Eva en Henk in de slaapkamer van hun zoon. Foto: Corné Sparidaens
Gio en Vanessa zijn pubers. Ze groeiden van jongs af aan op bij hun pleegouders Henk en Eva in Groningen, omdat het thuis in Stadskanaal niet ging. „We hebben nooit gezegd dat ze bij ons bleven.’’
Wij hebben twee kinderen. Een jongen en een meisje.
Vanaf het moment dat zij, 8 maanden en 3 maanden oud, bij ons kwamen wonen, vertelden we mensen eigenlijk altijd hetzelfde: het zijn niet ónze kinderen. Ook niet de kinderen van hun biologische ouders.
Ze zijn van zichzelf. En wij zorgen voor ze.
Deze woorden schreef Eva Wortmann een paar weken geleden op LinkedIn. Ze vormden het begin van haar bericht over liefde. Dat kinderen niet zonder kunnen. Het was vlak nadat twee moeders uit Stadskanaal volop in het nieuws waren, omdat ze hun kleine kinderen zwaar hadden mishandeld.
Eva wilde er geen details over horen, ze meed de krant en de tv. „Ik kreeg via Henk mee dat het heel heftig was. En na een paar dagen kreeg ik een appje van Ramona, de moeder van onze pleegkinderen. Zij woonde in die buurt in Stadskanaal toen haar oudste werd geboren en toen ze zwanger was van haar dochter.’’
Dank jullie wel voor alles wat jullie doen. En dank jullie wel dat de kinderen zo mooi en in veiligheid mogen opgroeien. Met deze woorden sloot Ramona haar whatsappberichtje aan Eva af.
De namen naast de voordeurbel. Foto: Corné Sparidaens
Dit is het verhaal van Eva Wortmann (57) en haar vriend Henk de Vries (60) uit Groningen. Zij zijn de pleegouders van Gio (15) en Vanessa (14). Zes keer per jaar zoekt hun moeder Ramona (35) hen op, ze verzaakt nooit. Dit is ook haar verhaal.
‘Wij zijn haar moeder’
Het afzwemmen van Vanessa was zo’n moment. Ramona was erbij toen haar dochter haar zwemdiploma haalde, maar ze ging bescheiden boven zitten, op de tribune.
Henk en Eva zaten beneden, met hun neus op Vanessa die in het water haar best lag te doen. Toen ze ontdekten dat Ramona boven zat, op afstand, snelde Eva naar haar toe. „Wij zijn haar moeder’’, zei ze bemoedigend tegen Ramona. „Kom beneden bij ons zitten.’’
Met enige aarzeling ging Ramona mee naar beneden. Als altijd op zoek naar haar positie in het bijzijn van haar kinderen en hun pleegouders.
Eva: „Ik denk dat het belangrijk is dat wij haar als moeder erkennen. Ramona heeft de kinderen gemaakt en gedragen. Ze heeft niet bewust iets verkeerd gedaan. Het was onwetendheid.’’
Henk: „Een kind opvoeden op je 18de, zonder achterban. Ga er maar aan staan.’’
‘Ik dacht te gemakkelijk over het moederschap’
Haar leven gaat met vallen en opstaan, zegt Ramona. Ze denkt dat dat te wijten is aan haar jeugd, in een klein dorp vlakbij Stadskanaal. Ze groeide op bij haar moeder en haar stiefvader.
Van haar 12de tot haar 18de mishandelde haar stiefvader haar. Dat werd zo gewelddadig dat Ramona vertrok en met ernstige stressklachten in de crisisopvang belandde.
Ze raakte dakloos en logeerde bij allerhande kennissen in Stadskanaal waar ze de vader van haar kinderen ontmoette. Binnen de kortste keren was ze zwanger. „Ik dacht veel te gemakkelijk over het moederschap’’, zegt ze. „We hadden allebei onze eigen problemen.’’
Hun ruzies werden heviger naarmate haar zwangerschap vorderde, waarop ze uit elkaar gingen en zij hoogzwanger in de vrouwenopvang terecht kwam. Daar werd Gio geboren. Ze kreeg een woning toegewezen in Stadskanaal.
Z’n achterhoofd was plat
Henk en Eva leerden elkaar kennen in 2005. Ze wilden graag voor eigen kinderen of pleegkinderen zorgen. Toen het niet lukte om kinderen te krijgen, meldden ze zich bij zorgorganisatie Elker als aanstaande pleegouders. Ze volgden een cursus en leerden onder meer dat een kind altijd bij z’n ouders wil wonen, wat er ook is gebeurd.
Ze gaven aan dat ze een baby wensten. „Ik wilde de fles geven’’, zegt Eva. „Ik wilde rompertjes kopen bij de Hema, met pakken luiers door de supermarkt lopen.’’ Ze bouwden een kinderkamertje in hun huis.
Lang verhaal kort: ze kregen een telefoontje dat er een jongetje was dat voorlopig officieel niet thuis mocht wonen. Een baby van 8 maanden; Gio, die al een paar maanden niet meer bij zijn moeder woonde. Henk en Eva mochten hem zien alvorens ze ja zeiden.
„Ik vond hem direct heerlijk, met z’n grote bolle toet’’, zegt Eva. „Op vrijdag hadden we hem gezien en de donderdag erop kwam hij bij ons wonen. We deden hem zachte kleertjes aan, we voerden hem pap.’’
Ze zagen dat zijn achterhoofd plat was van het voortdurend liggen in de maxicosi. En ze merkten dat hij stil was. „Hij huilde niet, hij lachte niet, hij werd niet boos’’, zegt Eva. „We hebben hem continu bij ons gehouden en leerden hem dat het wél zin had als hij van zich liet horen.’’
Al gauw bewoog hij als ze Dikkertje Dap zongen. Hij begon lol te maken. Te lachen. Na drie maanden kon hij schateren.
En elke twee weken was er ouderbezoek. Dan zag Gio, in bijzijn van Eva en Henk, zijn vader en moeder.
‘Het missen gaat niet over’
Gio was een half jaar oud toen hij werd weggehaald bij Ramona. Ze woonde als alleenstaande moeder van net 19 in een huis in Stadskanaal waar alleen het kinderkamertje klaar was. De vader van Gio kwam met z’n vrienden om de rest van het huis op te knappen. En om drugs te gebruiken. Hij en Ramona kregen weer een relatie.
„Toen Gio uit huis moest, ging mijn psychische gezondheid achteruit’’, zegt ze. „We waren vanaf zijn geboorte de hele dag samen geweest, ik vond het heel moeilijk dat hij weg moest. Ik kon niet meer alleen zijn, ik ontwikkelde een paniekstoornis en bleef het liefst binnen. Ik dacht als ik in de rij voor de kassa van de supermarkt stond: wat zullen de mensen wel niet van me denken. Ik schaamde me en voelde me schuldig.’’
Je krijgt het advies je niet te hechten aan je pleegkinderen, maar ik was binnen 10 minuten verliefd op ze
Ze praatte met niemand over de pijn van het gemis. Nu, 15 jaar later, zegt ze: „Het missen gaat niet over, maar ik heb geleerd om het gevoel zo veel mogelijk weg te stoppen.’’
Ze zag Gio twee uur per twee weken tijdens het ouderbezoek. „Dan had ik hem op schoot en trok ik hem een leuk spijkerbroekje en bloesje aan. De kleren die Henk en Eva hem aantrokken, had ik niet gekozen. Altijd joggingbroekjes. Al weet ik nu dat die zachte kleren beter bij een baby passen’’, zegt Ramona.
‘Ze hebben altijd elkaar’
Eva weet nog dat Gio een paar maanden bij hen was en hoe verslingerd ze aan hem waren. Dat ze toen hoorden dat Ramona weer zwanger was, wat zij als goed nieuws beschouwden: „Ik dacht meteen dat de kans dan groter was dat Gio bij ons bleef.’’
Ze gingen met hem naar zijn pasgeboren zusje kijken. Vanessa. Omdat Ramona net als haar vriend drugs was gaan gebruiken en vanwege een huurachterstand uit huis was gezet, kon Vanessa niet bij haar blijven. Ze kwam na drie maanden bij Eva, Henk en haar broertje wonen. „Ik weet nog dat ik dacht: ze zijn elkaars biologische broertje en zusje. Ze hebben altijd elkaar’’, zegt Eva.
Zij en Henk zagen Ramona en de vader van Gio en Vanessa elke twee weken, tijdens het ouderbezoek, op een kantoor in Groningen. Hoe ingewikkeld het ook was; iedereen gedroeg zich, de begeleiding vanuit Jeugdzorg en Pleegzorg verliep soepel.
Eva maakte foto’s van Ramona, haar vriend en hun kinderen. „Ik liet ze altijd weten dat het hún kinderen waren, maar als ik met Gio en Vanessa terug naar huis ging, moest ik steevast huilen.’’
Dat zat hem in de onzekerheid; altijd hing boven de markt dat ze terug konden gaan naar hun ouders. „We hebben nooit tegen Gio en Vanessa gezegd dat ze bij ons bleven. We hebben onszelf nooit papa en mama laten noemen; altijd Henk en Eva. Je krijgt het advies je niet te hechten aan je pleegkinderen, maar ik was binnen 10 minuten verliefd op ze.’’
Henk: „Alsof je professioneel afstand kunt houden. Opvoeding gaat niet zonder liefde.’’
Rechtszaak
Toen Gio en Vanessa een paar jaar bij Eva en Henk woonden, werden ze voogd van de kinderen. Dat ging via een rechtszaak waarin de rechter besloot dat ze niet meer terug naar hun moeder zouden gaan.
Eva: „Wij hadden compassie met Ramona. Daar zaten we: Henk en ik, de rechter, de griffier, iemand van Jeugdzorg, iemand van Pleegzorg. En zij, helemaal alleen, piepjong en zwanger van haar derde kind.’’
Henk: „Ze had de grootsheid om te zeggen dat ze het eens was met de rechter. Ze zei dat haar kinderen het goed hadden bij ons en dat zij op deze manier alle tijd had voor hun broertje dat eraan kwam.’’
‘Ik ben op afstand’
Het broertje van Gio en Vanessa is inmiddels 12 en woont bij Ramona. Gemakkelijk vindt ze het niet om haar zoon in haar eentje op te voeden, maar met ups en downs en een goeie gezinsvoogd gaat het best aardig, zegt ze.
De vader van haar drie kinderen ziet ze vrijwel nooit. In haar huis staan volop foto’s van Gio en Vanessa.
„Ik vind het altijd fijn om ze te zien, mijn jongste zoon is er altijd bij. Maar het is ook lastig, want ik ben op afstand. Zes keer per jaar is te weinig voor een echte band: ik weet heel veel dingen niet.’’
Niet hoe een doodnormale schooldag is verlopen, wie hun vrienden zijn, wat ze na schooltijd uitspoken, wat hun lievelingseten is, somt ze op.
In de ideale situatie had ik ze gewoon zelf bij me gehad. Rk vind het jammer dat ik niet de moeder kan zijn die ze verdienden.
Ze klaagt er niet over, evenmin gaat ze in tegen de beslissing van Jeugdzorg dat ze niet met Gio en Vanessa mag bellen of whatsappen. „Ik wil geen wrijving veroorzaken. Mijn jongste zoon maakte een groepsapp met ons vieren, maar ik ben er direct uitgegaan, omdat ik niet weet of het mag. Ik ben een ouder op afstand. Je kijkt toe en bemoeit je er niet mee.’’
Ja, zegt Ramona, haar kinderen groeien hartstikke goed op bij Henk en Eva. „En we gaan goed met elkaar om, wat uniek is, heb ik me laten vertellen. Meestal is er geen omgangsregeling als kinderen zo jong uit huis geplaatst worden.’’
‘Ze redden het’
Met Gio en Vanessa gaat het goed, zegt Eva. „Ze houden van hun moeder en hun broertje. Op school weet iedereen dat ze pleegkinderen zijn, het hoort bij ze, ze hebben het altijd geweten.’’
Eva en Henk zijn ervan overtuigd dat ieder kind in principe het beste bij zijn ouders, in z’n eigen omgeving, kan opgroeien. Er zijn uitzonderingen, weten ze.
Pleegouders Henk en Eva: „We zijn zo blij met ze.'' Foto: Corné Sparidaens
„We zijn zo blij met ze, ze verrijken ons leven, ze zijn een deel van ons, ze staan in ons testament’’, zegt Eva.
Pas geleden verzuchtte ze tegen Henk: „Ze zijn gelukt. Als wij wegvallen, redden ze het.’’
‘Jammer’
Ramona: „In de ideale situatie had ik ze gewoon zelf bij me gehad, groeiden ze bij mij op. Ik ben heel blij dat het zo goed met ze gaat, maar ik vind het jammer dat ik niet de moeder kan zijn die ze verdienden. Maar ja, als ik alles goed had gedaan, waren ze er misschien niet eens geweest... Dan heb ik liever die zes ontmoetingen per jaar.’’
Ze is even stil als ze nadenkt over de toekomst. „Ik hoop dat als ze oud genoeg zijn, ik sorry tegen ze kan zeggen en antwoord kan geven op de vragen die ze misschien al lang in hun hoofd hebben.’’
Ramona is een gefingeerde naam. Zij wilde niet op de foto. Gio en Vanessa vonden het prima dat hun namen werden genoemd, maar voelden niet voor een interview of een foto.