Voor Daniël is het leven los, spontaan. Totdat hij een jaar geleden uit een boom valt en een rugwervel breekt. Foto: Siese Veenstra
In één klap verandert het leven van Daniël de Vlas (30) uit Groningen als hij een jaar geleden uit een boom valt. Hij houdt er een blijvende dwarslaesie aan over en kan nooit meer lopen. Een verhaal over pijn, rouw en volwassen worden.
Dit is niet goed, denkt Daniël als hij in de lucht hangt en zijn neus zijn bovenbeen raakt.
Een klap. Een krak. Een noodkreet. Daniël ligt op zijn zij in het gras, in de voortuin tussen de twee grote pruimenbomen. Eén seconde. Dan begint de pijn met hevige steek in zijn rug.
Links van hem knielt iemand naast hem neer, vriend Jort snelt naar binnen. Zijn benen prikkelen, tintelen, alsof ze slapen. De pijn is ondraaglijk. Wakker blijven, zegt hij tegen zichzelf. Nu niet wegvallen.
,,Goed luisteren’’, hoort hij plots. De moeder van Jort zit naast hem op de grond. ,,Het doet heel veel pijn, ik weet het. Maar je mag niet bewegen.’’ Dit is écht niet goed, beseft hij dan. Zijn ademhaling vertraagt, een vlaag van misselijkheid trekt door zijn lichaam.
Zijn benen liggen in een onmogelijke positie; alsof ze bungelen in de lucht. Dit houdt hij niet lang meer vol. ,,Mag ik misschien een kussentje?’’, stamelt hij. In zijn ogen paniek en angst, hij is bleek en nat van het zweet.
Zijn vrienden kijken elkaar vragend aan. Een kussentje? Hoezo?
Hij voelt koude druppels water in zijn gezicht. Een warme hand pakt die van hem en knijpt in zijn vingers. Hij knijpt terug. Wakker blijven, concentreren, niet bewegen.
Wat hij dan nog niet weet is dat zijn benen gestrekt liggen, rustend op het gras, naast elkaar.
Niet zo’n leerder
Op zaterdag 29 juni 2024 verandert het leven van Daniël voorgoed. Tijdens een middag pruimenplukken met vrienden valt hij van 4 meter hoogte uit een boom. Zijn rug raakt precies een ijzeren rand van een bloemenperkje. Een van zijn ruggenwervels breekt. Hij zal nooit meer lopen.
Daniël liet een tatoeage zetten van hop op zijn arm toen hij zijn diploma als bierbrouwer had gehaald. Foto: Siese Veenstra
Die rampdag vorig jaar begon nog zo goed. Ze dronken samen koffie in de zon aan de picknicktafel in de voortuin van Jorts ouders. Daniël kent Jort al sinds de middelbare school en komt vaker over de vloer. Deze middag zouden ze pruimenmede maken, een fruitige honingwijn, om te vieren dat Daniël zijn diploma als bierbrouwer had gehaald.
De vruchten rapen ze van de grond, de emmer in de tuin raakt steeds voller. Voor de laatste pruimen, die nog vastzitten aan de takken, klimt Daniël de boom in. Hij kan er niet bij. Jort geeft hem een hark, Daniël zwaait ermee maar verliest zijn evenwicht.
Zijn armen zwaaien in de lucht, schaven langs een tak, maar grijpen mis. Hij valt.
Doen waar je zin in hebt
Daniël is geen leerder, ook nooit geweest. Niet dat hij school niet leuk vindt, integendeel. Hij maakt veel vrienden, spijbelt nooit. Maar waar klasgenoten met twee vingers in de neus tentamens halen, is dat voor Daniël anders. Zijn moeder maakt zich soms zorgen; waarom pakt hij niet door? Hij doet 8 jaar over de havo, probeert meerdere opleidingen, maar zonder succes.
Wat moet-ie wel? Hij werkt tussendoor in verschillende cafés en kroegjes, maar is in 2019 helemaal klaar met de nachtelijke uren. Hij vindt een bierbrouwerij op Vlieland waar hij wil leren brouwen. Maar dan: corona. Zijn plan gaat niet door. Toch maar weer een opleiding proberen.
Hij krijgt een bijbaantje achter de bar bij Brouwerij Martinus en kan hier in de leer om brouwer te worden. Het blijkt zijn grote passie. Vanaf 2022 leert hij zijn eigen brouwsels maken, maar drinkt er ook graag van.
Voor Daniël is het leven los. Vrij. Spontaan. Hij begint zijn avonden zonder dat hij weet hoe laat ze eindigen. Dat zijn de gezelligste. Hij houdt van het geklets met vrienden, het geroesemoes. Niet nadenken over morgen. Gewoon doen waar hij zin in heeft.
Het advies van de revalidatieartsen is om pas een jaar na het ongeluk weer aan het werk te gaan. Onzin, vindt Daniël. Hij wil door.
Foto: Siese Veenstra
Het is dan ook bijna logisch dat hij zijn vriendin Alina in 2020 in een café ontmoet. Of nou ja, eigenlijk via Tinder, maar in de kroeg sprong de vonk gelijk over. Binnen een jaar wonen ze samen, maar dat houdt Daniël niet op de bank. Hij kent altijd wel iemand die mee wil. Hup, de kroeg in.
Fentanyl
Terug naar die voortuin waar Daniël nu al zo’n 10 minuten ligt.
In de verte klinkt gezoem van de helikopter. Het duurt niet lang of het gras van het weiland naast de voortuin staat vol uniformen. Ambulancebroeders, maar ook politieagenten. Ze wikkelen hem in een witte deken. ,,Wie heeft zijn familie gebeld?’’, vraagt één van hen. Maar niemand kent het nummer van zijn moeder.
Daniël wel. Natuurlijk weet hij het. Dat nummer kan hij dromen. Als kind stampte hij het in zijn hoofd. En zelfs nu, op het randje van zijn bewustzijn, op de brandcard met deze ondraaglijke pijn, weet hij het. Cijfer voor cijfer komt het over zijn lippen.
Een naald prikt in zijn arm. ,,Fentanyl’’, zegt de arts. ,,Tegen de pijn.’’ Nog voordat de brandcard in de ambulance verdwijnt, zegt Daniël tegen zijn vrienden: ,,Ik denk niet dat ik onze spelletjesavond nog ga halen.’’ ,,Lafaard!’’, grapt de ambulancebroeder.
Zweetaanvallen
In het ziekenhuis ondergaat Daniël meerdere scans. Op de CT-scan zien de artsen een beschadiging in zijn wervel. De uitslag van de MRI-scan slaat alle hoop die Daniël dan nog heeft, weg. Hij heeft een blijvende dwarslaesie.
Er is geen kans meer op herstel, dus een spoedoperatie is niet nodig. Daniël moet in het ziekenhuis wachten op zijn operatie. Hij ligt in bed. Plat op zijn rug. Dag en nacht. Het matras zakt zo ver door dat zijn rug de bodem van het bed raakt. Elke nacht wordt hij, soms schreeuwend, wakker van de pijn.
Daniël is een doorzetter. Hij kijkt alleen naar wat hij nog wél kan. Foto: Siese Veenstra
Op dag 4 na het ongeluk krijgt Daniël zweetaanvallen. Die hebben niks met het ongeluk te maken, niks met de pijn, niks met de stress. Dat weet hij dondersgoed. Het zijn de afkickverschijnselen. Hij heeft al dagen geen alcohol aangeraakt.
Pas nu merkt Daniël hoe veel hij eigenlijk dronk. Door de infusen stromen vitamines en supplementen, die slepen hem door de aanvallen heen.
Op dag 6 komt Daniël bij van zijn rugoperatie. Hij heeft maar één doel: zo snel mogelijk naar huis. Herstellen. Weg uit dit ziekenhuis. De fysiotherapeut komt langs en Daniël moet op de rand van zijn bed gaan zitten. Maar als hij zijn benen pakt, is het alsof die van een ander zijn. Shit. Wat is dit moeilijk. Doodeng, zelfs. Hij heeft geen gevoel meer in zijn bekken, niet meer in zijn kont. Niks onder zijn navel doet het nog. Waar moet hij op leunen? Hoe moet hij evenwicht houden? Het besef dat hij nooit meer kan lopen dringt steeds verder door. Het rouwen begint.
Op dag 31 krijgen Daniël en Alina de sleutel van hun nieuwe gelijkvloerse woning in Lewenborg. Terwijl Daniël nog aan het revalideren is, verhuizen vrienden, familie en kennissen zijn spullen.
Hij is blij met ze. Met zijn zus die de administratieve rompslomp op zich neemt en zijn ziektewet heeft aangevraagd. Zijn moeder doet klusjes in huis. Zijn vrienden brengen hem overal in de auto en hebben zelfs een stichting opgericht om geld op te halen om hem te ondersteunen. Alina wijkt niet van zijn zijde.
Niks voelen
Op dag 67 is Daniël de enige op de afdeling van revalidatiecentrum Beatrixoord in Haren met een complete dwarslaesie. Anderen maken stappen, lopen inmiddels rond op krukken. Ze krijgen het gevoel terug in tenen, voeten en benen. Daniël voelt niets.
Dat Daniël na 10 weken al uit het revalidatiecentrum mag, is bijzonder. Meestal rekenen ze er 16 weken voor. Maar Daniël vecht zich naar huis. Elke mogelijkheid om te leren grijpt hij aan. Als een flesje water op de grond valt, drukt hij niet op het knopje zodat er een verpleegkundige langskomt. Nee. Hij laat zich hangen tot de vloer en wringt zich in alle bochten om met zijn hand zo laag mogelijk te komen, net zolang tot hij het flesje weer in handen heeft.
Hij is een doorzetter, kijkt niet naar wat niet meer is, maar naar wat hij nog wél kan. Zo kennen zijn vrienden en familie hem ook. Voor hem is dit de enige manier.
Daniël in de brouwerij in Loppersum, zijn nieuwe werkplek. Foto: eigen foto.
Op dag 145 gaat hij voor het eerst rolstoeltennissen in Haren. Het is vast een goed idee om te sporten met anderen die net als hij in een rolstoel zitten. Het beheersen van dit hulpmiddel ziet hij als een uitdaging. Hoe kan hij zich nog wél voortbewegen? Hoe behoudt hij zijn gevoel van vrijheid?
Eerste keren
Om de bal te raken, beweegt hij tijdens de training zijn bovenlichaam met tennisracket in zijn hand, naar de grond. Fanatiek dat hij is geeft hij alles wat hij heeft. Ook al is dit de eerste keer, ook al zit hij nu in een rolstoel.
Maar verlamd zijn tot aan je navel, betekent ook dat je geen gevoel meer hebt in je blaas en in je darmen. Niet voelen of ze vol zitten of niet. Het betekent dat je alert moet zijn. Hoe lang geleden ben ik voor het laatst naar de wc geweest? Hoeveel heb ik gedronken afgelopen uren?
Die realisatie komt binnen na die eerste keer tennissen. Na de training is zijn broek doorweekt. Zijn eigen urine. Hij schaamt zich dood. Met natte kleren keert hij terug naar huis.
Op dag 276 komt hij voor het eerst L’Hopster dorpsbrouwerij in Loppersum binnen, de plek waar hij in de toekomst mag werken. De nieuwe brouwerij opende in april 2025. De brouwinstallaties zijn zo aangepast dat Daniël er in zijn rolstoel goed bij kan.
Het advies van de revalidatieartsen is om pas een jaar na het ongeluk weer aan het werk te gaan. Onzin, vindt Daniël. Hij wil door. Dit geeft hem energie, perspectief om door te gaan.
Daniël brengt veel tijd door in zijn tuin, met zijn handen in de modder
Foto: Siese Veenstra
Soms doet hij overdag te veel. Dan vergaat hij ‘s avonds op de bank van de pijn. Een soort kiespijn, maar dan in zijn rug. ‘Nee zeggen’ tegen leuke dingen is moeilijk. Soms barst hij meerdere keren per dag in huilen uit. Gelukkig is Alina er als hij thuiskomt.
Pruimenmede
Op dag 320 is hij volwassen. De meeste avonden brengt hij door op de bank met zijn vriendin en daar geniet hij van. Wie had dat een jaar geleden gedacht?
Hij houdt van de rust, het comfort van het thuisblijven. Die prikkels waar hij eerder zo van genoot, hij moet er nu niet meer aan denken. Alleen in het weekend drinkt hij af en toe nog een biertje. Meer is niet verstandig. Wat als hij zijn rolstoel niet meer in kan komen?
De aangepaste woning heeft een ruime tuin. Daar brengt Daniël veel tijd door, met zijn handen in de modder. Geen afleiding. Niet nadenken. Geen prikkels. Zijn oude leven met drank, impulsieve acties mist hij niet. De herinneringen die hij maakt spoken niet langer als een waas door zijn hoofd. Hij maakt ze nu met zijn volle verstand. Zijn dwarslaesie bracht hem een nieuw leven.
In het hokje in de tuin staat een mini-brouwerij waar Daniël aan huis kan brouwen. De pruimen uit de tuin van Jort zijn ouders liggen een jaar later nog altijd in de vriezer. De afspraak om binnenkort met zijn vrienden te gaan brouwen staat. Die pruimendrank gaat er komen. Hoe dan ook.