Boswachter Jaap Kloosterhuis laat zien waar dode vogels liggen in het Lauwersmeergebied. Foto: Marcel van Kammen
Er liggen meerdere dode brandganzen in het Lauwersmeergebied. Boswachter Jaap Kloosterhuis vermoedt vogelgriep en hoopt dat de boel niet verergert. „Blijf er echt met je vingers vanaf.”
Veren en dons liggen als een krans om een dode brandgans. Vermoedelijk heeft een vos zijn kans gegrepen toen hij het dode dier zag liggen. Boswachter Jaap Kloosterhuis (56) van Staatsbosbeheer ziet het tafereel met lede ogen aan. Hij kan het niet bewijzen, maar weet zeker dat de gans het loodje heeft gelegd door de vogelgriep.
Die waart naar alle waarschijnlijkheid rond binnen de broedkolonie in het Lauwersmeergebied, want afgelopen week zag Kloosterhuis in totaal negen dode ganzen liggen. Hij wordt al dagen platgebeld door wandelaars langs de Ezumakeeg, vogelhotspot bij uitstek. Ze maken zich ongerust over de dooie vogels.
‘Godzijdank nu nog niet zo’
Door zijn verrekijker spot de boswachter een kwetsbare gans in het gras, een ‘verdachte’. Die hobbelt in z’n eentje heen en weer. Alleen bij een vers kadaver kan een expert controleren of de vogel door griep geveld is, vooralsnog is dat nog niet gelukt. Maar de symptomen zijn tekenend, volgens Kloosterhuis. De gans draait verward met z’n kop, zwemt en loopt in rondjes en lijkt in de steek te zijn gelaten door z’n soortgenoten.
Een archieffoto van een zieke brandgans, spartelend in het water. Foto: Archief/ Marcel van Kammen
Met negen dode beesten valt de schade op dit moment nog mee, zegt Kloosterhuis. Tijdens een griepgolf in 2021 vielen de brandganzen bij bosjes neer. Tientallen vogels legden het loodje. „Vanaf de weg zag je moeiteloos twintig kadavers liggen. Godzijdank is dat nu nog niet zo, ik hoop dat dat niet alsnog gebeurt.”
De boswachter wacht af. Brandganzen overnachten in enorme groepen, in het gebied zitten er tienduizenden. Dat maakt dat de vogelgriep makkelijk rondgaat onder de dieren. Het is mogelijk dat het dodental oploopt.
Volgens Kloosterhuis is de ene vogelsoort vatbaarder voor de griep dan de andere. Vaak zijn roofvogels minder kwetsbaar, maar ook die kunnen de klos zijn. Kloosterhuis houdt zijn hart vast voor de zeearendenpopulatie bij het Lauwersmeer. „Daarvan zijn er maar zes. Dan raak ik snel in paniek, als er een ziek wordt.”
‘Goed blijven opletten, dat is het’
Hoogleraar infectiepreventie Andreas Voss van het UMCG zegt dat nog moet worden aangetoond of inderdaad sprake is van vogelgriep in het Lauwersmeergebied. Hij kan al wel vertellen dat dit soort virussen niet snel bedreigend is voor mensen. Toch kunnen mensen die direct contact met zieke dieren hebben, zoals kippenboeren, besmet raken en ernstig ziek worden.
„Maar gelukkig zal een mens de vogelgriep niet snel doorgeven aan een ander. Daarvoor moet het virus zich eerst aanpassen”, zegt Voss. Kenners vrezen volgens hem dat er ooit een variant opduikt die wel besmettelijk en gevaarlijk is voor mensen. Als een mens tegelijkertijd menselijke griep en dierlijke griep heeft, kan het virus zich in het lichaam ontwikkelen tot een nieuwe variant waar geen afweer tegen bestaat.
Daar valt weinig tegen te doen. „Behalve goed te kijken welke virussen bij mens en dier aanwezig zijn en op tijd de juiste maatregelen te nemen, zoals een ophokplicht. Goed blijven opletten, dat is het. Ik denk dat we dat in Nederland goed doen.”
Een ronddrijvende dode brandgans in het Lauwersmeergebied. Foto: Marcel van Kammen
Kloosterhuis weet dat het gevoelig ligt, maar wijst een duidelijke oorzaak aan: intensieve pluimveehouderij. In China is het virus waarschijnlijk overgeslagen op trekkende wildvogels. Die hebben de ziekte naar Nederland meeverhuisd. „De vraag is of we zo veel kippen moeten houden. Dat geldt ook voor pluimveehouders hier.’’
De boswachter heeft een nadrukkelijk advies voor bezoekers van het natuurgebied. „Ik snap de neiging om een ziek dier te willen helpen, maar blijf er echt met je vingers vanaf. En houd je hond ook bij een zieke vogel vandaan. Mensen én huisdieren kunnen de griep ook krijgen.”
Ook Voss zegt dat wandelaars bij vogellijken uit de buurt moeten blijven. „Als je een dode vogel ziet, meld het vooral bij de boswachter en raak het beest niet aan. Als je dat toch gedaan hebt, was dan goed je handen en zit nergens anders aan.”