Op verzoek van de krant schuift de nog-net-burgemeester aan bij Djamilia Wolff (13) en Yara Taal (14) die in de schaduw zitten te kletsen in een bushokje in Leeuwarden-Oost. "Hoi ik ben Sybrand." Foto: Jacob van Essen
Zeven jaar was hij burgemeester in Leeuwarden. Nu is Sybrand van Haersma Buma de nieuwe vice-president van de Raad van State in Den Haag. De cirkel is rond voor het ‘beschouwelijke jongetje’ dat uitgroeide tot CDA-leider en daarna in Leeuwarden landde. Toch?
Eind juni. Sybrand Buma is bezig met zijn laatste dagen in functie. Het is een afscheid met weemoed, zegt hij. „Ik heb zelf de keuze gemaakt, maar het voelt heel dubbel.”
Mag ik je zeggen?
„Ja natuurlijk.” De scheidend burgemeester zit met zijn communicatie-adviseur aan een glanzend gewreven antieke tafel. Aan de muur van de werkkamer hangen wandkleden uit 1718, de stoelen voor de visite zijn nog dezelfde als die op een Friese archieffoto uit 1931.
Er is koffie en er is inleidend gekeuvel over een kind dat op een herexamen zwoegt. „Och”, zeg ik. „Mijn moeder zei altijd, je kunt niet meer dan je best doen.” Buma: „Nou zo heb ik dat vroeger nooit gevoeld. Je moest het halen. Niks je best doen.”
„Klopt! Ik was een heel beschouwelijk jongetje.” Foto: Jacob van Essen
Je levensloop lijkt bijna logisch. De ene steen is keurig op de andere gestapeld. Je zus Clarisse zei dat je als kind al een beschouwelijk ventje was.
Opgewekt: „Ja klopt! Ik ging heel weinig uit, had ook helemaal niet zoveel vrienden. Zeker op de middelbare school moest ik erg mijn weg vinden en toen ik in Groningen rechten ging studeren moest ik opnieuw enorm wennen aan die veel grotere wereld.”
In het kort
Sybrand van Haersma Buma is 30 juli 1965 geboren in Workum. Per 1 juli is hij de nieuwe vice-president van de Raad van State in Den Haag. Hij studeerde Nederlands Recht aan de Rijks Universiteit Groningen en Internationaal Recht aan de University of Cambridge. In 1990 startte hij zijn carrière, als stafjurist bij de Raad van State. Van 2012 tot 2019 was hij politiek leider van het CDA. Daarna verhuisde hij naar Leeuwarden waar hij net geen zeven jaar burgemeester was. In 2025 was hij informateur bij de kabinetsformatie. Sybrand Buma is getrouwd en heeft een zoon en een dochter.
Je werd lid van Vindicat; het studentencorps. Clarisse vertelde dat je daar je talenten ontdekte.
„Niet meteen. Ik was gewoon een jochie uit Sneek. Bij Vindicat zat ik ineens tussen mensen uit de Randstad die in mijn ogen veel gevatter waren. Ik weet nog dat ik, toen ik 16 of 17 was, op vakantie een jongen uit Haarlem ontmoette. Nou, die wilde helemaal niet met mij gezien worden omdat ik sandalen droeg.”
„Dus bij Vindicat werd ik in een wereld geschoven die voor mij echt heel anders was. Maar vooral het wedstrijdroeien heeft me geholpen. Ik merkte: ik kan me inzetten voor dingen tot ik ze bereikt heb. Niet miepen; er moet gewoon 2 kilometer snel worden geroeid.”
Normen en manieren waren thuis belangrijk, vertelde je zus. Huiswerk moest altijd af zijn en het stond buiten kijf dat je ging studeren en van nut werd.
„Zeker. Alles wat je doet, heeft nut en je mag mensen niet tot last zijn. En mijn vader was burgemeester dus ik wachtte altijd netjes voor het stoplicht, ook al fietste iedereen door. Al mijn klasgenoten fietsten door de Peperstraat in Sneek waar dat niet mocht, maar ik niet. Ook omdat mijn vader alle rapporten van de politie las en ‘s avonds precies zag wat er fout was gegaan.”
„Bent u de burgemééster?”, vraagt Boram Celik (12) die na de zomer naar het gymnasium gaat. Hij wijst aan waar hij woont. Foto: Jacob van Essen
„Wat ook zo’n woord was van thuis, dat heb ik later pas bedacht, was ‘flink’. Als er iets was moesten we altijd flink zijn. Ik vermoed dat mijn vader dat tijdens de oorlog zelf te horen kreeg als hij over zijn vader inzat. (Sybrand Marinus van Haersma Buma was in de Tweede Wereldoorlog burgemeester van Wymbritseradeel en werd in december 1942 vermoord in het Duitse concentratiekamp Neuengamme – red.) En mijn moeder droeg dat ook uit. Flink zijn, wat je begint maak je af.”
Het lijkt alsof je de familielijn keurig volgde in je studiekeuze en je werk.
Peinst. „Veel van mijn studiegenoten gingen naar Shell, Unilever of werden advocaat. Maar alle Buma’s studeerden rechten en kozen voor de publieke zaak. Ik ook. Daar word ik gelukkig van.”
Had je door dat je een man met een goede startpositie was? Met niet zeven, maar misschien zelfs wel negen vinkjes?
Licht geërgerd: „Ik vind dat vinkjes-verhaal bijna discriminerend. Ik heb ontzettend gebuffeld in mijn leven, maar vaak dachten mensen: ach ja, die jongen heeft een dubbele naam. De irritatie die dat bij anderen opwekt, is fenomenaal.”
„Mijn ouders wilden het beste voor ons, maar ik denk dat mijn zussen en ik eerder last hadden van de dwang om in het vakje te horen. Het speelveld waar je binnen moest blijven was heel klein. Je woordenschat moest bijvoorbeeld precies passen, anders kreeg je het te horen.”
Wat was een verkeerd woord?
„Nou, heb je even? Eet smakelijk mag niet. Welterusten mag niet.”
Wat moet je dan zeggen?
„Slaap lekker. En aan tafel zeg je niks. Of het eten lekker is, bepaal je zelf. En als je iemand ziet, zeg je eerst ‘dag mevrouw’ en dan ‘dag meneer’ met de achternaam erbij. Andersom is fout en werd afgestraft.”
Hoe werd dat afgestraft?
„Nu zijn we echt in de diepe krochten. Het kon gebeuren dat mijn vader een brief kreeg over wat ik had gedaan. Als je ergens gelogeerd had, moest je bijvoorbeeld binnen twee weken schriftelijk bedanken. En ik was een keer te laat.”
Michael Koopmans is onderweg naar de oud-papierbak en stuit op de eerste burger van Leeuwarden.
Foto: Jacob van Essen
„Dus tot zover de zeven vinkjes. Ik heb een iets te negentiende-eeuwse opvoeding gehad. Al die regels hadden natuurlijk een functie toen de elite in het verleden nog de baantjes verdeelde. Daardoor kon je laten zien dat je wist hoe het hoorde en je kon ook precies zien wie níet wist hoe het hoorde. Die viel dan af.”
Lukte het je om dat keurslijf af te schudden?
„Heel langzaam. Nog steeds. Het niet tot last zijn, beleefd zijn tegen iedereen, je niet groot maken en je dienend opstellen; het zit er allemaal in. En ik vind het storend dat het in dat systeem niet ging om de moraal. Nee, het ging om trucjes die jij wel had en anderen niet.”
Wanneer kreeg je dat in de gaten?
„Zal ik je vertellen wanneer ik dat begon te beseffen? Dat was tijdens mijn eerste baan als stafjurist bij de afdeling Rechtspraak van de Raad van State. Na een zitting lunchten we altijd bij elkaar aan tafel en ineens zei zo’n hooggeleerde staatsraad ‘eet smakelijk’.”
Stilte.
„Ik weet het nog precies. Ik vond het altijd al ouderwets dat we dat thuis nooit mochten zeggen dus ik zei tegen mijn moeder: Zelfs bij de Raad van State zeggen ze ‘eet smakelijk’. ‘Nou, dan weten ze daar niet hoe het hoort’, antwoordde ze. Exit.”
Voelde je ruimte, toen je merkte dat er bij de Raad van State ‘eet smakelijk’ werd gezegd?
„Dát was het. Nog steeds kan ik het niet over mijn lippen krijgen, maar ik heb radicaal afgeleerd dat zulke regels enig nut hebben. Ze hinderen je eerder.”
Je studievriend Leo, die jou al kent vanaf de jaarclub en de roeiclub, zei: als er iemand bij Vindicat hasj tevoorschijn haalde, gingen we weg.
„Ja. Toen ik CDA-fractievoorzitter werd, vroeg de partij: zijn er ook dingen die naar boven kunnen komen? Ik wist niks.”
De communicatie-adviseur kijkt ongerust naar de klok. „We hebben nog 50 minuten.” De scheidend burgemeester enigszins vilein: „We zijn inmiddels al op mijn achttiende aanbeland.”
Je ging naar Den Haag. Ik herinner me dat jij op een partijcongres Rutte gebrekkig moreel leiderschap verweet.
„Zeker.”
En toen zette jij Rutte weer weg als een pruilende kleuter.
Blij: „Ja! Ja!”
En toen zei jij weer: ‘En dát noemt zich premier van Nederland’. Moest je de netheid van je afschudden?
„Dat klopt wel. Mijn moeder heeft ooit een keer gezegd: ‘Een Kamerlid is iemand die burgemeester had willen worden, maar het niet kon’. Dus dat toont aan dat mijn ouders dat Kamerlidmaatschap veel minder mooi vonden dan mijn burgemeesterschap in Leeuwarden.”
„Maar in een goede Tweede Kamer ga je na een fel debat weer vriendelijk met elkaar om. Je moet het samen rooien. Al denk ik wel dat de sfeer de afgelopen zeven jaar is verslechterd. Ik heb de PVV meegemaakt, maar de extreem-rechtse, bijna racistische lijn die nu in sommige partijen zit, was toen toch iets minder.”
„In de Tweede Kamer moest ik de netheid van me afschudden. Foto: Jacob van Essen
Je studievriend Leo is benieuwd hoe jij terugkijkt op dat eerste gedoogkabinet met de PVV. Hij zei dat hij kon merken dat je er met boosheid aan terugdacht.
„Dat is waar. De jaren 2010 en 2012 (de tijd van het minderheidskabinet van CDA en VVD met gedoogsteun van de PVV – red.) zijn heel zwaar geweest. Ik vond dat we de PVV-kiezers niet eeuwig aan de kant konden laten staan. En ik dacht dat de PVV een soort basis-medeverantwoordelijkheidsgevoel zou meenemen. Ik ben echt heel boos geweest over het weglopen van Wilders.”
Hoe was het om als burgemeester van Leeuwarden en oud-partijtijger in november vorig jaar opnieuw de Haagse arena in te stappen, dit keer als informateur?
„Ik merkte echt; als je het Kamergebouw binnentreedt, ontstaat er andere wereld om je heen. Niet per se de echte wereld, maar het rare is dat je denkt dat het wel zo is. Het is een snelkookpan waarin alles samenkomt en als je een microfoon onder je neus geduwd krijgt, moet je iets zeggen. Dat gebeurde weer. Dat overal iets van moeten vinden.”
Dacht je toen, o wat lekker dat ik nu burgemeester van Leeuwarden ben?
„Ik dacht twee dingen. Ik dacht: o wat goed dat ik hieruit gegaan ben. En ik dacht: ik moet alles wat ik de afgelopen zeven jaar als burgemeester in Leeuwarden heb gedaan, in deze formatieweken meenemen naar Den Haag.”
Vorige maand kwam een onderzoek naar buiten van het Erasmus Medisch Centrum en de TU Delft, over geboorteachterstanden bij baby’s in twintig Nederlandse arme wijken waaronder Leeuwarden-Oost. Als je met een achterstand wordt geboren, haal je je die je hele leven bijna niet meer in. Wat neem je daarvan mee naar Den Haag? En wie uit de gemeente blijft je bij?
Ontwijkend: „Ik ga geen namen noemen. Het gaat er vooral om of je iets kunt bewegen in de levens van mensen. Dat gaat niet met duizend inwoners tegelijk, die van niks ineens een baan hebben en de hemel bestormen, maar steeds om plukjes meer. Het gaat over kinderen die hun school afmaken, die een stageplek krijgen, die kansen krijgen.
Denk je nu aan iemand?
„In Leeuwarden-Oost zijn de eerste ‘lief- en leedstraten’ gelanceerd. Met straatbewoners die nieuwe mensen welkom heten en een kaartje in de bus doen als er een baby is geboren. Die buurtbewoners steunen anderen waar ze kunnen en ze verdienen er niks mee, maar ze doen het wel.”
„Je kunt ambtenaren sturen om de straat schoon te vegen, maar je kunt er ook voor zorgen dat mensen mee willen doen. Dat zie ik in Leeuwarden-Oost. Ik kwam er veel en altijd zonder media. Als Kamerlid ga je natuurlijk ook op werkbezoek en als het meezat ging er een journalist mee, maar als burgemeester kom je veel dichterbij. Ik zag de bewoners, zij zagen mij en ik zag hoe gelukkig ze van zo’n lief- en leedproject worden. Hoe groter de chaos in de wereld, hoe mooier het is om heel dichtbij zo’n kleine beweging te kunnen maken.”
Op bezoek bij het echtpaar Moed-Koning dat vorig jaar december 70 jaar getrouwd was. Foto: Jacob van Essen
„Een politicus verwacht dat iedereen in politieke termen denkt. Tijdens begrotingsvergaderingen in Den Haag dacht ik ook dat iedereen aan de buis gekluisterd zat, maar dat is natuurlijk niet zo. Dat vond ik de afgelopen jaren in Leeuwarden zo leerzaam. Haagse politici zenden vooral, maar als burgemeester maak je contact door vragen te stellen.”
Eerlijk gezegd dacht ik: dit burgemeesterschap wordt geen match. De CDA-voorman van het Wilhelmus in een stad waar je in het Liwwadders niet ‘je moet je mond houden’ zegt maar ‘mutst dyn freed houwe’.
„Het is wél een match. Toen ik als jongen in Sneek woonde, kwam ik vaak in Leeuwarden, ik kende de stad al.”
Nou, je vond er vroeger niet veel aan. Je ging na het kleren kopen met je moeder altijd snel weer weg.
„Dat is waar. Dat was het Leeuwarden van de jaren tachtig. Best een morsige stad volgens mij. Nu is het een stad met een mooi cultuurcentrum en soms een rauwe rand eraan.”
Ik moet denken aan het Cambuur-feest bij de Oldehove, waar jij een erepenning uitreikte aan trainer Henk de Jong. Jij weet hoe je een mes en vork moet neerleggen, je kunt nog steeds niet ‘eet smakelijk’ zeggen en dan sta je daar voor hooligans die bier naar je gooien en vuurwerk afsteken. Hoe verhoud je je daartoe?
Zijn stem is lager ineens: „Nou, ik ging ervan uit dat het ging gebeuren. Er was een groot openbare-orde-risico omdat tachtig hooligans door de beveiliging heen waren gedrongen en met vuurwerk op het plein stonden. In mijn hoofd wist ik: dit kan helemaal misgaan. Ik had gezegd dat het feest door kon gaan, terwijl ik het na die bestorming ook had kunnen afgelasten. En als er dan toch iemand vuurwerk afsteekt en er een kind wordt geraakt, komen ze niet bij Cambuur, maar dan komen ze bij mij.”
„Toen ik op het podium stond trok de rook op een gegeven moment een klein beetje op en kon ik de mensen achterin weer zien. Ik herinner me nog dat ik dacht: als zij het kunnen horen dan is het wel goed. En het klinkt misschien stom, maar ik weet dat ik bij zo’n Cambuur-feest ook door een steen geraakt kan worden. En ik weet evengoed: als ik daar bang voor ben, moet ik een ander vak kiezen.”
Je auto werd in augustus 2024 op de oprit bij je huis in brand gestoken. Je vriend Leo zei: dat vond hij vooral erg voor de buren. Omdat anderen geen last van je mogen hebben?
„Ja. Ik vond het heel erg voor mijn vrouw en ik was bang dat de buurt het niet meer leuk zou vinden dat ik hier woon. Het is een van de meest bepalende dingen die ik in Leeuwarden heb meegemaakt. Op zo’n moment denk je inderdaad: hoe ver gaat mijn taak. Ik kan wel stoer doen over de staat van de democratie, maar als je thuis niet meer veilig bent, gaat dat ver.”
Hoe kom je daarmee in het reine?
„Je hebt je werk, je stopt niet, je gaat door.”
Nu begin je een nieuw hoofdstuk bij de Raad van State. In een tijd waarin Kamerleden roepen: waar bemoeit die Raad vol D66’ers zich mee.
„Iedere baan is gecompliceerder dan dertig jaar geleden. Er liggen allerlei vraagstukken en daar wordt een samenleving onzeker van. In zo’n wereld, waarin iedereen boos is op elkaar, krijgt de Raad van State natuurlijk ook kritiek. Dan is het aan mij om het gesprek aan te gaan en uit te leggen waarom we iets doen.”
Boran (12) en zijn broertje Tolga (11) willen een selfie met Sybrand Buma. Communicatieadviseur Erik Krikke springt bij. Foto: Jacob van Essen
Ga je net zo vaak in talkshows zitten als je de laatste jaren deed? Je vriend Leo zei: ‘toen hij net in de politiek zat, kon ik wel zien dat Sybrand soms zenuwachtig was. Maar nu is hij zo relaxed, nu praat hij aan talkshowtafels zelfs over dingen waar hij geen verstand van heeft.’ Over voetbal bijvoorbeeld.
„Als burgemeester zat ik veel rustiger in een talkshow dan als politicus. Destijds moest ik erheen omdat het CDA in beeld moest komen en dan wist ik van tevoren dat het politiek gedoe zou opleveren. Als burgemeester kwam ik alleen als ik iets over Leeuwarden kon zeggen. Dat was reclame. Ik hoorde van de hoteliers in de stad dat ze konden merken als ik op tv was geweest.”
Als vice-president van de Raad van State worden optredens weer moeilijker omdat je neutraal moet zijn. Als je iets politiek gekleurds gaat zeggen, zijn de rapen gaar.
„Dus ik ga waarschijnlijk minder in beeld zijn.”
De communicatie-adviseur kijkt moeilijk. Het is tijd. Anderen wachten. De nieuwe vice-president van de Raad van State gaat staan. „Als je burgemeester bent, zien mensen je als heel belangrijk”, zegt hij. „Maar ik vind zelf: ik doe ook gewoon maar mijn best.”
Wat doet de Raad van State?
De Raad van State geeft onafhankelijke adviezen aan de regering en het parlement over wetgeving en bestuur. De organisatie bestaat uit twee afdelingen die allebei een belangrijke rol hebben in de Nederlandse democratische rechtsstaat.
De Afdeling advisering adviseert over wetsvoorstellen en algemene maatregelen van bestuur. Ze let erop of wetgeving problemen oplost, uitvoerbaar is en binnen de Grondwet past.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit, bijvoorbeeld bij het verstrekken van een vergunning of een subsidie. Formeel is koning Willem-Alexander de president van de Raad van State, maar de dagelijkse leiding van het instituut ligt in handen van de vice-president.