Aghyad al-Sherfawi kwam als vluchteling naar Nederland en is nu sociaal ondernemer. Foto: Corné Sparidaens
Met een vertrekpremie van 5.000 euro moedigt het Rijk Syriërs aan om terug te keren. Maar willen én kunnen zij dat ook? Twee Syriërs, twee keuzes: Aghyad (31) blijft in Groningen, Ahmad (56) kiest voor Syrië. „Ik moest met eigen ogen zien of alles nog bestond.”
Op 8 december is het een jaar geleden dat het Assad-regime viel, na ruim 13 jaar oorlog. Het demissionaire kabinet vindt dat Syriërs inmiddels kunnen terugkeren. Om dat te stimuleren is de tegemoetkoming voor vrijwillige terugkeer verhoogd naar 5.000 euro voor volwassenen en 2.500 euro voor minderjarigen, plus een vliegticket.
Maar de afweging om te blijven of te vertrekken is voor iedereen anders. Dat geldt ook voor Aghyad al-Sherfawi (31) en Ahmad al-Hosain (56). Aghyad was 21 toen hij in 2014 naar Nederland kwam. Inmiddels is hij ondernemer en geworteld in Groningen. Ahmad, hoogleraar, schrijver en tv-presentator in Syrië, vluchtte in 2013 met zijn gezin naar Nederland. Na de val van Assad wist hij: ‘Ik moet terug’.
Aghyad al-Sherfawi (31): ‘Groningen is de juiste plek voor mij’
10 jaar na zijn aankomst in Groningen noemt Aghyad al-Sherfawi (31) zichzelf ‘een oudkomer, geen nieuwkomer’. Hij is inmiddels Nederlands staatsburger, heeft een eigen bedrijf en is sociaal ondernemer: iemand die ondernemen combineert met maatschappelijke doelen. In wijkcentrum Floreshuis, een van zijn favoriete plekken in de stad, blikt hij terug op wat hij achterliet en wat hij hier opbouwde.
„Ik had geen leven meer in Syrië”, zegt hij over zijn vlucht. De oorlog maakte abrupt een einde aan zijn studie in Damascus. „Ik kon niets meer, niet eens de straat op.”
Aghyad al-Sherfawi kwam als vluchteling naar Nederland en is nu sociaal ondernemer. Foto: Corné Sparidaens
Samen met zijn zus en zwager besloot hij 11 jaar geleden te vluchten. Wat volgde was een tocht die hij nooit meer vergeet: weken wachten in de Libische woestijn, tussen smokkelaars met wapens en drugs. „Tot op een ochtend de smokkelaar zei: ‘Het is tijd.’ We stapten op een bootje richting Italië. Zo begon mijn leven in Europa.”
Ooit dacht hij aan terugkeren, maar dat ligt nu anders. Syrië is veranderd en zijn leven is nu hier.
‘Wie vertrouwt een Syriër een vliegtuig toe?’
„Ik voelde me echt een alien op straat in Groningen”, vertelt Aghyad over zijn eerste jaren in de stad. „Mijn kleding, mijn zwarte baard: je zag aan alles dat ik geen Nederlander was, maar een vluchteling.”
Hij droomde ervan piloot te worden, maar stelde zijn toekomstplannen bij. „Ik dacht: wie vertrouwt een Syriër een vliegtuig toe in de tijd dat Islamitische Staat opkwam in mijn thuisland? Dus koos ik iets dat wél haalbaar was: bedrijfskunde.”
Tijdens zijn studie aan de Hanzehogeschool begon hij het bedrijf Consul-Tech, waarmee hij trainingen geeft aan nieuwkomers over communicatie, cultuur en werken in Nederland.
Aghyad traint nieuwkomers in Nederland. Foto: Corné Sparidaens
‘Ik heb hier meer opgebouwd dan daar’
Enkele jaren geleden dacht Aghyad nog serieus aan terugkeer. Iemand moest het land weer helpen opbouwen, dacht hij toen. Inmiddels voelt dat anders. „Ik heb hier meer opgebouwd dan ik ooit in Syrië had. En als ik terugga, herken ik het land niet meer. De cultuur, het denken, de economie, alles is veranderd.”
Ook vindt hij de toekomst nog te onzeker: de nieuwe regering staat nog in de kinderschoenen. „Niemand weet wanneer het stabiel wordt.”
De uitdagingen in Syrië
Sinds de val van het Assad-regime op 8 december 2024 staat Ahmed al-Sharaa aan het hoofd van Syrië. Hij was eerder leider van de rebellengroep HTS en presenteert zich nu als gematigd leider voor alle Syriërs.
Het land bevindt zich in een kwetsbare overgangsfase. Hoewel het grootschalige geweld is afgenomen, zijn er lokaal nog uitbarstingen en blijven spanningen tussen bevolkingsgroepen bestaan. Het dagelijks leven is voor veel mensen onzeker door gebrekkige infrastructuur, beperkte voorzieningen en een zwakke economie.
Wanneer hij hoort dat Nederland de terugkeerpremie heeft verhoogd, fronst hij. „5.000 euro is echt niks. Daarmee kun je niet opnieuw beginnen. Het leven in Syrië is zó duur.” Volgens Aghyad is dat bedrag hooguit genoeg voor enkele maanden vaste lasten. „Die lasten zijn zo’n 1.000 euro per maand voor een gezin, terwijl salarissen soms maar 100 of 200 euro bedragen.”
Vooral voor mensen die hier nog weinig hebben opgebouwd en alles hebben verkocht om te vertrekken, stelt de regeling volgens hem weinig voor.
Aghyad al-Sherfawi voelt zich half Syriër, half Nederlander. Groningen is zijn thuis. Foto: Corné Sparidaens
Als oudste zoon zou hij in Syrië het familiebedrijf kunnen overnemen, maar Aghyad voelt dat hij daar niet meer past. „Mijn familie heeft de grootste koekjesfabriek van Syrië. Maar ik kan niet meer werken op de manier waarop het daar gaat. Hier heb je duidelijke regels: stap 1, stap 2, stap 3. Daar gaat nog veel onder de tafel. Ik kan daar niet meer mee omgaan.”
Als hij vooruitkijkt, ziet hij zijn toekomst in Nederland. „Ik voel me nog altijd een beetje tussen wal en schip: niet meer helemaal Syrisch, maar ook nog niet volledig Nederlander. Toch zie ik mijn plek hier. Ik weet niet waarom God Groningen voor mij heeft uitgekozen”, zegt hij met een glimlach, „maar het is de juiste plek voor mij.”
Ahmad al-Hosain (56): ‘Ik wil deze historische tijd in Syrië meemaken’
Ruim 3.700 kilometer verderop neemt Ahmad al-Hosain (56) opgewekt de telefoon op. Hij woont sinds een half jaar weer in Damascus. Via een soms haperende verbinding — „sorry, het internet is hier nog 3G” — vertelt hij over zijn nieuwe leven in Syrië. Jarenlang woonde hij met zijn vrouw en drie kinderen in Nederland, maar kort na de val van Assad besloot hij terug te keren.
In Syrië werkte hij als schrijver, hoogleraar Arabische taal en literatuur en als bekende tv-presentator. Onder het Assad-regime werd hij steeds verder beperkt in zijn werk. „De veiligheidsdiensten dicteerden welke programma’s ik moest maken. Dat weigerde ik”, zegt Ahmad. Toen ook zijn huis werd gebombardeerd, vertrok het gezin. „We moesten een veilig plekje zoeken voor onze kinderen. Dat was het belangrijkste.”
Ahmad al-Hosain met zijn 100-jarige moeder in Syrië. Eigen foto
Ahmad kwam in 2013 met zijn gezin via Ter Apel Nederland binnen. In de jaren die volgden woonde en werkte hij op verschillende plekken in het land en zette hij een eigen bedrijf op. Toch bleef het verlangen naar Syrië groot, vooral omdat hij zijn moeder had moeten achterlaten.
„Mijn moeder is 100. Ik had haar al jaren niet gezien”, vertelt hij. „Toen het regime viel, dacht ik: als ik nu niet ga, zie ik haar misschien nooit meer.”
‘Baba, dit is moeilijk voor ons’
Hij besprak zijn besluit met zijn inmiddels volwassen kinderen. „Ik zei: ons land is bevrijd, we moeten zo snel mogelijk terug.” Maar zij aarzelden. „‘Baba, dit is moeilijk voor ons’, zeiden ze. ‘Wij zijn hier opgegroeid, studeren en werken hier, hebben hier een netwerk. Wij bouwen ons leven hier op. Voor jou is het anders.’”
Ahmad besloot alleen terug te gaan; zijn vrouw en kinderen bleven in Nederland. Een week na de val van Assad reisde hij af om zijn moeder op te zoeken. Afgelopen juli verhuisde hij definitief. De eerste dagen in zijn thuisland voelden onwerkelijk, vertelt hij. „Ik kon het niet geloven. Ik dwaalde eindeloos door de straten van Damascus, langs plekken uit mijn jeugd. Ik moest met eigen ogen zien of het allemaal nog bestond.”
Ik dwaalde eindeloos door de straten van Damascus. Ik moest met eigen ogen zien of het allemaal nog bestond.”
Ahmad zag na elf jaar zijn moeder weer. „Ik zei tegen haar: ik ben er echt, mama." Eigen foto
‘Ik wil deze historische tijd meemaken’
Ondanks de uitdagingen in Syrië probeert Ahmad weer een bestaan op te bouwen. „Ja, er zijn hier problemen: er is weinig elektriciteit, weinig voorzieningen en het internet is niet altijd goed”, zegt hij. „Maar de situatie kan ook niet in 1 jaar veranderen. Het wordt beter, en het belangrijkste is dat de Syriërs weer hoop hebben. Dit is een historische tijd en die wil ik meemaken.”
In Syrië liet Ahmad zich al snel weer publiekelijk zien. Hij deelt beelden van zijn nieuwe leven op sociale media, verschijnt weer op televisie en vertelt over de kansen die hij ziet voor Syrië. Ook geeft hij weer weer les aan de universiteit en is voorzitter van het Syrische schrijversgilde.
Als hij door de straten van zijn stad wandelt, hoort hij allerlei talen om zich heen: Duits, Nederlands, Turks. Auto’s met buitenlandse kentekens rijden voorbij. Het zijn Syrische vluchtelingen die, net als hij, zijn teruggekeerd of voor even terug zijn.
Hij begrijpt dat de jongere generatie andere keuzes maakt. „Mensen die ouder waren toen ze vluchtten, hadden al een leven en herinneringen in Syrië. Jongeren hebben die band vaak minder. Maar voor hen liggen hier ook kansen. Alles moet opnieuw worden opgebouwd, en de ervaring die zij uit het buitenland meebrengen kan daarbij helpen.”
790 Syriërs teruggekeerd
Tot november dit jaar keerden 790 Syriërs met hulp van de overheid vrijwillig terug, blijkt uit cijfers van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV). Het ging om mensen die nog in de asielprocedure zaten, een verblijfsvergunning hadden of een vertrekplicht opgelegd kregen. Wie gebruikmaakt van de regeling moet een verklaring tekenen: dat hij of zij afstand doet van de verblijfsstatus, zonder mogelijkheid om terug te keren naar Nederland.
Ahmad al-Hosain, die ook de Nederlandse nationaliteit heeft, hoefde zo’n verklaring niet te tekenen en kon zelfstandig vertrekken — net als iedere andere Nederlander die naar het buitenland verhuist. Hoeveel genaturaliseerde Syriërs dit deden, is niet bekend.