Hartpatiënt Willem Oostingh (91) komt amper nog in het ziekenhuis, dankzij thuismonitoring én zijn vrouw. ‘Ik ben daar in mijn leven vaak genoeg geweest’
Het echtpaar Oostingh in de tuin in Borgercompagnie. Foto: Harry Tielman
Het ziekenhuis monitort de gezondheid van patiënten steeds vaker op afstand. Hartpatiënt Willem Oostingh (91) uit Borgercompagnie en zijn vrouw Suze (83) lopen voorop.
Als iemand weet hoe een ziekenhuis er van binnen uitziet, is het Willem Oostingh (91). Hij overleefde darmkanker, heeft COPD en ook nog eens uitgezaaide prostaatkanker. ,,Je wordt niet zomaar 91”, zegt hij er zelf over. ,,Je zal altijd wat hobbels tegenkomen. Maar ik klaag niet.”
Sterker nog, de heer Oostingh is hartstikke actief. De enorme tuin van zijn woonboerderij in Borgercompagnie ligt er piekfijn bij, omdat hij er elke dag in werkt. ,,In zijn eigen tempo hè”, verduidelijk zijn vrouw Suze (83). ,,Een kwartiertje tuinieren en dan een half uur pauze.” Ze schieten er allebei van in de lach.
Enorm benauwd
Afgelopen april ging het helemaal niet goed met de heer Oostingh. Hij voelde zich enorm benauwd. ,,Vooral ‘s nachts was het alsof ik door een rietje moest ademen.” Daardoor durfde hij niet meer naar bed en sliep hij zittend in de woonkamer. ,,Een paar weken daarna zou ik 91 worden, maar ik dacht niet meer dat ik dat zou halen.”
Het echtpaar ging er vanuit dat het de COPD was. ,,Gelukkig stelde de nachtdokter de juiste vragen”, zegt mevrouw Oostingh. ,,Hij vroeg of mijn man ook dikke enkels had. Nou, ja dus. En dat duidt op iets heel anders.”
Mevrouw Oosting geeft de bloeddruk van haar man door aan het ziekenhuis. Foto: Harry Tielman
In het Martini Ziekenhuis werd geconstateerd dat de pompfunctie van zijn hart enorm was afgenomen. ,,Ik had een hartstikke lieve cardioloog”, zegt de heer Oostingh. ,,Ze zei: hier gaan we wat aan doen, want die bovenkamer van u doet het nog uitstekend.”
Dankzij medicatie gaat het weer goed met hem. Maar bij hartfalen moet de situatie nauwlettend in de gaten gehouden worden. Hartpatiënten hebben, zeker in de eerste maanden, om de haverklap een afspraak op de afdeling cardiologie. Dat was ook Oostinghs voorland geweest, ware het niet dat het Martini Ziekenhuis inzet op zorg op afstand.
Het begon zo’n twee jaar geleden onder meer met het volgen van zwangere vrouwen en vrouwen met zwangerschapsdiabetes. Inmiddels wordt er voor twaalf patiëntgroepen gewerkt met het zogenoemde ‘hybride zorgpad’. Dat houdt in: op afstand waar het kan en in het ziekenhuis als het moet.
Medisch Service Centrum
Patiënten wordt gevraagd thuis metingen te doen en die via speciale apps door te geven aan het ziekenhuis. Het gaat dan om bijvoorbeeld bloeddruk en suikerwaardes en andere metingen die patiënten prima zelf thuis kunnen doen. De app stelt ook vragen, over hoe de patiënt zich voelt en of er nog bijzonderheden zijn. Inmiddels worden ruim 2700 patiënten op deze manier in de gaten gehouden.
Om alle data die dit oplevert op waarde te schatten beschikt het Martini Ziekenhuis sinds enkele maanden over een speciale digitale afdeling: het Medisch Service Centrum. Hier houden verpleegkundigen in de gaten of de gemeten waardes binnen de normen zijn. Dit doen ze met behulp van software. Is een suikerspiegel te laag of een bloeddruk te hoog, dan krijgen de verpleegkundigen een melding.
Geen chatbots
Gaat het goed, dan staat het dossier van de patiënt op groen, zit het op het randje dan is het oranje en bij code rood volgt direct actie. ,,Bij twijfel bellen we met de medisch specialist”, legt verpleegkundige Marga Leistra van het Medisch Service Centrum uit. ,,Als het nodig is, kan de patiënt dan snel langskomen om gezien te worden.”
De medewerkers van de digitale afdeling bellen ook zelf patiënten, bijvoorbeeld als ze hebben ingevuld dat ze zich niet zo goed voelen. Leistra: ,,Ze zijn soms echt verbaasd dat ze een mens van vlees en bloed aan de lijn krijgen en geen chatbot.”
Het Medisch Service Centrum in het Martini Ziekenhuis. Foto: Corné Sparidaens
Het verplaatsen van zorg naar buiten de muren van het ziekenhuis is een speerpunt van veel ziekenhuizen. Het komt voort uit een groeiende vraag naar zorg vanwege vergrijzing aan de ene kant en personeelstekorten in de zorg aan de andere kant. Eerder deze week presenteerden de noordelijke ziekenhuizen nog een plan om steeds meer ziekenhuiszorg thuis aan te bieden.
,,Er is geen capaciteit om alle patiënten te blijven zien, zoals we altijd hebben gedaan”, legt afdelingshoofd Ellen Witteman-Roelfsema uit. ,,Dus zijn er andere oplossingen nodig.”
Helft van de zorg digitaal
Het werpt zijn vruchten af. Exacte cijfers zijn er nog niet, maar er zijn aanwijzingen dat het onder de deelnemende groepen leidt tot minder opnames, minder bezoeken aan de Spoedeisende Hulp en minder consulten. Het ziekenhuis is hard op weg om de doelstelling om in 2028 de helft van alle zorg die daarvoor geschikt is digitaal of hybride te doen te halen.
Kritiek dat op deze manier de patiënt verder op afstand van de specialist en het ziekenhuis komt te staan klopt niet, zegt Witterman-Roelfsema. ,,Het is juist fijn voor de patiënt dat hij niet steeds hiernaartoe hoeft te komen. Ze zijn bovendien meer betrokken bij hun eigen aandoening, juist omdat ze regelmatig hun eigen metingen moeten doen. Het contact is intensiever en het levert dus ook echt betere zorg op. Er zijn minder onnodige consulten en door actief te monitoren kun je opnames voorkomen.” De medisch specialist houdt meer tijd over voor de patiënten die dit écht nodig hebben, is het idee.
Digitaal vaardig
Een belangrijke voorwaarde is dat de patiënt digitaal vaardig genoeg is om de gemeten waardes zelf in te vullen. Meneer Oostingh is de eerste om toe te geven dat dit voor hem niet opgaat. Hij toont zijn seniorentelefoon. ,,Een heel simpel ding, waarmee ik alleen mijn vrouw en mijn kinderen kan bellen. Zij zijn ook de enigen die mij kunnen bellen”, zegt Oostingh. ,,Die nieuwe telefoons gaan mij boven de pet. Ik ben meer een doener.”
Zijn vrouw Suze daarentegen heeft een smartphone met alles erop en eraan. ,,Ik doe vrijwilligerswerk bij een vrijwilligersbrigade en zo blijf ik op de hoogte, want daar werken we ook met laptops, dingen downloaden en apps op de telefoon.” Zij is degene die elke ochtend de metingen doet bij haar man en de gegevens via de app doorgeeft aan het ziekenhuis. ,,Het is hartstikke simpel. Gewoon wat drukken en lezen en dan kom je er wel uit.”
De keren dat meneer Oostingh nu naar het ziekenhuis moet, blijven tot het minimum beperkt. ,,Ik ben daar heel blij mee”, zegt hij. ,,Ik ben daar in mijn leven al vaak genoeg geweest.”