Wat moet er met de relschoppers in Groningen gebeuren? RUG-hoogleraar Jan Brouwer: 'Dit is geen probleem van de overheid. De overheid, dat zijn wij zelf in een democratie'
Vijf maanden cel voor relschoppers in Rotterdam. Helpt dat, een snelle, zware straf? Behoeven de Groningse amokmakers ook zo’n lik-op-stukaanpak? We vroegen het Jan Brouwer, hoogleraar Rechtswetenschappen aan de RuG.
Strenge straffen voor eerste twee relschoppers die vorige week vrijdagavond huishielden in het centrum van Rotterdam. De rechter veroordeelde Sharon M. (26) en Terence van den B. (29) tot vijf maanden cel, waarvan twee voorwaardelijk.
In de Maasstad past het Openbaar Ministerie snelrecht op de relschoppers toe. Woensdag al moesten ze zich voor hun daden verantwoorden. Het centrum van Groningen werd dit weekeinde eveneens geteisterd door vernielzuchtige amokmakers, maar hier komen ze niet zo snel voor de rechter als in Rotterdam. En dat is volgens Jan Brouwer, hoogleraar Recht en Samenleving aan de Rijksuniversiteit van Groningen ,,geen gemis’’.
Voor de bühne
Snelrecht, stelt Brouwer, is een béétje voor de bühne. ,,Dit wordt gedaan ter geruststelling van de maatschappij. De minister wil laten zien dat er iets gebeurt.’’ Maar of dat ‘iets’ effectief is, dat betwijfelt hij ten zeerste.
,,Door voorbeelden te stellen laat je zien dat de maatschappij wandaden niet accepteert. Maar voegt snelrecht iets toe? Of je nu direct berecht, of pas na een paar maanden maakt niet zoveel verschil, blijkt uit criminologisch onderzoek.’’
Snelrecht, stelt hij, kan een eerlijk proces belemmeren. ,,Advocaten lopen er al jaren tegen te hoop. Zij kunnen zich nauwelijks voorbereiden op de zaak. Bewijs dat het effect heeft, is er niet. Verdachte zal altijd in hoger beroep willen aantonen dat hij minder met het gepleegde feit te maken heeft gehad. Een strenge straf kan in hoger beroep verdampen.’’
Pakkans heeft effect
In Groningen geldt het snelrecht alleen bij oud en nieuw. ,,Daarvan denk ik: Dat lik-op-stukbeleid heeft weinig of geen effect gehad. Niet de snelheid van de berechting of de hoogte van de sancties hebben invloed, maar de pakkans. Als relschoppers weten dat ze op camera worden gevolgd, dan bedenken ze zich wel twee keer.’’
Vijf maanden cel is wat anders dan een taakstraf. Het is een pittige sanctie. ,,Interessant is: zullen rechters de relschoppers over een half jaar nog zo streng straffen? Is de hoger beroepsrechter, als het tij weer rustig is, ook bereid is om die strenge straf te handhaven? Dan kan snelrecht effect hebben.’’
De klappen
De twee Rotterdamse relschoppers hadden al een strafblad. ,,Daar komt nu nog een veroordeling bij. Ze zitten echt in de hoek waar de klappen vallen.’’, zegt Brouwer.
Die hoek is donkerder dan je denkt. De uitspraak werkt door in het civielrecht en krijgt, zo zegt Brouwer, ,,geen staartje, maar een staart’’. De relschoppers, ook veelal jonge personen, zullen zeker te maken krijgen met een civiele vordering, ze kunnen aansprakelijk gesteld worden voor tonnen aan schade. Zij – of hun ouders – moeten nog jarenlang betalen.
Opvoeden
De opvoeders. Vooral zij kunnen rellen in de toekomst een halt toeroepen, denkt Brouwer. ,,De overheid moet ingrijpen, roept de maatschappij. Maar dit is geen probleem van de overheid. De overheid, dat zijn wij zelf in een democratie. Je behoort je kinderen zo op te voeden dat ze geen vernielingen aanrichten, laat staan politie of hulpverleners aanvallen. De wetenschap dat je kind én een celstraf én een civiele vordering boven het hoofd hangt, kan hierbij helpen.’’