Het speelbootje in de zandbak van het voormalige zeehondencentrum Foto: Anjo de Haan
Duizenden kinderen hebben er in gespeeld: het houten bootje in de zandbak van het zeehondencentrum in Pieterburen. Nu komt het onder de hamer, samen met een massief houten zeehond en heel veel andere attributen. Bieden kan tot vrijdagmiddag twee uur.
Nieuwsgierig snuffelen Tjaard van Hoorn en zijn vrouw Karin door de spullen die zijn uitgestald in wat ooit de grote expositieruimte van het zeehondencentrum was. Nu lijkt het hier meer op een kringloopwinkel: er staan gebruikte bureaustoelen, kasten, een kassasysteem, bureaulampen, krukken: alles is te koop want het is kijkdag in Pieterburen. Veilinghuis Troostwijk heeft de spullen voorzien van een sticker met een nummer, bieden kan online.
Het echtpaar Van Hoorn, dat op een steenworp afstand van het centrum woont, maakt gebruik van die gelegenheid. Toen ze nog kleine kinderen hadden kwamen ze hier regelmatig, vertelt Tjaard. „En ik heb op de basisschool nog les gehad van Joop ‘t Hart, de eerste man van Lenie ‘t Hart.”
Vogelverschrikker
Beiden zijn hier vooral uit nieuwsgierigheid, niet om iets te kopen. Maar als hij een etalagepop ontwaart die ooit gebruikt werd om kleding te showen, kan Tjaard zich toch niet inhouden: „Die wil ik wel hebben als vogelverschrikker om ganzen te verjagen.”
De zeehondenopvang verhuisde begin dit jaar naar het Werelderfgoedcentrum Waddenzee in Lauwersoog (WEC). Alle waardevolle en nog bruikbare spullen verhuisden mee. „Wat hier nu nog staat hebben we echt niet meer nodig”, zegt woordvoerder Hester de Vries van het WEC.
Op de grond liggen lappen stof waaraan riemen zijn bevestigd. „Dat zijn zeehondendraagzakken”, weet De Vries. „Maar ze werden ook gebruikt om zeehonden mee in bedwang te houden.” Naast de zakken liggen reddingsboeien, een reddingsvest en aluminium schepnetten.
De zeehondendraagzakken die te koop worden aangeboden. Foto: Anjo de Haan
Buiten, tussen de groen uitgeslagen bassins, prikt het onkruid hier en daar tot op kniehoogte tussen de tegels door. Frits de Jong uit Sint Augustinusga scharrelt er rond tussen de kantoorunits. „Die kan ik wel gebruiken als opslagruimte”, zegt de Fries, die een stuk of twintig paarden houdt als hobby. „Ik zou ze ook kunnen ombouwen tot een soort kantine.”
Het ruikt naar vis
In de keuken staan spoeltafels en een grote koelkast waarin nog steeds de geur hangt van de grote hoeveelheden haring die er in bewaard werden. „Bijna alles in de keuken ruikt naar vis”, zegt De Vries.
Frans Bongenaar en Monique Duran wonen pal naast het zeehondencentrum. Ook zij snuffelen hier uit nieuwsgierigheid rond. Frans wijst op de grote, massief houten sculptuur van een zeehond die op zijn rug ligt. „Hij heeft geen staart, het hout was zeker op”, grapt hij. „Dat is kúnst Frans”, wijst Monique hem terecht.
Een deel van de inboedel van het voormalige zeehondencentrum. Foto: Anjo de Haan
Ronald Kasemier loopt met zijn ziel onder de arm door het verlaten centrum. Hij maakt al jarenlang deel uit van de technische dienst. „Ik ken elk hoekje in dit gebouw, er is geen plek waar ik niet geweest ben.” Hij vindt het jammer dat zijn vroegere werkplek er nu zo onttakeld bij ligt. „Maar ik begrijp het ook wel.”
‘Een deel van de collega’s heeft moeite dit los te laten’
Ronald is niet de enige die zich zo voelt, vermoedt De Vries. „Ik denk dat een deel van onze collega’s wel moeite heeft om dit pand los te laten. Vergeet niet dat er mensen uit hun geboorteland zijn geëmigreerd om hier te komen wonen en werken. Maar tegelijkertijd zijn ze ook blij met het nieuwe centrum in Lauwersoog.”
De veiling sluit vrijdag om twee uur. Dan wordt duidelijk wat er op het speelbootje, de houten zeehond en andere spullen wordt geboden. De Vries: „Wat het ook oplevert: alles is mooi meegenomen.”