Annemiek Hoesen bij de Friesche Poort in Bourtange. Ze is de nieuwe vestingdirecteur. Foto: Huisman Media
Annemiek Hoesen begint deze week als vestingbaas van Bourtange. Het sterfort wacht opgaven, maar Hoesen heeft er vertrouwen in. „Er is een heel goede basis.”
Het is negen uur ‘s ochtends en Annemiek Hoesen (50) heeft het over vis. Specifiek die uit Termunten. „Sommige mensen uit Groningen reizen een heel stuk om daar alleen een visje te eten. Ik wil dat mensen uit het noorden ook aan Bourtange denken voor een uitje.”
Ze ziet het als haar missie om Bourtange beter te verbinden met de regio. „Ik ken mensen met een camper die heel Europa afreizen, maar nog nooit in Bourtange zijn geweest.” Zonde vindt ze dat, want vanuit Bourtange is een hoop te vertellen over de geschiedenis van Groningen en haar rijke landschap. Van de zandgronden, tot de veenafgraving en de polder: elk gebied heeft zijn eigen unieke karakter.
Hoewel het pas negen uur is en dat er, op een schoolklas na, nog geen toeristen achter de lentegroene wallen van de vesting zijn, steken vrijwilligers de handen al uit de mouwen. Hoesen (50) is de Friesche Poort nog niet door of ze heeft al een paar praatjes met ze gemaakt. Over de voorjaarsmarkt (’in heel Groningen regen, maar wij hadden geluk met prachtig weer’), over nieuwe energielabels voor gemeentegebouwen (’we komen nog terug!’) of over een buschauffeur met hoge nood (kan iemand hem alvast even binnen laten?).
Springplank
Hoesen is wethouder in Midden-Groningen met onder andere cultuur, erfgoed en archeologie in haar portefeuille. Ze begint officieel op 1 mei met haar nieuwe baan. In de weken voorafgaand aan haar nieuwe job is ze met regelmaat in de vesting te vinden. „Zo’n twee of drie keer per week.” Voor vrijwilligers is ze al een bekend gezicht.
Scholieren worden rondgeleid door gekostumeerde gidsen. Hoesen (op de voorgrond) denkt er voorlopig niet aan om historische kostuums aan te trekken. Foto: Huisman Media
Twee vragen worden haar steevast gesteld. De eerste: gaat ze in het vestingdorp wonen, zoals oud-manager Hendri Meendering deed? De tweede: of ze een kostuum gaat dragen in de vesting.
Het antwoord op de eerste vraag is ‘nee’. „Het is goed om afstand te kunnen nemen van je werk. Ik wil een helikopterview kunnen houden.” Een historisch kostuum dragen komt mogelijk aan de orde als de gelegenheid erom vraagt. Maar vooralsnog niet, zegt ze.
„Ik wil mensen langer in de regio houden dan één nachtje. Daarvoor is samenwerking nodig met anderen.” Ze denkt aan de musea in de directe omgeving, maar ook aan de schansen en andere vestingen langs de voormalige Eemslinie. Die reikte tot Coevorden. Vanuit haar huidige werk als wethouder heeft ze veel contact met de cultuurwereld en weet ze hoe ze subsidies aan kan trekken. „Bourtange moet een springplank worden voor de rest van de regio.”
Klussen
De basis is goed, zegt ze. Die rust op de schouders van vrijwilligers en ondernemers in het dorp. Terwijl de scholieren zich door de vesting bewegen, zet de gepensioneerde vrijwilliger Henk ‘manusje van alles’ Haan kozijnen van de turfschuur opnieuw in de verf. „In de winter doe ik thuis de raamluiken van de turfschuur”, voegt hij toe. Maar nu is het lente. Musjes tsjilpen en kruipen onder de dakpannen, twee overenthousiaste jongens die een blik naar binnen willen werpen worden gewaarschuwd dat de kozijnen nat zijn.
Hoesen en Henk 'manusje van alles' Haan praten over het onderhoud van de vesting. Foto: Huisman Media
De vesting is netjes, maar heeft onderhoud nodig om netjes te blijven, weet Haan. „Hendri liep regelmatig in een overall door het dorp om ergens iets te doen”, zegt hij schalks tegen Hoesen.
Ze kijkt vertwijfeld naar de ladder van Haan. „Doet u de dakgoten ook?” Haan wijst naar de protestantse kerk, waarvan hij meer dan dertig jaar de koster is. De dakgoten daar zijn een stuk hoger. „Die deed ik vroeger ook, maar dat gaat niet meer hoor.” De kerk vindt Hoesen wel erg hoog, maar de dakgoten van de turfschuur en de rosmolen wil ze best schoonmaken, vertelt ze Haan. „En een beetje schilderen wil ik ook wel.”
Geen Efteling
Als vestingmanager heb je niet één pet op. Ja, Hoesen moet plannen voor toerisme maken. Tegelijkertijd mag ze de bewoners van het dorp niet uit het oog verliezen, zegt ze. „De vesting moet geen Efteling worden, mensen moeten hier met plezier wonen.”
Eén van de dingen waarmee ze aan de slag zal moet, is de verduurzaming van de woningen. Veel bewoners willen dat, maar dat is lastig als je het beschermd dorpsgezicht en het monumentale karakter wilt behouden. Niemand zit te wachten op glimmende zonnepanelen in de vesting.
Er moeten duidelijke richtlijnen komen van wat kan en mag. En wie weet zijn er ook wel wat subsidiemogelijkheden om inwoners te helpen het karakter van het dorp te behouden, denkt Hoesen. „Tijdens mijn wethouderschap heb ik te maken gehad met de versterking en verduurzaming van monumentale panden in het aardbevingsgebied. Er is veel mogelijk, als je samen optrekt.”
De Hoesenkaart
Als Hoesen even tijd over heeft, werkt ze aan haar eigen plattegrond van Bourtange. „Ik probeer van ieder adres te weten wie er nu woont en wat de geschiedenis ervan is”, zegt ze. Behalve soldaten en officieren woonden er ook ambachtslieden en moeders, weet ze. „De vroedvrouw had het hier op een gegeven moment zo druk, dat ze opslag kreeg als ze zou blijven.”
Bij de logementen van Vesting Bourtange. „De vesting moet geen Efteling worden, mensen moeten hier met plezier wonen.” Foto: Huisman Media
Aan de kerk zit ook een bijzonder verhaal. „Dat was de eerste nieuwgebouwde protestantse kerk na de reformatie in Groningen.” Het werd in 1607 gebouwd, in de 19de eeuw werd het kerkje herbouwd met het oorspronkelijk materiaal.
Mogelijk komt er meer aandacht voor die verhalen. Bijvoorbeeld met qr-codes, denkt Hoesen. De musea binnen de vesting hebben op dit moment geen officiële museumstatus. Hier wordt de komende tijd aandacht aan besteed om dit toch te realiseren.
Wat betekent dat precies? Om officieel erkend te worden als museum in Nederland moet je organisatie voldoen aan een uitgebreid kwaliteitskader: de Museumnorm. Als je aan alle eisen voldoet, krijg je een registratie en mag je jezelf een geregistreerd museum noemen. Je mag dan ook de Museumkaart accepteren.
Het is een traject dat tijd kost, maar het levert ook veel op: meer professionaliteit, meer bezoekersvertrouwen, en toegang tot subsidies en de Museumkaart.
„Dat is ook echt een oproep aan mensen om mee te denken. Misschien kunnen we iets doen met een wisseltentoonstelling of hebben ondernemers of kunstenaars een mooi idee voor bijvoorbeeld workshops in Bourtange. Iets waardoor mensen vaker terugkomen naar de vesting. De fundatie is goed. Daarop kunnen we verder bouwen.”