Anita Bos en Dorine Heij van de Pelgrim voedselBos & BoerderHeij bij een struik met op de achtergrond Ids Toxopeus, regiocoördinator Groningen Meer Bomen Nu in Bellingwolde. Foto: Huisman Media
Pak ‘m beet 25.000 bomen, dat is hoeveel er worden gered van de maaimachine. Tenminste, als het aan Ids Toxopeus van Meer Bomen Nu ligt. Hij is één van de kartrekkers die in een half jaar tijd de bomen uit de Groninger klei- en zandgronden trekt én ze herpoot.
Ids Toxopeus (54), coördinator Groningen, heeft het er de komende tijd druk mee. Hij rijdt in een pickuptruck over hobbelige zandweggetjes in Westerwolde, onderweg naar Anita Bos (48) en Dorine Heij (47) in Bellingwolde. Zij zijn eigenaren van de Pelgrim voedselBos & BoerderHeij en doen mee aan het project Meer Bomen Nu. Sinds maart 2020 gaf het landelijke project een miljoen bomen, struiken en stekken weg.
Bos en Heij staan klaar in dikke laarzen. Die hebben ze nodig, want waar de bomen groeien, dat is pure natuur - en het heeft flink geregend. Heij staat op een kronkelend paadje in een groot veld met nog veel meer jonge bomen en struiken. Afgelopen jaar oogstte ze voor het eerst met haar partner Bos honderd bomen om ze te verplanten in eigen tuin.
„Deze berk hebben we toen geplant”, zegt Heij. Ze wijst naar de kleine boom die net boven haar knie uitkomt en omhoog wordt gehouden door een houten stok. Het is eigenlijk niet meer dan een tak.
‘Gratis verplanten in eigen tuin’
Het nieuwe ‘bos’ komt niet bij de bomenkweker vandaan. Ze groeien volgens Toxopeus op plekken waar ze eigenlijk niet ‘horen’. Te denken valt aan bermen naast drukke wegen of bouwterreinen. Als een boom namelijk zaadjes loslaat, komen ze op allerlei verschillende plekken terecht. De zaadjes verspreiden via de wind. „Of een dier neemt de zaadjes mee in de vacht.”
Als een zaadje begint te groeien en het is dichtbij een pad, wordt hij bij het maaien waarschijnlijk weggehaald. Doodzonde, vindt Toxopeus. „Om dat te voorkomen kunnen mensen zoals Anita en Dorine langskomen op de plekken waar de jonge boom groeit. Ze kunnen die dan gratis oogsten”, zegt hij. De boom krijgt dan een nieuw plekje om te leven. De zaailingen worden ook geoogst in tuinen of op boerenerven.
Zo hebben Heij en Bos veel verschillende soorten bomen in hun bos gekregen. ,,Deze komt uit het Stadspark in Groningen’’,wijst Heij aan terwijl ze een stukje verder loopt op een van de paadjes. Ze legt uit dat de bomen in het bos uit de hele provincie komen. „Wij willen zoveel mogelijk diversiteit, dat is het beste voor de natuur.”
‘Een beetje beschermen’
Niet alle bomen hebben het eerste jaar volgehouden. Een precies aantal is gokken, rouwig om het ‘verlies’ is ze niet. „Dat is ook de natuur en misschien komt er nog iets op uit een wortel”, zegt ze. Toxopeus schat dat ongeveer 80 procent van de 25.000 verplante bomen het jaar overleefden. Dat komt neer op 20.000 bomen.
De warme zomer maakte het de bomen niet makkelijk, een aantal sneuvelden: het was te droog. Een ander probleem zijn volgens Heij reeën. Die houden ervan om met hun gewei tegen jonge bomen aan te schuren. Om het grasveld staan hoge hekken van ijzerdraad om dit te voorkomen. „Dan kunnen we ze tenminste een beetje beschermen.”
Driehonderd tot vierhonderd bomen
Deze maatregel is nog niet te pas gekomen in de achtertuin van Laetitia Begeer (67) in Wedde. „Je ziet het aan de bomen wanneer de reeën zijn langs geweest.’’ De schors is eraf, waardoor ze doodgaan. ,,Het hoort erbij”, zegt ze schouderophalend. Begeer doet het immers juist voor de natuur. ,,We doen het voor de dieren. De vogels, de bijen, vlinders: noem het maar op.’’ In de lente kunnen de vogels straks nestelen, in het najaar kruipen insecten door het dode blad - of misschien een egeltje.
Sinds 2020 plant Begeer met haar man en vrienden elk jaar driehonderd tot vierhonderd bomen in de achtertuin. En dit jaar wil ze weer heel wat bomen. Haar man doet vanaf een afstandje een duit in het zakje: ,,We gaan door totdat we een echt bos in de tuin hebben”.