Daklozen op de stoep en in het plantsoentje voor de dagopvang aan de Spilsluizen. Foto: Corné Sparidaens
De dagopvang voor daklozen aan de Spilsluizen in Groningen sluit aan het einde van het jaar z’n deuren. Het college van burgemeester en wethouders beslist deze week of de daklozenopvang verhuist naar de Nieuwe Boteringestraat. „Waarom moet dit middenin de stad?’’
De laatste twee jaar is de overlast van daklozen enorm, zeggen twee woonbootbewoners in de binnenstad van Groningen. „Ze poepen en plassen daar in de bosjes, ‘s nachts is dat hun slaapplek. En bij dat elektriciteitskastje gebruiken ze. De hele dag door hoor je de dealers praten, de daklozen hoor je rochelen en spugen. Vechtpartijen zijn er ook en het komt geregeld voor dat daklozen in hun vlucht voor de politie zo het water van de Diepenring in springen.’’
Ze wonen vlakbij de dagopvang voor daklozen van het Leger des Heils aan de Spilsluizen. En ja, ze zijn blij dat het aan het einde van het jaar afgelopen is, dat de dagopvang verhuist.
Brandbrief over overlast en onveiligheid door daklozen
Het college van burgemeester en wethouders beslist deze week over de nieuwe locatie voor de daklozenopvang, aan de Nieuwe Boteringestraat. De buurt ageert ertegen, dit weekend nog schreven 120 omwonenden een zogeheten brandbrief aan het college waarin ze stellen dat hun kwaliteit van leven afneemt door de overlast en onveiligheid die de daklozen met zeer complexe problemen veroorzaken.
De twee woonbootbewoners snappen die zorgen, zij hebben de problemen aan den lijve ondervonden. „Wij hebben ervoor gekozen om goed contact met de daklozen te onderhouden. Dat werkt. Er was ook een buurvrouw die de daklozen als oud vuil behandelde, ze noemde hen honden. Dat vergroot de problemen alleen maar.’’
Ondertussen is het voor de dagopvang een komen en gaan van jong en oud, zwart en wit, overwegend man. Jonge jongens, verwarde mannen, gejaagde verslaafden. Ze komen te voet, op oude fietsen, op elektrische fietsen, op de scooter. De een heeft een slaapzak bij zich, de ander enkele plastic tassen met daarin z’n hele hebben en houden.
‘Omwonenden en samenleving hebben verantwoordelijkheid’
Geestelijk verzorger Annemarie van der Vegt werkt zo’n 12 jaar als straatpastor in Groningen, ze is in dienst bij de gezamenlijke kerken. Ook zij snapt de zorgen en de angst die omwonenden van de Nieuwe Boteringestraat hebben. „Als je het verhaal achter de dakloze leert kennen, verandert je blik’’, zegt ze. „Ik heb gek werk, ik ben daardoor een beetje van ze gaan houden.’’
Van der Vegt heeft het beoogde nieuwe pand aan de Boteringestraat niet gezien, maar is ervan overtuigd dat het door z’n omvang een deel van de huidige overlast zal oplossen. „Hier aan de Spilsluizen is het klein, in het nieuwe pand is veel meer ruimte. Dat zorgt voor rust.’’
De beoogde nieuwe daklozenopvang aan de Nieuwe Boteringestraat. Foto: Corné Sparidaens
Ze is van mening dat omwonenden en de hele samenleving er baat bij hebben om daklozen niet te veroordelen. „Mensen in de overleefstand zijn alert, ze voelen het als de wereld hen niet goedgezind is. We hebben als samenleving, als gemeente, Leger des Heils en straatpastoraat een verantwoordelijkheid naar deze mensen die het moeilijk hebben. Als je als buurtbewoner een belangstellend praatje durft te maken, zoals met een onbekende buurman, dan wordt dat gewaardeerd.’’
‘We moeten leren samenleven met daklozen’
Hetzelfde bepleit sociaal ondernemer Ritzo ten Cate die een project in Groningen begon waarbij daklozen stadswandelingen begeleidden en zo hun verhaal deelden met belangstellenden. Hij ziet dat de dagopvang aan de Spilsluizen werkt als een magneet en dat de daklozen de naaste omgeving gebruiken om te dealen, drugs te gebruiken, te poepen en plassen. Verhuist de daklozenopvang, dan verhuizen de daklozen en de problemen mee, is zijn overtuiging.
„Het aantal daklozen stijgt, dat laat de staat van de samenleving zien. Door wereldwijde ellende, door drugs, door slavendrijvers die Oost-Europeanen op straat gooien, noem het maar op: er komen meer daklozen. En de binnenstad is nou eenmaal de plek om gemakkelijk aan geld te komen’’, zegt Ten Cate.
Een oplossing heeft hij niet. „Ik denk dat we moeten leren samenleven met daklozen. Ik geloof niet in grote centra, maar meer in kleine clubgebouwtjes waar mensen voor elkaar zorgen. Waar niet alleen daklozen maar een mix van mensen leren samenleven.’’
‘Hofjes moeten dag en nacht met hek worden afgesloten’
Ook de twee woonbootbewoners zien het aantal daklozen stijgen. Een oplossing is volgens hen niet eenvoudig, maar ze zien wel iets in verplicht afkicken of in drugsgebruik onder toezicht in plaats van open en bloot in de buitenlucht.
Een ondernemer op steenworp afstand van de daklozenopvang schudt zijn hoofd. „Het wordt steeds erger, steeds drukker met dealer en gebruikers in het plantsoentje en aan de overkant. Op die nieuwe plek aan de Nieuwe Boteringestraat, met al die hofjes eromheen, wordt het nog veel leuker voor de daklozen. Of die hofjes moeten dag en nacht afgesloten worden met een hek. De omwonenden kunnen protesteren wat ze willen; het gaat toch door. Reken maar dat het gras om de Nieuwe Kerk een camping wordt. Waarom is de opvang niet op een industrieterrein? Waarom moet dit middenin de stad?’’