Cardioloog Robert Tieleman heeft hoge verwachtingen van zijn onderzoek naar de voordelen van verapamil bij hartritmestoornissen. Foto: DVHN
Bètablokkers worden bijna standaard gegeven bij hartproblemen, ondanks vervelende bijwerkingen. Groningse cardiologen verwachten te bewijzen dat bij boezemfibrilleren een ander middel beter is.
Het gaat om verapamil. Een nieuw medicijn is dat allerminst; het is meer een middel dat vaak over het hoofd wordt gezien. Huisartsen en cardiologen geven bij een vermoeden van boezemfibrilleren nu eenmaal graag bètablokkers, zoals metoprolol. Die werken over het algemeen goed bij boezemfibrilleren, een hartritmestoornis waar een kleine 500.000 Nederlanders last van hebben.
Een keerzijde zijn de bijwerkingen. „Het brengt je hartslag omlaag en daar komen de bijwerkingen vandaan, zoals vermoeidheid, somberheid, minder energie, libidoverlies en potentieproblemen”, zegt cardioloog Robert Tieleman van het Martini Ziekenhuis. „Het alternatief, verapamil, wordt in de praktijk nauwelijks gebruikt – terwijl dit medicijn mogelijk veel patiëntvriendelijker is.”
Vergeten medicijn
Net als bètablokkers staat verapamil al heel lang in de richtlijn voor boezemfibrilleren. Zo’n 30 jaar geleden werd het middel nog tussen de 30 en 40 procent van de keren voorgeschreven. In de loop der jaren is dat steeds minder geworden, tot zo’n 5 procent nu. Bètablokkers werden ondertussen alsmaar populairder. Die worden nu in zo’n 75 procent van de gevallen van boezemfibrilleren gegeven.
Tieleman heeft wel een idee waarom. „Een bètablokker is een veilig en makkelijk medicijn om te geven. Is er iets met het hart, dan schrijft de huisarts al snel een bètablokker voor. Komt de patiënt daarna bij de cardioloog, dan besluit die vaak om daar mee door te gaan, want de patiënt gaat er toch goed op? Het is bovendien een middel dat bij allerlei hartproblemen werkt, zoals een hoge bloeddruk en na een hartinfarct. Maar mijn hypothese is dat het bij ritmestoornissen niet het beste middel is.”
Fittere geiten
Tieleman is al jaren pleitbezorger van verapamil, dat het hartritme alleen tijdens een aanval van boezemfibrilleren naar beneden brengt. Het heeft met dikke enkels en constipatie ook minder heftige mogelijke bijwerkingen. Rond de eeuwwisseling promoveerde de cardioloog op een onderzoek met dit middel dat hij uitvoerde op geiten met hartproblemen. Ze hadden minder vaak last van boezemfibrilleren en hun hart bleef in een betere conditie.
Onderzoek van de eveneens Groningse cardioloog en promovendus Tim Koldenhof bevestigde recent dat ook menselijke patiënten door verapamil minder vaak een cardioversie of ablatie, zeg maar een reset van het hart, nodig hebben.
Tieleman heeft nu voor elkaar waar hij zich al jaren hard voor maakt: subsidie voor een groot onderzoek waarmee de werking van verapamil wordt vergeleken met een bètablokker, bij patiënten met paroxysmaal boezemfibrilleren. Hierbij treden de hartritmestoornissen in aanvallen op. ZonMW keert ruim 1 miljoen euro uit voor het onderzoek. Ook de Hartstichting en de Werkgroep Cardiologische centra Nederland (WCN) dragen bij.
Smartwatch
Het onderzoek wordt de komende drie jaar uitgevoerd bij 440 patiënten, verdeeld over 15 ziekenhuizen in Nederland. De helft van de patiënten krijgt verapamil en de andere helft metoprolol. Een deel van de patiënten wordt uitgerust met een smartwatch, waarmee ze zelf een hartfilmpje kunnen maken en kunnen besluiten extra medicatie te nemen. De patiënten weten zelf niet welk middel ze krijgen.
Het onderzoek is compleet in Groningse handen. Het wordt geleid door Tieleman, in samenwerking met professor Michiel Rienstra (UMCG). Tieleman verwacht dat de groep die verapamil krijgt minder vaak een ziekenhuisbezoek en een reset nodig heeft. „We kunnen het ziektebeloop vertragen”, zegt Tieleman. „Dat is beter voor de patiënt en ook voor de druk op het ziekenhuis.”