Het asfalt van de A28 bij Assen was in april zo beschadigd dat het onveilig werd om overheen te rijden. Foto: Marcel Jurian de Jong
In de politiek is kritisch gereageerd op het uitstel van wegenonderhoud in het Noorden. Volgens minister Vincent Karremans is niet alleen Noord-Nederland de dupe.
De Friese Tweede Kamerleden Habtamu de Hoop van Pro en Luciënne Boelsma van het CDA hebben woensdag direct vragen gesteld aan de minister. „Bizar dat het rechtse minderheidskabinet het zo ver heeft laten komen’’, liet De Hoop in een eerste reactie weten.
De Hoop en Boelsma vragen waarom juist het Noorden geraakt wordt. „We hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat het evenwichtig verdeeld wordt over Nederland. Hier lijkt het dus dubbel fout te gaan’’, zegt Boelsma. „Waarom is alleen het geld voor Noord-Nederland op?’’ In hun Kamervragen stellen de beide politici: „Is Noord-Nederland om strategische redenen van de lijst gehaald?’’
Ze vragen ook of wel rekening is gehouden met de lange termijn-bereikbaarheid van het Noorden. „Het pijnlijke is dat het wegen in het Noorden zijn. De afhankelijkheid van de auto is in het Noorden al groter, mede door minder goed openbaar vervoer.’’
Luciënne Boelsma van het CDA. Foto: Niels de Vries
De Hoop en Boelsma vrezen ook dat er op langere termijn juist extra kosten ontstaan door het onderhoud uit te stellen.
Minister: ‘Niet al het onderhoud geschrapt’
In een reactie benadrukt minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat (VVD) dat onderhoudsprojecten in Noord-Nederland niet massaal worden geschrapt, maar deels worden uitgesteld vanwege bredere keuzes in heel Nederland. „We hebben niet alle onderhoudsprojecten in Noord-Nederland geschrapt. We gaan door met onderhoud waar dat nodig is.”
Volgens de minister is jarenlang onderhoud vooruitgeschoven, waardoor nu scherpe keuzes nodig zijn. Daarbij wordt gekeken „waar het geld nu nodig is en waar we wel even kunnen wachten.” In Noord-Nederland gaat het om twee aanbestedingen die volgens experts van Rijkswaterstaat niet acuut zijn, terwijl andere projecten — zoals verouderde bruggen en viaducten — juist voorrang krijgen.
Minister: ‘Veiligheid niet in het geding’
Karremans wijst erop dat veel infrastructuur uit de jaren zestig en zeventig stamt en het einde van de levensduur nadert. „Dan moet je kijken wat er echt nu nodig is en wat later kan. Maar veiligheid laten we nooit in het geding komen.”
Vincent Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat. Foto: ANP/Robin Utrecht
Het geld dat vrijkomt door uitstel wordt volgens hem ingezet voor urgente projecten elders, zoals de Oosterscheldekering en bruggen tussen Lemmer en Delfzijl. Daarbij benadrukt hij dat Noord-Nederland niet extra wordt geraakt: „Dit gebeurt in heel Nederland.”
Het uitstel is volgens de minister tijdelijk. Voor de zomer komt het kabinet met een afweegkader, waarna na de zomer duidelijk moet worden welke projecten doorgaan en welke niet.