Woonwagens in verschillende soorten en maten op het woonwagenkamp De Kring in Groningen. Foto: Archief Peter Wassing
Bijna drieduizend Groningers wonen niet in een traditioneel huis. Van woonwagen tot – binnenkort – tiny house: een rondje langs ‘bijzondere woonvormen’ in de stad.
Haar voorganger sprak wel eens gekscherend van de afdeling ‘ongefundeerd wonen’. Een grap, zegt Roos Broeders, maar wel een rake – letterlijk en figuurlijk.
Want of het nu op wielen staat of op het water: letterlijk heeft het huis van de ‘klanten’ van Broeders en haar collega’s van de afdeling Bijzondere Woonvormen van de gemeente Groningen geen fundament. Bovendien vallen hun woonwensen meestal buiten alle gebaande paden. Figuurlijk vinden ze dus meestal (nog) geen fundering in bestaande regels.
Van het woonwagencentrum De Kring tot de tiny houses die al zijn gebouwd bij Ten Boer en de komende jaren nog gaan verrijzen aan de oost- en westrand van de stad: Groningen heeft een lange traditie als het gaat om ruimte voor afwijkende woonwensen.
Hier hebben woonwagen- en woonschipbewoners en rondtrekkende kermisexploitanten nog altijd plek in de stad, waar veel andere gemeenten al decennia geleden voor een uitsterfbeleid kozen. Ook het huidige gemeentebestuur zet de traditie voort met vier vrijplaatsen voor ‘stadsnomaden’ en straks dus ook tiny houses.
Groningen ziet zulke niet-alledaagse woonplekken als een welkome aanvulling op het traditionele woningaanbod, zegt Broeders. ,,Steeds meer mensen zoeken geen standaard-huis maar stellen andere eisen’’, stelt de stadsdeelbeheerder Bijzondere Woonvormen. ,,Als gemeente willen we daaraan ruimte bieden als we daarvoor mogelijkheden zien.’’
Néé, dat is geen oproep aan iedereen met een speciale woonwens om naar Groningen te komen, zegt Broeders. De stad moet de komende jaren ook nog zo’n 20.000 huizen bijbouwen om het tekort op de woningmarkt weg te werken. Dat gat valt met tiny houses of andere nieuwe woonvormen niet te dichten. Voor een goed begrip: de huidige twintig bijzondere woonlocaties tellen nu bij elkaar een kleine drieduizend bewoners.
,,Waar mogelijk zal de gemeente goede initiatieven ondersteunen’’, zegt stadsdeelbeheerder Broeders. ,,Wij zijn altijd op zoek naar ruimte voor woonvormen voor mensen die bijzonder willen wonen.’’
Met het aantrekken van de economie zijn de mogelijkheden wel steeds dunner gezaaid. Nu de woningmarkt en het bedrijfsleven opveren, verdwijnen de lege ‘overhoekjes’ die tijdelijk plaats kunnen bieden aan alternatieve woonvormen.
Andere locaties liggen te ver van de stad of juist te dicht bij omliggende woningbouw of industrie. Broeders voorziet daarom nog wel groei van bijzondere woonvormen, maar geen ongebreidelde. ,,Niet iederéén kan bijzonder wonen’’, stelt ze vast. ,,Daarom is het ook ‘bijzonder’.’’