Op de bank van een vriend slapen is ook een vorm van dakloosheid, maar die blijft veelal onder de radar. Foto: Kansfonds
Het aantal dak- en thuisloze mensen is naar verwachting veel groter dan tot nu toe bekend. Om de aantallen beter in beeld te krijgen, wordt dit voorjaar voor het eerst in de hele provincie Groningen een telling gehouden. „We willen weten om hoeveel mensen het écht gaat.”
De bebaarde man in afgetrapte schoenen en een vieze jas slapend op het bankje: dat is het stereotype beeld van een dakloze. Maar dak- en thuisloosheid is veel breder dan dat. Er is ook een grote onzichtbare groep dakloze mensen, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Onder hen veel vrouwen en kinderen.
Hoe groot die groep in Groningen is, is onbekend. Samen met tien andere regio’s wordt daarom op 12 mei een grote ETHOS-telling gehouden. ETHOS staat voor de Europese definitie van dak- en thuisloosheid. Het is het vierde jaar dat de telling wordt gedaan, maar niet eerder werd dakloosheid in het Noorden op deze manier vastgesteld.
Jaarlijkse monitor
Dat dakloosheid een groot probleem is in Groningen, is wel bekend. Sinds 2003 doet Frans Oldersma namens de gemeente Groningen al onderzoek naar deze doelgroep. De monitor die hij jaarlijks oplevert gaat uit van het aantal geregistreerde daklozen, door bijvoorbeeld te kijken naar buitenslapers en daklozenopvangen.
In 2024 telde Oldersma zo’n 1300 dak- en thuislozen in de hele provincie. Met de cijfers over 2025 is hij nog bezig, maar wat het aantal ook is, één ding staat volgens hem vast: „We weten dat we mensen missen.”
Een dakloze man slaapt in een tent in een bos. Beeld ter illustratie. Foto: Kansfonds
De ontbrekende groep bestaat bijvoorbeeld uit mensen die tijdelijk bij anderen wonen, omdat ze geen eigen woning hebben. „Mensen die van bank naar bank hoppen bij vrienden en familie”, vertelt regiocoördinator Jolanda Staal-Zaagman, die verantwoordelijk is voor de telling. „Maar ook mensen die een instelling verlaten zonder passende huisvesting, zoals jongeren die 18 jaar worden of ex-gedetineerden. Of mensen die noodgedwongen in een caravan of auto wonen.”
Vijf jaar dakloos
Kim Dokter (29) woont in Groningen en was lange tijd zelf zo’n onzichtbare dak- en thuisloze. Vanaf haar zestiende, toen jeugdzorg betrokken raakte bij haar gezin, woonde ze vijf jaar lang her en der. „Dat begon met slapen bij vrienden”, vertelt ze. „Meestal een weekje bij de een, dan weer een weekje ergens anders. Soms was ik een nacht op straat aan het ronddwalen. Ik heb ook anti-kraak gewoond.”
Intussen haalde ze wel haar vwo-diploma. Later gevolgd door een hbo-opleiding en onlangs studeerde ze cum laude af aan de universiteit. „Ik ben gezegend met een goed koppie hersens”, zegt ze met een lach. Dokter kreeg haar leven op de rit nadat een hbo-docent zich haar lot aantrok. Hij hielp haar aan onderdak in een speciale woonvoorziening en later een eigen woning. Die rust zette haar op het goede spoor. Nu werkt ze als ervaringsdeskundige.
Dokter juicht de ETHOS-telling toe. Ze hoopt op meer bewustzijn. „Dak- en thuisloosheid is een glijdende schaal. Het breekt iedereen op en we kunnen veel ellende voorkomen als we er vroeg bij zijn. Hopelijk draagt de telling daaraan bij.”
Meetellen
Om een zo goed mogelijk resultaat te krijgen, roept Staal-Zaagman organisaties op om mee te tellen. Dat gaat allemaal online middels een vragenlijst. Zo doen verschillende zorgaanbieders en alle gemeenten in de provincie mee, blijkt maandag tijdens een startbijeenkomst in Hoogezand. Net als boswachters van Staatsbosbeheer.
Maar als gevraagd wordt of er ook mensen uit het onderwijs of van ziekenhuizen in de zaal zijn, blijft het stil. „Dat zijn nog blinde vlekken”, zegt Staal-Zaagman. Haar aandacht gaat van huisartsen en gevangenissen tot verloskundigen en de Poolse supermarkt. „Het is heel belangrijk dat zoveel mogelijk organisaties meetellen. We willen weten om hoeveel mensen het écht gaat.”