Willem Hovinga bij het graf van zijn overgrootouders op de begraafplaats in Tolbert. Foto: Geert Job Sevink
Willem Hovinga uit Leek verstuurde sinds 2005 een slordige 172.000 mailtjes. Stuk voor stuk met foto’s van grafstenen. Dit is waarom.
Een woensdag in februari, net na het middaguur. Bij de ingang van de begraafplaats in Tolbert staat Willem Hovinga (69), getooid met een dikke muts en schoudertas. Hij moest hier nodig weer eens zijn, zegt-ie, terwijl hij zijn handen warm wrijft. ,,In 2019 was ik voor het laatst op deze begraafplaats. Sindsdien zijn er weer heel wat graven bijgekomen. Da’s het probleem van dit hele gebeuren: het houdt nooit op.”
Noem het gerust een uit de hand gelopen hobby. Hovinga is oprichter van graftombe.nl, een website met zo’n 1,3 miljoen (!) foto’s van grafstenen in Nederland. Een geschenk uit de hemel voor stamboomonderzoekers, die niet zelden bij Hovinga uitkomen als hun speurtocht spaak loopt. Op zoek naar het graf van een achternicht? Grote kans dat Hovinga een foto van de zerk in zijn bezit heeft.
‘Ik hoef niet zo nodig in de belangstelling te staan’
Daarom maken we vanmiddag een wandeling over de begraafplaats van Tolbert. Al moesten we Hovinga even overtuigen. Hij heeft in 2005, toen zijn megaproject net een beetje begon te lopen, al eens een interview gegeven aan deze krant. ,,Ik hoef niet zo nodig in de belangstelling te staan. Heb ik niks mee. Ik fotografeer ook graag vogels. Moest ik eens voor televisie het ringen van de kerkuilen laten zien. Ben ik bezig in zo’n boerderij, maken ze filmpjes van me. Nee, niks voor mij.”
Maar vooruit, op zijn scooter is hij vanuit Leek in een zucht en een scheet op de begraafplaats van Tolbert. Hier begon hij ooit zijn eigen stamboomonderzoek. Hovinga’s ouders en grootouders liggen in Tolbert begraven. ,,Dit was ook de begraafplaats waar alles begon”, zegt Hovinga, terwijl het grind knerpt onder zijn voeten. ,,Ik móést hier wel naar toe. De geboorte- en overlijdensdatum van overledenen worden pas na verloop van tijd vrijgegeven. Maar op de begraafplaats staan ze gewoon op de steen. Ideaal.”
Willem Hovinga fotografeert een graf op de begraafplaats van Tolbert. Foto: Geert Job Sevink
Hovinga sloeg aan het fotograferen. Hij kreeg er plezier in. En, dacht hij al vrij snel, waarom zou hij zijn informatie ook niet aan anderen beschikbaar stellen? Zo gezegd, zo gedaan. Mede dankzij de inzet van vrijwilligers door heel Nederland wordt de database nog steeds groter en groter. Vooral begraafplaatsen in de noordelijke provinicies zijn goed vertegenwoordigd. Logisch, want Hovinga zelf is het meest actief van allemaal.
‘Je wil niet weten hoe blij sommige mensen zijn’
De gegevens van een overledene zijn op de website voor iedereen toegankelijk. Een foto van het graf kun je aanvragen. Hovinga zelf zoekt de afbeelding vervolgens op en stuurt een e-mail met de foto als bijlage. ,,Je wil niet weten hoe blij sommige mensen zijn. En je staat ervan versteld hoeveel mensen geïnteresseerd zijn in genealogie.”
Hij pakt zijn mobieltje erbij en zoekt de statistieken van graftombe.nl op. ,,Kijk, ik heb 172.000 mails verstuurd sinds 2005. Dat zijn in totaal 408.000 foto’s. We hebben foto’s van graven in 1861 plaatsen in Nederland. En even zien: er zijn op dit moment 353 bezoekers aanwezig op de website.”
Het zijn duizelingwekkende cijfers. Hoeveel aanvragen hij grofweg krijgt? Per dag zeker zo’n 35. ,,Je mag tien foto’s per keer aanvragen. De meeste mensen houden het bij één of twee. Maar ik heb een stamboomonderzoeker in Roemenië zitten, al is het gewoon een Nederlandse man. Die kerel vraagt elke dag tien foto’s op. Elke dag. En dat al een hele poos. Tsja, hij is voor iemand een stamboom aan het uitpluizen. Dan krijg je dat.”
‘Als ik wil, kan ik hier vast heel veel geld aan verdienen’
Hovinga stuurt de foto’s allemaal handmatig toe. Monnikenwerk. Hij vraagt hij geen cent voor. Nooit gedaan ook. ,,Ik doe dit gratis, omdat ik hier niets aan wil verdienen. Je doet een ander een heel groot plezier. En dat doet mij dan weer plezier. Dat is het voornaamste.”
Hij loopt langs het graf van een meisje dat onlangs is overleden. ,,Recente graven van kinderen sla ik over. Dat is voor sommige nabestaanden te pijnlijk om te zien.”
Als er een begrafenis plaatsvindt, stopt hij ook subiet met fotograferen. Maar meestal kan Hovinga in alle rust zijn gang gaan. ,,Wie zie je nou op een begraafplaats? Er komt bijna niemand. Er is nu ook geen kip, terwijl het prachtig mooi weer is.”
Hij peinst even en zegt dan: ,,Het trekt schijnbaar niet meer, een begraafplaats.”
Foto: Geert Job Sevink
We zijn inmiddels aan de andere kant van de begraafplaats beland. ,,Kijkt, hier ligt een neef van mij. Jong overleden. En moet je daar eens zien: een hoop nieuwen, zeg. Ik heb straks nog aardig wat te doen.” Hij bekijkt de namen en de datums: ,,Ach, die woonde in de buurt. Ik wist niet eens dat hij overleden was.”
‘Soms denk ik: wat doe ik hier eigenlijk?’
Later vanmiddag zit hij weer achter zijn computer. Gegevens invoeren. Er zit nogal wat werk in deze hobby. ,,Soms denk ik: wat doe ik hier eigenlijk? Maar ik ga toch door. Totdat ik er écht poepiezat van ben. Al ben ik dat soms al, hoor.”
De mooiste begraafplaats die hij tegenkwam? Och, in Limburg kunnen ze er wel wat van, zegt -ie. ,,Maar in wezen zijn ze allemaal hetzelfde. Ik kijk ook niet naar de mooiigheid. Het gaat mij puur om de datums en de namen. Wanneer kom ik nou bij het graf van mijn ouders? Drie jaar geleden voor het laatst. Vrijwel nooit dus. Ik ben hier om informatie te verzamelen en wil daarmee een ander blij maken. Dat is het.”
Soms valt hem wel op dat de staat van de grafstenen op veel begraafplaatsen te wensen overlaat. In Tolbert valt het gelukkig reuze mee, stelt Hovinga. ,,Maar ik zag laatst eens een enorm gat in een graf op een andere begraafplaats. Je kon zo naar binnenkijken. Ik heb maar even gebeld met de beheerder. Want het was geen gezicht.”
‘Ik was even kwijt dat ze hier lagen’
Even later staat Hovinga stil bij een oude grafzerk, nog van voor de Tweede Wereldoorlog. Ziet hij het nou goed? Hier rust het echtpaar Antje Flint en Roelf Hovinga. ,,Mijn overgrootouders”, zegt hij licht verbaasd. ,,Ik was even kwijt dat ze hier lagen. Ach, ik moet hier toch al eerder geweest zijn. De foto is er sowieso.”
Straks gaat hij weer aan de slag. Dan maakt hij foto’s van de graven in Tolbert die er in de afgelopen jaren bij zijn gekomen. ,,Wat me wel verbaast: ik kom nou nooit een bekende Nederlander tegen. Nooit. Waar die dan mogen liggen? Ja, of ze zijn gecremeerd. Dan tref je ze natuurlijk ook niet. Maar ik noem maar wat: een Wim Sonneveld, of iets dergelijks. Goed, de meesten zullen wel in het Westen begraven zijn. Maar toch.”
Vlakbij de uitgang van de begraafplaats staat een bordje naast een zerk: dit graf wordt binnenkort geruimd. Hovinga wrijft zijn handen nog eens warm en knikt in de richting van de steen. ,,Kijk, da’s ook een voordeel. Dat graf is er straks niet meer. Maar we hebben de foto nog.”