Bomen meenemen in Winschoten op de plantdag van ANOG. Huisman Media
De vogelgriep zet de agrarische sector in Noord- en Oost-Groningen op scherp. Een ontmoeting tijdens de regionale plantdag op een landbouwbedrijf werd zaterdag afgelast om de kans op een uitbraak te beperken.
De bedoeling is dat vijftien ondernemers zaterdag bij de familie Prins aan de Oogstweg in Winschoten kunnen zien hoe en waar het erf wordt verrijkt met extra groen. Het is ook het afhaalpunt voor bomen en planten die op hun eigen erven komen.
Dat gebeurt met medewerking van de Agrarische Natuurvereniging Oost-Groningen (ANOG), die 1,5 ton in de zak heeft om boerenbedrijven te verrijken met bomensingels, struweelranden en erfbeplanting. In totaal gaat het om 200 bomen en 1,3 kilometer aan hagen.
In groepjes nemen deelnemers aan het bomenproject hun aanwinsten mee. Huisman Media
Arjan Prins is één van de boeren die zijn woon- en werkgebied aanpakt. Hij legt uit waarom hij zijn collega’s niet op de boerderij ontvangt. „We zitten te dicht bij een bedrijf met vogelgriep. Er is een 10-kilometerzone ingesteld. De busjes en aanhangers blijven staan op de openbare weg.” De ANOG wijkt voor de instructie van het bomenplanten uit naar mfc De Binding in Oude Pekela. „Dit kan er ook nog wel bij zegt”, Gerard Wezenberg van Stek en Streek.
ANOG-voorzitter Hemmo Bolhuis, Gerard Wezenberg van Stek en Streek en projectleider Bram Willems van het project 'Gruinblauwe raand, van Dollard tot an Troapel', planten aan het begin van de dag symbolisch een boom in een specievat. Foto: DvhN
Vanwege vorst in de grond zag hij de afgelopen maanden de ene na de andere plantdag sneuvelen. Wezenberg is creatief en plant op de stoep van het sport- en cultureel complex een boom in een specievat. Een deelnemer vindt het een aandoenlijk tafereel. „Zo geven we er toch een feestelijk tintje aan”, zegt ANOG-voorzitter Hemmo Bolhuis. Dankzij de overheid schrijft zijn vereniging tegenwoordig jaarlijks geen drie maar vijf miljoen op de rekening bij voor meer biodiversiteit en daaraan gekoppeld diverse regelingen.
Bomen inladen op straat
„We maken de erven groener maar hebben ook geld om aan de randen van landbouwpercelen extra voedselvelden aan te leggen voor vogels”, vervolgt Bolhuis. „Agrariërs kunnen daar op intekenen.” Na het symbolische startsein begeven de deelnemers zich in groepjes van drie richting het bedrijf van Prins om op straat hun erfbomen, hoogstamfruitbomen en andere beplanting in ontvangst te nemen.
Prins legt uit waarom hij naast de gewenste groei van biodiversiteit met bloemetjes en bijtjes meedoet aan het project. „We hebben een gemengd bedrijf met op verschillende locaties groententeelt, melkschapen en een boerderijwinkel. We leggen een nieuwe boomgaard aan, zorgen voor elzenbeplanting en plaatsen driedubbele hagen. Die laatste vormen een schuilplaats voor kippen. Iedere dag sneuvelen er twee door aanvallen van buizerds. Straks kunnen ze op tijd wegduiken.”
Het groen dat bestemd is voor het eigen erf gaat op de aanhanger. Huisman Media
Volgens Bolhuis neemt de belangstelling toe voor groene projecten in het ANOG-gebied in de Veenkoloniën, Westerwolde en Oldambt. „We hebben een wachtlijst van bedrijven die graag meedoen aan agrarisch natuurbeheer. Dat is niet alleen bij ons zo. Als je het landelijk bekijkt, vergroenen we in Nederland jaarlijks een halve Noordoostpolder.”
Natuurontwikkeling spreiden
Agrariërs die om wat voor reden dan ook extra veel hectares willen inbrengen voor natuurontwikkeling op bijvoorbeeld akkerranden, vangen bot. „Ons uitgangspunt is dat we de vergroening niet concentreren, maar juist spreiden over een groot gebied. Tegelijkertijd snap ik wel waarom ze aankloppen.” Bolhuis noemt als voorbeeld suikerfabriek Cosun die boeren een beperking oplegt van tien procent minder areaal, waardoor ze minder bieten mogen leveren. Voor hen is het een manier om iets van dat verlies goed te maken.”
In Den Haag gaan stemmen op op de akkerranden, waar zich beschermde vogels nestelen, te verbreden van drie naar zes meter. „Als dat op tal van plekken gebeurt is dat goed voor de ontwikkeling van flora en fauna”, zegt Bolhuis. Onduidelijk is of het Rijk daar voor een hele lange periode geld voor over heeft. „Dat is de grote puzzel. Maak je dit blijvend of vallen we later weer terug in het oude stramien.”