Kars Gans restaureerde de bus waarop zijn overleden vader buschauffeur was. Foto Jan Willem van Vliet
Kars Gans (68) werkte jarenlang aan de restauratie van de oude bus waarop zijn vader, die in 1971 overleed, nog chauffeur is geweest. Gans zat zaterdag achter het stuur van de zo goed als nieuwe GDS-bus uit 1967 tijdens de presentatie in het Nationaal Bus Museum in Hoogezand. „Jammer dat mijn broer dit niet meer kan meemaken.”
De lucht is grijs en het is bijtend fris. Kars Gans stapt uit de grijze chauffeursstoel van een bus die stationair buiten het Noordelijk Bus Museum in Hoogezand staat te draaien. De bus is in het blauwwit van de Gronings-Drentsch Snelvervoer (GDS), het voormalige openbaar vervoersbedrijf uit Haren, geschilderd. Kars glimlacht. „Ik heb er al een paar keer mee gereden. Sturen is echt werken, want er is geen stuurbekrachtiging.”
‘De Duikboot’ is weer rijklaar
Hij tikt tegen het voorraam. ,, Dit was de GDS 22. Het voorraam van dit type heeft een heel speciale vorm, waardoor de bus in de volksmond ook wel ‘de duikboot’ werd genoemd.’’
De gepensioneerde buschauffeur uit Assen wijst naar de stoel. „Daar heeft mijn vader nog gezeten, dit is ook de bus waarop hij zijn laatste diensten reed. Hij overleed in 1971 aan kanker. Ik zit nu in dezelfde stoel.” De dieselmotor van de Leyland Verheul ronkt diep en ritmisch. „De bus van pa doet het weer.”
De restauratie van de bus nam bijna vijf jaar in beslag. Foto Jan Willem van Vliet.
De GDS werd in 1958 onderdeel van de GADO en bus 22 kreeg later de karakteristieke gele kleur. „Ik heb er toen ook nog op gereden. Dat was in 1982, een jaar voordat de bus uit de roulatie werd genomen.”
De bus kreeg na zijn pensioen een onderkomen in het busmuseum, dat destijds nog in Winschoten was gevestigd. „Mijn broer Jan ontdekte stomtoevallig dat ie daar in de opslag stond. Na zijn pensioen sloeg de verveling toe. Ik raadde hem aan eens bij het busmuseum te gaan kijken. Hij werd er vrijwilliger en kwam erachter dat de GDS 22 in het depot stond.”
Hoe de broers de bus van hun vader Jan ontdekten
Niet lang daarna werd ook Kars vrijwilliger. „Mijn broer zei tegen mij ‘hey, mooie kloot. Je raadt mij aan naar het busmuseum te gaan, maar je bent er zelf nog nooit geweest.’”
Dit type bus werd vanwege het karakteristieke voorraam ook 'duikboot' genoemd. Foto Jan Willem van Vliet
Zulks geschiedde. Eenmaal oog in oog met ‘de duikboot’ ging – zoals Gans het verwoordt – ‘de harde schijf in mijn bovenkamer draaien’. Die prachtige bus moest natuurlijk worden gerestaureerd. „Maar dat was bepaald geen makkie. Er moest echt ontzettend veel aan gebeuren. In 2017 zijn we begonnen en met de hulp van veel vrijwilligers is het gelukt.”
‘Zo is mijn vader toch bij me’
Hij klopt op de zijkant van de bus, die nog steeds grommend staat te draaien. „Een prachtige dag, maar tegelijk ook een droevige. Mijn broer kan het niet meer meemaken. Hij overleed drie jaar geleden. Hij was net zo oud als ik nu ben. Bijzonder gevoel wel. Ik was veertien toen mijn vader aan kanker overleed. Hij was nog maar 42 jaar. Jarenlang zat ik tegen die leeftijd aan te hikken. Nu had ik het met 68.”
Deze bus van het merk Leyland Verheul werd in 1967 gebouwd. Foto Jan Willem van Vliet
De GDS 22 is zo authentiek mogelijk ingericht. Foto Jan Willem van Vliet
Hij stapt weer naar binnen. „Alles is weer piekfijn in orde. Het museum gaat ‘m gebruiken om rondritten mee te maken.”
Op zijn linkerarm zit een grote tatoeage van een man met een stropdas. „Mijn vader. Ik heb die juist op die arm laten zetten, omdat dit de arm is waarmee ik voornamelijk stuur. Zo is hij toch bij me.”
De tatoeage is tien jaar oud. „Ik was jarenlang op zoek naar een tatoeëerder die de beeltenis van mijn vader recht kon doen. Ik heb mijn vrouw op mijn rug zitten, maar die is een stuk minder mooi.” Hij grijnst. „Ja, de tatoeage bedoel ik.”
De bus is weer rijklaar en zal onder meer voor rondritten worden gebruikt. Foto Jan Willem van Vliet.