Kunstenaar Albert Geertjes en Peter de Kan voor het door hen ontworpen hek. Foto: Corné Sparidaens
Albert Geertjes snapt het niet. Via via, nooit rechtstreeks, kreeg hij door dat de door hem vormgegeven hekken verdwijnen die nu nog ’s nachts letterlijk de zeikerds weren uit de onderdoorgang van de Martinitoren. Alsof daar geen weldoordacht idee achter zat.
Nee, zie het niet als hekken, zegt Albert Geertjes, kunstenaar uit Eelderwolde, als hij op de vrijdagochtend samen met collega-vormgever Peter de Kan ter plekke een lans komt breken voor zijn werk. ,,’s Nachts fungeren ze als hekken, maar het zijn toegangspoorten.”
De dunne spijlen ervan buigen aan de top met een subtiel gothisch knikje. Ze doen bewust denken aan orgelpijpen, binnen in de Martinikerk. Onder elk van die knikjes zit verlichting. Als niemand ze vergeet aan te doen, zoals bij een bezoek van Willem-Alexander en Máxima, bieden ze een sierlijk beeld. De boog die de spijlen aan de bovenzijde tezamen spannen, vormen een geheel met de ‘slappe’ boog van de stenenrij erboven. ,,En moet je nou lezen wat hier staat”, zegt Geertjes.
Het hek had ooit een belangrijke functie: wildplassers weren. Foto: Corné Sparidaens
Hij slaat een rapport open van Van Hoogevest Architecten uit Amersfoort. Dat kreeg van de gemeente Groningen de opdracht voor een plan om de hoofdentree van de Martinikerk onder de toren te maken. ,,Kijk, ‘vijandige architectuur’. Zo luidt het vonnis over mijn toegangspoort in dat ontwerp. Vijandig! Het idee van dat bureau bestaat uit hoge glazen toegangsdeuren op die plek. Nou, zo wordt het dus net een doorzonkantoor.”
Hoezo functioneert de zijingang niet?
Wat niet wil zeggen dat de gemeente hier definitief voor kiest. Ze broedt nog op uitwerking en financiering. De hoofdentree op die plek is een wens van zowel het stadsbestuur als de Stichting Martinikerk. Uitnodigend, denken ze. En dan zijn metalen spijlen als afweermiddel niet genoeg. Want het Schnitgerorgel behoeft blijvende bescherming tegen de ontregelende invloed van de buitenlucht. Nu is deze gegarandeerd door een glazen wand achter de huidige toegang op die plek. De entree wordt sinds jaren alleen gebruikt bij de opening van het Academisch Jaar. En bij een bezoek van iets Hoogs als de koning.
,,Maar waarom zou de huidige zijingang niet functioneren?”, zegt Geertjes. ,,Die werkt toch prima? Wij hebben daar indertijd een glazen paviljoen voor ontworpen. Vonden ze te duur.” Wij, dat zijn hij en Peter de Kan, die samen rond het jaar 2000 een plan presenteerden om de Martinitoren meer cachet te geven, een plan dat daadwerkelijk is uitgevoerd. Inclusief een vanaf dat moment informatieve beklimming, bedacht door De Kan, net als bovenin een grote glazen ruit die zicht biedt op de stenen ‘olifantsruggen’, de sluitstenen van de ronde gewelven in de kerk.
De pijpen zijn een verwijzing naar het orgel. Foto: Corné Sparidaens
In de opdracht van destijds stond ook een nachtelijke afsluiting van de onderdoorgang. Geertjes: ,,Elke ochtend om zes uur kwam er een schoonmaakploeg om de urine en de bijbehorende stank te verwijderen. Ons werk moest een einde maken aan het pissen en ook aan het vozen onder de toren.” De buitenste spijlen functioneren tevens als scharnier. ,,Kon niet anders, want door het monumentale karakter mochten we hoogstens een paar bouten gebruiken.” Geertjes is dan ook zeer benieuwd naar de monument-vriendelijkheid van de toekomstige constructie.
De echte en de kleine Napoleon
Sinds 1975 is de Stichting Martinikerk eigenaar van de kerk. Maar niet van de toren. Die werd in 1798 door de toen almachtige Napoleon toegewezen aan de gemeente. Nu bemoeit concerndirecteur Bert Popken van de gemeente, die ironisch genoeg in ruime kring ‘de kleine Napoleon’ wordt genoemd wegens zijn dominante positie, zich hoogstpersoonlijk met de ontwikkelingen onder de toren. Geertjes: ,,Bert en ik kennen elkaar goed. Ik snap niet waarom hij niet even heeft gebeld.” De Kan: ,,Sowieso niet waarom we niet opnieuw zijn gevraagd om mee te denken.”
Albert Geertjes, gevierd als specialist in toegepaste kunst, waaronder meubels, verlichting en monumenten, is ook de ontwerper van het unieke doopvont van de Martinikerk. Hij zocht daarvoor tijdenlang naar een geschikte, grote en toch elegante steen. Geertjes vond het juiste exemplaar uiteindelijk in Nieuw-Zeeland. Gedragen door een houten constructie siert deze nu de kerk.
Een eventuele nieuwe bestemming
De wens van de stichting en de gemeente om de Martinikerk voortaan onder de toren zijn hoofdentree te verschaffen kreeg vorige zomer een proef van bijna twee maanden. Dat smaakte voor beide partijen naar meer. Geertjes: ,,Met de kans dat mijn werk op de schroothoop belandt?” Gemeentewoordvoerder Natascha van ’t Hooft: ,,De gemeente is volop bezig met de plannen. Mocht het zover komen, dan gaan we in gesprek over een eventuele nieuwe bestemming van het hekwerk.” Eventuele. Dat klinkt dan toch weer niet al te geruststellend.
Een hek, een kunstwerk of beide? Foto: Corné Sparidaens