De bunker in het zuidoosten van Haren. Foto: Jaspar Moulijn
Vreemd, denkt een lezer tijdens een fietstocht. Ze ziet een overwoekerde betonnen ruïne. Een bunker, vermoedt ze. Maar wat doet zo’n ding aan de rand van het vredige Haren?
Warempel, het klopt.
Een lezer heeft een week eerder gemaild met de vraag of het klopt dat er een vergeten bunker aan de rand van Haren staat. Pal langs de spoorlijn Groningen-Assen, schuin tegenover de kassen van een orchideeënkweker. Ze had het gevaarte opgemerkt tijdens een fietstocht en vraagt zich af welk verhaal erachter schuilt.
Eronder, beter gezegd.
En inderdaad. Op de beschreven plek, half verscholen achter wat struikgewas, is een stenen trap zichtbaar. En, iets verder naar boven, ontegenzeggelijk de contouren van een bunker.
Het hek zit op slot. Prikkeldraad aan weerszijden.
Eigen terrein. Verboden toegang.
Maar toch.
Het hek is niet hoog.
,Ik zou het niet doen”, zegt een oudere man, die net passeert met zijn bordercollie. „Er is toch niks te zien. Ja, een smerige bende. Als u geïnteresseerd bent in de geschiedenis, kunt u beter naar de Rijksstraatweg gaan. Daar staat een grote bunker uit de Tweede Wereldoorlog. En die is nog steeds in gebruik.”
Commandobunker uit de Tweede Wereldoorlog
Meneer met de bordercollie heeft gelijk. We weten dat Haren nóg een ondergrondse schuilplaats rijk is. De Duitse commandobunker bij de Esserberg aan de Rijksstraatweg, aan de rand met Groningen, is aanmerkelijk bekender. De zogenaamde 608-bunker had tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke commandofunctie.
We bellen oud-politieman Sipke de Wind uit Leek. Hij schreef een boek over de bevrijding van Groningen en weet veel over de bewuste bunker. „Een aantal hoge bestuurlijke Duitse militairen was gehuisvest in grote villa’s aan de Rijksstraatweg”, weet De Wind.
Beducht voor het nieuwe en rode gevaar werd de bunker begin jaren vijftig omgebouwd tot commandopost van de Bescherming Bevolking (BB). Het betonnen bouwwerk is nog steeds in gebruik. Achter de dikke muren huist tegenwoordig zowel de Bond van Wapenbroeders als Veterans MC Northcrew, een motorclub.
Van buiten is het ontegenzeggelijk een indrukwekkende bunker.
Gezellig is anders.
De verbouwde 608-bunker uit de Tweede Wereldoorlog. Foto: Jaspar Moulijn
Maar de tijd heeft hier niet stilgestaan. Bij de vervallen bunker langs de spoorlijn wel. En daar weten we nog vrijwel niets over.
Sipke de Wind is op de hoogte van het bestaan van de bunker waar wij bovenmatig geïnteresseerd in zijn. Hij is evenwel gespecialiseerd in de Tweede Wereldoorlog.
„U doelt op een bunker uit de Koude Oorlog. Smerige bende daar. Er is brand gesticht, afval gedumpt. Niks aan. Weet u wat veel interessanter is? Een paar honderd meter verder, aan de achterkant van zwembad Scharlakenhof, is een klein bos. Daar liggen oude Duitse loopgraven. Als je goed kijkt, zie je de zigzagstructuur nog.”
Wie waren uitverkoren om te overleven?
Het is duidelijk. Meneer De Wind wandelt bij voorkeur over zijn eigen slagveld. Gelijk heeft-ie. Ieder z’n oorlog. En het zigzagspoor uit ‘40-‘45 is zonder meer een fijne bijvangst. Maar nog steeds weten we niet bijster veel over de vage bunker langs het spoor, die klaarblijkelijk iets van doen heeft met de Koude Oorlog.
Welke Harense uitverkorenen mochten ondergronds overleven als de bom viel? Wie waren de designated survivors, zogezegd?
We bellen met Raphaël Smid, een bunkerexpert van de Stichting Menno van Coehoorn, een landelijke vrijwilligersorganisatie die zich inzet voor behoud en bescherming van historische verdedigingswerken in Nederland.
„Een bunker in Haren, zegt u?”, herhaalt Smid de vraag vanuit vestingstad Gouda. „Even uit mijn hoofd: u doelt op die commandobunker uit de Tweede Wereldoorlog? Of die uit de Koude Oorlog bij het station?”
Huh? Station? Waar heeft Smid het over? De bunker waar wij het op doelen staat in het uiterste zuidoosten van Haren, zeker een paar kilometer verwijderd van het station.
Wacht even. Is er dan nóg een bunker?
Smid toont een onlinekaart, waarop al het Nederlandse erfgoed van de Koude Oorlog te zien is. En inderdaad: in Haren licht de kaart drie keer op. Óók bij het station.
De locatie van de bunker bij het station in Haren. Foto: Jaspar Moulijn
„Kijk”, zegt Smid, die nu pas net op stoom begint te komen. Als je goed luistert, kun je bijna horen hoe de liefhebber aan de andere kant van de lijn in zijn handen wrijft.
„De bunker bij het station is in 1965 gebouwd als onderkomen voor de verkeersleiding van de NS. Het is een ABC-bunker, dus speciaal en luchtdicht ontworpen tegen atoom-, biologische- en chemische wapens. Dat wil zeggen: tegen de gevolgen van straling. Niet tegen een explosie zelf. Je zult de bunker vast amper kunnen zien. Hij is vrijwel opgegaan in het landschap.”
Maar onze zoektocht begon bij de vervallen bunker in het zuidoosten van Haren. Hoe zit het daar dan mee?
„Ook die bunker was bedoeld als onderkomen voor NS-personeel”, weet Smid. „Hij is tien jaar later gebouwd, in 1975. Een lichtere variant van de bunker bij het station, zo te zien.”
‘Straks staan die Russen ineens op de stoep’
Smid is al zo’n twintig jaar zeer actief als het om verdedigingserfgoed gaat. Lange tijd is hij een van de weinigen.
„Maar de Oekraïne-oorlog was nog niet uitgebroken of ik had de ene na de andere gemeenteambtenaar aan de lijn. Ze wilden allemaal weten waar hun bunkers waren. Want straks staan die Russen ineens op de stoep. Die oude reflex.”
En waarom is de bunkerdichtheid in Haren dan zo hoog? In enigszins vergelijkbare dorpen in de omgeving is vaak geen enkele schuilplaats te vinden.
Je gaat je bijna afvragen: op welk bloedig strijdtoneel is Haren ooit bijna beland?
„Goede vraag”, zegt Smid. „U moet het zo zien. Het is geen toeval dat beide bunkers uit de Koude Oorlog in Haren langs het spoor staan. Als het daadwerkelijk tot oorlog was gekomen, was de NS essentieel geweest voor het vervoer van de troepen en transport. Groningen had en heeft tenslotte een belangrijke functie met bijvoorbeeld de haven in Delfzijl. En wat dacht u van de Eemshaven? Dat is nog steeds een potentiële landingsplek voor NAVO-troepen.”
Helder. Haren speelde in zekere zin een sleutelrol op het wereldtoneel. En zijn de bewuste bunkers ook daadwerkelijk gebruikt?
„Jazeker. Godzijdank niet in oorlogssituaties, die hebben we immers niet gekregen. Maar er was wel een plan. De bunker is zo ingericht dat-ie snel operationeel kon worden. Er lag dus waarschijnlijk voedsel in blik. Verder zal het een kale boel zijn geweest. Men ging destijds uit van een aanlooptijd om de bunkers in te richten. Het was niet zo dat de bom elk moment dreigde te vallen.”
De vraag die rijst is natuurlijk: hebben we nog wat aan de bunkers als de wereld verder ontploft?
„Maak je maar geen illusies”, zegt Smid. „Verreweg de meeste bunkers in Nederland, waaronder dus die in Haren, verkeren in verschrikkelijk slechte staat. Ze zijn sinds de val van de Sovjetunie, toen het gevaar geweken was, niet onderhouden. De machines die de lucht filterden en zuiverden werken niet meer. Om over al het vandalisme nog maar te zwijgen.”
Deel van de bunker bij het station in Haren. Foto: Jaspar Moulijn
Terug naar de vervallen bunker aan de rand van Haren. Zou je überhaupt nog binnen kunnen komen?
„Dat valt te bezien”, zegt Smid. „De vraag is vooral of je het moet willen. Tuurlijk, als je in zo’n bunker gaat zitten en je trekt een luik of deur achter je dicht, heb je nog steeds een zekere bescherming. Maar als er een bom op zou vallen, blijft er weinig van over. Al is dat altijd zo geweest.”
Smid is blij met de aandacht voor de bunkers en neemt alle tijd. Hij pleit voor beter behoud van erfgoed uit de Koude Oorlog.
„Los van de huidige geopolitieke situatie die momenteel erg ongemakkelijk is: het einde van de Koude Oorlog is inmiddels 35 jaar geleden. Ik snap dat je echt niet niet alles uit die tijd kunt bewaren. Maar het zou goed zijn om beter te zorgen voor het erfgoed dat er nog is.”