Met voldoende geduld op zak was het goed toeven op het Bevrijdingsfestival in het Stadspark. Foto: Corné Sparidaens
Wel of geen jas, dat leek in Groningen zo’n beetje het enige probleem op een gemoedelijk, druk, zonnig en toch ook tikje fris Bevrijdingsfestival. Of je moest wachten voor wat dan ook vervelend vinden.
Het mooie van het Bevrijdingsfestival is dat in principe iedereen gelijk is. En maandag was het grootste verschil op het festivalterrein – de voormalige drafbaan bij het Stadspark in Groningen– het dragen van een jas of niet.
De vrijheid die we vieren leidde tachtig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog niet tot een bonte variëteit aan gewaagde uitdossingen. Veel grijs, bruin, wit en zwart op het lentegroene festivalgras. Niemand was uit protest of zorg over de huidige tijdgeest of anderszins bijvoorbeeld verkleed als anti-Trump of een geknakt Vrijheidsbeeld.
Een rij verbindt en verbroedert
Gelukkig viel een performance groep uit Groningen fraai uit de toon. De leden ervan trokken getooid in kleurrijke gewaden en zelf ontworpen kledij –zo zagen we een driedimensionale trui in de vorm van een hart – terecht de aandacht. En wie het leuk vond, mocht onder hun boog van oranje, blauwe, rode en roze slingers doorlopen, alleen of met zijn tweeën.
Terwijl op het hoofdpodium Goldkimono, de band van Martijn Konijnenburg hoor- en zichtbaar het publiek vermaakte, stonden elders honderden mensen vrolijk kletsend te wachten in rijen voor, ja, waarvoor eigenlijk niet?
Een vol veld voor het podium.
Foto: Corné Sparidaens
Het woord rij zit al opgesloten in Bevrijdingsfestival en iedereen weet dat. Bovendien, eenmaal in de rij zijn we echt gelijk aan elkaar; het wachten op onze beurt verbindt en verbroedert.
Zo was er een gezellige rij eer je mee kon dansen met een koptelefoon op je hoofd in de silentdisco, eentje vol vrolijk geduldige mensen voor de poffertjeskraam, een rij waar wat meer haast viel waar te nemen voor alle muntautomaten en dan waren er nog de rijen waar je lekker lang kon bijkletsen voor de churros- en de ernaast gesitueerde hamburgertent. Waardoor in dat laatste geval trouwens een wonderlijk mengsel ontstond van de zoetige vanillegeur van de Spaanse frituursels met de walm van gebarbecued rundvlees.
CdK is gewoon een fietsbestuurder
Op dat moment was er – zonder enige verklaring hiervoor– alleen geen rij voor een hotdog- en een koffiekraampje. En in het zaaltje van Spot TV kon je ongestoord een spelletje Ganzenbord of Scrabble spelen, je hoefde alleen maar te wachten op jouw beurt.
Voor wie, zoals bijna ieder jaar ook iedereen, traditioneel vroeg aan het bier ging (al dan niet naar binnen gesmokkeld), was de akeligste rij wellicht nog wel die voor de toiletten. Maar ook in deze rij gold voor iedereen hetzelfde: even wachten op je beurt.
Dat gelijkheidsprincipe was uiteraard ook van toepassing voor Commissaris van de Koning in Groningen, René Paas, die net als iedereen hoopte dat hij met zijn fiets zo dichtbij mogelijk bij de ingang kon komen. De hesjes legden hem uit dat hij als bestuurder van zijn rijwiel zijn fiets gewoon tussen alle andere stalen rossen moest stallen....