Luchtfoto van de grote natuurbrand op het militaire oefenterrein bij 't Harde. Onder meer de brandweer uit Drenthe is te hulp geschoten. Foto: Bram van de Biezen/ANP
De droogte zet de brandweer in heel Nederland op scherp, vooral in provincies met veel natuurgebieden. Zoals Drenthe.
Van het Balloërveld en Wateren tot en met Zuidwolde: brandweerlieden moesten in korte tijd meerdere keren uitrukken. Alsof dat niet genoeg was, werd hen donderdag ook nog eens gevraagd te assisteren bij de grote brand op het defensieterrein bij ’t Harde in Gelderland.
Vanuit Drenthe werd daarop een half peloton ingezet: twee speciale natuurbrandvoertuigen. Uit Friesland kwam ook een half peloton. „Wij hebben er in Drenthe acht. Twee voertuigen afstaan is dus meteen een kwart van je totale capaciteit,” legt woordvoerder Bart Raaijmakers van de Veiligheidsregio Drenthe uit.
Tegelijkertijd brak donderdag in Drenthe nog een natuurbrand uit: bij Baggelhuizen, waarvoor eveneens een peloton nodig was. „Dan gaat het hard. Dat laat zien hoe kwetsbaar het systeem wordt als meerdere branden tegelijk plaatsvinden”, zegt Raaijmakers.
Weigeren kan
De inzet in Gelderland verliep via het landelijke coördinatiecentrum, dat veiligheidsregio’s vroeg om bijstand. Weigeren kan in theorie, maar de afweging is ingewikkeld. „Je moet altijd blijven zorgen dat je eigen regio veilig blijft.”
De Veiligheidsregio Drenthe heeft daarom in een eerder stadium een duidelijke boodschap neergelegd bij de Drentse gemeenten: er is meer geld nodig. Naar verluidt vier miljoen euro extra. Concreet vraagt de regio om een extra peloton gespecialiseerde natuurbrandvoertuigen. „We hebben extra materiaal nodig, omdat we zien dat het klimaat verandert,” aldus Raaijmakers.
Minstens zo belangrijk is de investering in mensen. Buiten Emmen bestaat de brandweer in Drenthe volledig uit vrijwilligers. Die vrijwilligheid verandert, zegt Raaijmakers. „Vroeger bleef iemand zijn hele leven bij de brandweer. Tegenwoordig doen mensen het vaak korter.”
Dat betekent extra opleidingskosten. „De aantallen vrijwilligers zijn op zich nog wel voldoende, maar het kost meer geld om iedereen goed en veilig op te leiden.” De begroting ligt momenteel ter beoordeling bij de gemeenten. In het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio, waarin alle twaalf Drentse burgemeesters zitten, wordt naar verwachting dit najaar een besluit genomen.
Veranderen klimaat
Volgens Raaijmakers zijn de branden het resultaat van een veranderend klimaat. April was uitzonderlijk droog, met een oostenwind en een relatieve luchtvochtigheid die soms onder de 25 procent lag. „Dan droogt alles uit. In combinatie met wind is dat gevaarlijk.”
Vanwege de droogte geldt in Drenthe momenteel fase 2 van het natuurbrandrisico. Voor het uitrukken van de brandweer maakt die fase weinig verschil. „Bij een natuurbrand rukken we altijd al dubbel uit, ook in de winter,” zegt Raaijmakers.
De fase-indeling is vooral bedoeld voor het publiek en voor gemeenten. Vergunningen voor activiteiten waarbij vuur of warmte betrokken is, kunnen in fase 2 worden ingetrokken of niet worden verleend. „Het is vooral een communicatieve fase,” benadrukt Raaijmakers. „We roepen iedereen op zijn gezond verstand te gebruiken.”
Extra alertheid
Die oproep geldt niet alleen voor recreanten, maar ook voor andere gebruikers van natuurgebieden, zoals Defensie. Er zijn geen afspraken gemaakt om minder te oefenen, maar alertheid is het sleutelwoord. „Dat geldt voor iedereen.”
Moeten inwoners van bosrijke gebieden zich zorgen maken? Raaijmakers: „Een natuurbrand hangt sterk af van het type beplanting.” In Drenthe ontstaan branden nu vooral in heidegebieden met droge grassen. Wel wordt vooruitgekeken. „Bij de inrichting van natuurgebieden moet rekening gehouden worden met opwarming van de aarde. Dat gebeurt in Zuid-Europa al veel langer.”
De belangrijkste rol voor inwoners en bezoekers van natuurgebieden is simpel maar cruciaal: alert zijn. „Extra voorzichtig zijn en bij twijfel meteen 112 bellen,” zegt Raaijmakers. „Bij natuurbranden geldt: hoe sneller, hoe beter.” Die alertheid werpt zijn vruchten af. „Mensen bellen sneller en we zijn daardoor vaak op tijd ter plaatse, ook op afgelegen plekken.”