Jerom Werkmeester is blij met zijn tiny house in Hoogezand. Foto: Jaspar Moulijn
Woningen worden steeds kleiner. Niet alleen de stijgende bouwkosten, ook het toenemend aantal een- en tweepersoonshuishoudens dwingt ertoe. Het uit zich in een hausse aan studio’s, tiny houses, microwoningen en compacte startersappartementen. Zelfs gezinswoningen krimpen.
De uit Amersfoort afkomstige Jerom Werkmeester (26) is al heel vaak verhuisd in zijn leven. Vanaf zijn 14de hebben zijn ouders hem op een internaat geplaatst. Zelf zijn ze gaan varen. „Ik ook op mijn manier, maar dan over land. Dat heeft me op diverse plekken in Nederland gebracht. Deze provincie had ik nog niet gehad, dus ik dacht: ik ga naar Groningen.”
De sportschoolmedewerker was een van de vele gegadigden voor een tiny house, met vijf andere gelegen in een mooi parkje aan de Nicolaas Maeshof in Hoogezand. „Ik heb geluk gehad dat ik het heb gekregen. Het is perfect. Meer heb ik niet nodig. Je moet creatief zijn met de ruimte, daar hou ik wel van. Ik zou hier zelfs met een partner kunnen wonen.”
Maartje Broerken woont al drie jaar in een tiny house in Hoogezand. Foto: Jaspar Moulijn
Schuin tegenover hem woont student Maartje Broerken (24), die net thuisgekomen een maaltijdsalade uit haar boodschappentas haalt. Al sinds de oplevering drie jaar geleden woont ze hier. Ook zij is heel blij met haar ‘huisje’ van nog geen 50 vierkante meter, dat naast een minuscule woonkeuken een aparte bad- en slaapkamer heeft. „Het is lekker compact. Dat is wel zo praktisch. Als ik moet schoonmaken ben ik zo klaar. Ik kan ook niet te veel rommel laten slingeren, dus ik ruim alles meteen op. Ideaal.”
‘Als er één vrijkomt, krijgen we wel veertig reacties’
Overal in het land worden ze neergezet, ook in het Noorden. Vooropgesteld: tiny houses zijn geen oplossing voor de woningnood. Het gaat om relatief kleine aantallen. Het is eerder een nicheproduct dat meewaait op de trend van kleiner wonen en ontspullen die al enige jaren rondwaart.
,,Toen wij ze introduceerden waren ze al enorm gewild”, zegt Antje Hooghiem, manager wonen van Woonstichting Groninger Huis, die 5300 huizen beheert. Een jaar of drie geleden liet de corporatie in Appingedam, Hoogezand, Midwolda en Wagenborgen in totaal dertig tiny houses neerzetten. „Tijdens een open dag hebben we wel vierhonderd belangstellenden gehad. Als er nu één vrijkomt, krijgen we veertig tot vijftig reacties.”
De tiny houses aan de Nicolaas Maeshof in Hoogzand zijn neergezet in een parkachtige setting. Foto: Jaspar Moulijn
Het zijn vooral alleenstaanden die erop reageren. Mensen die er volgens Hooghiem bewust voor kiezen om klein te wonen en minder spullen te hebben. Dat weet ze omdat de toewijzing van deze tiny houses anders verloopt dan van reguliere sociale huurwoningen. Belangstellenden moeten namelijk een motivatie meesturen waaróm ze in een tiny house willen wonen.
‘Het aantal alleenstaanden is sterk gestegen’
Ook los van de trend van tiny houses gaan we in de toekomst bijna allemaal kleiner wonen. Nu nog heeft de Nederlander gemiddeld 53 vierkante meter tot zijn beschikking, maar dat aantal gaat afnemen. Dat gebeurt nu al. Sinds 2023 wordt er volgens de in Winsum geboren en getogen Marja Elsinga, hoogleraar Woonbeleid aan de TU Delft, kleiner gebouwd.
Dat heeft deels te maken met de gestegen bouwkosten. Zowel de rente als de prijs van grond, materialen en personeel zijn de laatste jaren sterk gestegen. „Door kleiner te bouwen kunnen aannemers hun businesscase nog rond krijgen”, verklaart Elsinga.
Er is nog een ontwikkeling die de trend tot kleiner wonen stimuleert: er zijn steeds meer één- en tweepersoonshuishoudens. Alleen al het aantal alleenstaanden is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) sinds 1957 gestegen van minder dan 3 procent tot bijna 19 procent in 2023. De groep van 3,6 miljoen alleenstaanden telt vooral veel twintigers en vrouwelijke 70-plussers, wier echtgenoten zijn overleden. Elsinga: „Het is logisch dat er dan ook kleinere woningen worden gerealiseerd.”
‘Je moet ze verleiden te verhuizen’
Het nieuwe kabinet heeft het begrepen. Het wil meer bouwen voor ouderen, van wie velen nadat hun kinderen zijn uitgevlogen alleen of met z’n tweetjes zijn achtergebleven in grote gezinshuizen. In het programma Wonen en Zorg voor Ouderen spreekt het kabinet de ambitie uit om tot 2030 290.000 woningen voor ouderen te bouwen. Hierover worden afspraken gemaakt met provincies, gemeenten, marktpartijen, burgers en woningcorporaties.
Als het lukt is dat volgens Elsinga goed voor zowel de woningmarkt als voor de ouderen zelf. „Velen hebben behoefte aan een fijne woonplek die ze makkelijk kunnen onderhouden. Je moet ze verleiden te verhuizen naar een woonconcept dat nauw aansluit bij hun wensenpakket, zodat ze bijvoorbeeld gezelschap en zorg bij de hand hebben. Dat komt hun levenskwaliteit ten goede.”
Het ontwerpen van kleine woningen is een vak apart. Architect Rens Heestermans uit Ruinerwold is betrokken bij het opzetten van een wijk met tiny houses in Winsum. Eerst wil hij een kritische noot kraken: hoe kleiner het huis, hoe groter de verhouding tussen de buitenschil (dak en gevels) en de binnenruimte (kubieke meters inhoud), dus hoe relatief duurder het wordt. Ook voor de verwarming ben je daardoor verhoudingsgewijs meer kwijt. „Eigenlijk is het niet efficiënt om een klein huis te bouwen.”
‘Een lagere ecologische voetafdruk’
Daar staat tegenover dat er in absolute termen een kleinere hoeveelheid bouwmateriaal nodig is om zo’n woning op te trekken. Verder kunnen bewoners van een microwoning met minder spullen toe. „Dat zorgt voor een lagere ecologische voetafdruk.”
Een tweede disclaimer is dat veel zaken in een klein huis, zoals een toiletpot, douche of wastafel, hetzelfde formaat hebben als in een grote woning. „Die kun je amper of niet verkleinen.”
Cruciaal bij het ontwerpen van een kleine woning is dat er slim moet worden omgegaan met de vierkante meters. Verspilling van ruimte is uit den boze. Heestermans: „Je moet de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk indelen. Een lange gang in huis is ruimte-verslindend en meestal overbodig. Ander voorbeeld: je ligt maar acht uur in bed. 16 uur per dag staat zo’n bed te niksen. In tiny houses heb je daarom vaak hoogslapers met kastruimte eronder.”
‘Een airco-unit is het voordeligst’
De belangrijkste regel is volgens hem dat je in een compacte woning zo weinig mogelijk afgesloten ‘hokken’ moet maken. Die maken het optisch kleiner en geven je het gevoel dat je opgesloten zit. Voor één- en tweepersoonshuishoudens is één ruimte het meest efficiënt. Door het aanbrengen van nissen, zijmuren of kamerschermen kun je toch voldoende privacy waarborgen.
Voor wie zo duurzaam mogelijk wil wonen, heeft Heestermans ook nog wat tips. Het is energiezuiniger om zo weinig mogelijk glas toe te passen. Aan geïsoleerde muren ontsnapt veel minder warmte. Wil je toch veel licht, plaats dan de ramen bij voorkeur op het zuiden of in het dak. Verder mag vloerverwarming het meest behaaglijk zijn, een airco-unit is voordeliger, zowel in aanschaf als gebruik. „Die zet je alleen aan als het nodig is.”
Mensen die klein willen wonen, zijn gediend met maatwerk. Dat heeft wel een keerzijde. „Een maatkostuum is duurder dan een confectiepak. Het ontwerpen van een tiny house kost een architect net zo veel tijd als dat van een gewoon huis. Daar wordt hetzelfde honorarium voor berekend. Aan sommige opdrachtgevers is dat moeilijk uit te leggen. Kleinere woningen zijn dus zeker niet op alle vlakken goedkoper dan grote huizen.”
Transparante meubels maken een kamer ruimtelijker
Het allerbelangrijkste aan woningen vindt Heestermans dat de bewoners zich er prettig in voelen. Zo maken transparante meubels een kamer ruimtelijker. Maar als het je wooncomfort in de weg zit, mag je daar best van afwijken. „Als je graag ‘s avonds op een grote bank wil hangen, moet je zorgen dat die erin komt, hoeveel schaarse ruimte hij ook inneemt. Er is een verschil tussen wonen en een dak boven je hoofd.”
Het interieur van wooncomplex Domus Houthaven in Amsterdam van het Rotterdamse bureau Shift Architecture and Urbanism. Foto: Pim Top
Het loont altijd de moeite inspiratie op te doen bij Ikea, dat al jarenlang inspeelt op klein behuisden. Speciaal voor hen laat het woonwarenhuis volledig ingerichte kamers en appartementen zien, onder het motto ‘Voor elke gezinssamenstelling een opstelling’. In het filiaal in Groningen hebben deze stadse straatnamen meegekregen. Het laat consumenten zien hoeveel je kwijt kunt in een kamer van 18 vierkante meter aan het Lage der A of een studio van 20 vierkante meter aan de Rijnstraat – dat is méér dan je denkt.
Ikea is zowel trendvolger als trendsetter. Voor sommige kritische liefhebbers heeft het Zweedse warenhuis de moderne principes van de baanbrekende, Duitse Bauhausopleiding van honderd jaar geleden voor een breed publiek in de praktijk gebracht. De functionele meubelstukken en gebruiksvoorwerpen die de studenten van Walter Gropius destijds ontwierpen voor kleine arbeiderswoningen, passen perfect in de microwoningen die hedendaagse architecten van de tekentafel laten rollen.
Onvervalste reclamespreuken
Tussen de inspiratiekamers in Ikea hangen leuzen die het moderne woongevoel, vertaald naar nu, in een paar woorden proberen te vatten. Onvervalste reclamespreuken, die tegelijk verraden wat er momenteel speelt op woongebied, zoals ‘Alles slim voor de hele familie’. Het spoort je aan tot de aanschaf van ‘slimme’ speakers. Tegelijk weerspiegelt zo’n spreuk het belang van een slimme inrichting, zodat je in een kleine ruimte voldoende comfort krijgt. ‘Misschien een huis, maar wel ons huis’, lezen we in Ikea.
Illustratief is een voorbeeldwoning van 55 vierkante meter. Dat is ietsje meer dan de gemiddelde leefruimte van de Nederlander. Tegenwoordig kan het ook probleemloos de afmeting zijn van een appartement voor een stel. Maar Ikea heeft er een compleet huis van gemaakt, met hal, keuken, woonkamer, eetkamer, badkamer, kinderkamer én terras. Meer vierkante meters heeft een startend gezin niet nodig.
‘Ze spreken daar van mierennesten’
In Aziatische miljoenensteden is zo’n woning al ruim en alleen weggelegd voor de welgestelden. De Delftse hoogleraar Marja Elsinga, die ook lesgeeft in Shanghai en Hongkong, heeft met eigen ogen gezien hoe klein mensen daar zijn gehuisvest, vaak in torenflats die ijzingwekkend dicht op elkaar zijn gepropt. „Daar worden ruimtes gesplitst en gesplitst. Zo past de woningmarkt zich aan schaarste aan. Het levert eenkamerappartementen op van nog geen 10 vierkante meter, waarin soms ook nog stapelbedden staan, zodat de bewoners slechts een paar vierkante meter tot hun beschikking hebben. Ze spreken daar van mierennesten. Dat is echt een schrikbeeld.”
In Nederland zitten we daar nog ver van af, er is nog genoeg speelruimte. „In een tijd van woningnood waarin de betaalbaarheid zwaar onder de druk staat, kunnen we door kleiner te bouwen en slimmere inrichtingen veel winnen. Momenteel gebeurt er erg veel op dit terrein.”
Een aansprekend voorbeeld is het wooncomplex Domus Houthaven in Amsterdam van het Rotterdamse bureau Shift Architecture and Urbanism. Het werd bekroond als het beste Interieur van het Jaar 2023, mede dankzij het inventieve ruimtegebruik in de 235 microwoningen van 43 vierkante meter, met plafondhoge kasten en een eigentijdse bedstede. Ook zijn er veel gezamenlijke voorzieningen in het complex, zoals een parkeergarage voor deelauto’s, een grote huiskamer, een wasserette, een kookstudio met dakterras, een kinderdagverblijf, een logeerkamer en een eetcafé. Elsinga verwacht dat dergelijke multifunctionele gebouwen zeker in steden veel toekomst hebben.
Het interieur van wooncomplex Domus Houthaven in Amsterdam van het Rotterdamse bureau Shift Architecture and Urbanism werd bekroond als het beste Interieur van het Jaar 2023. Foto: Pim Top
‘We hebben weinig wisselingen’
Antje Hooghiem is blij dat er veel animo is voor de tiny houses van Woonstichting Groninger Huis. ,,We hebben weinig wisselingen dus dat zegt wel iets over hoe mensen het vinden. Tegelijkertijd is het een uitdaging. Het is een duurzaam product, maar soms krijgen we klachten over de warmte. Dat heeft met de hoge isolatiewaarde te maken.”
De corporatie is niet van plan nog meer tiny houses neer te zetten. Afgezet tegen de exploitatieduur van tien jaar zijn de bouwkosten aan de hoge kant. Hooghiem: „Financieel is het niet zo aantrekkelijk. We maken een pas op de plaats, mede omdat we in de reguliere bouw ook kleinere woningen aanbieden. Die kunnen wél uit.”
Maartje Broerken voelt zich als een vis in het water in haar tiny house in Hoogezand. De fleurige tuin voor het terras heeft ze zelf aangelegd. „Dankzij de grote ramen van mijn huisje haal ik buiten naar binnen. Onze woonomgeving wordt weleens vergeleken met een vakantiepark. Als ik thuiskom heb ik dat gevoel ook wel een beetje. Het is heerlijk hier. Ik zou mijn hele leven wel in een tiny house willen wonen.”