staghouwer ziet ook elders in Nederland een tweedeling tussen stedelijke gebieden en het platteland. „Het heeft misschien te maken met de sociale opbouw. Dat mensen in de dorpen in financiële nood eerder naar familie of de kerk stappen voor hulp, dan dat ze naar de voedselbank gaan.”