Vriendinnen Suus Derks en Julia Stavenga dromen van een leven en huis in de omgeving van Kloosterburen, maar zien alle huizen aan zich voorbijgaan. Foto: Anjo de Haan
De een woont in een tiny house in de tuin van haar ouders, de ander op de boerderij. Ze willen graag verhuizen, maar niet op kamers in de stad. Ze willen settelen in de dorpen waar ze al hun hele leven wonen, maar dat kan niet. Er zijn geen huizen. „Het is schokkend hoeveel mensen dit probleem hebben.”
Ze willen graag afspreken in Hornhuizen, bij dorpshuis Wongema. Want Hornhuizen is ‘het beste dorp van de gemeente Het Hogeland’, aldus Suus Derks (19). Vandaar dat ze er zo graag wil blijven wonen. Ze is er geboren en haar ouders wonen er al meer dan twintig jaar. Maar veel vertrouwen dat het gaat lukken, heeft ze niet.
Heel gelukkig van het idee van eigen huis en gezin
Julia Stavenga (19) uit Winsum ziet het ook helemaal voor zich, een leven in de omgeving van Kloosterburen. „Als ik me inbeeld dat ik over een paar jaar een eigen plek heb om te wonen met mijn vriend, een vaste baan en kinderen, dan word ik heel gelukkig”, zegt Julia. De norm voor jongeren is volgens de twee: studeren, uit huis gaan en op kamers wonen in de stad.
„Als ik vertel dat ik studeer in de stad vragen mensen meteen of ik daar woon”, zegt Julia. „Dat dat niet zo is, vinden ze vaak zonde. Ze zeggen dat ik dat wel zou moeten doen, dat ik echt wat mis, dat ik spijt ga krijgen. Maar ik heb die behoefte niet. Ik hou van het vertrouwde van het dorp en ik voel niet zo’n drang om te kijken hoe het is om ergens anders te wonen. Natuurlijk wil ik de wereld zien, maar dat kan ook in de zomervakantie.”
„De meeste 19-jarigen zijn volgens minder bezig met settelen”, zegt Suus. „Ik denk dat settelen best wel dorps is. Maar terwijl je in de stad kamers hebt om te gaan wonen voordat je een huis vindt, zijn hier geen betaalbare tussenoplossingen.”
‘Lang gedacht dat ik hier niet zou kunnen wonen’
De twee zouden graag binnen afzienbare tijd een eigen huis hebben. Suus het liefst in Hornhuizen, dicht bij haar ouders. Julia maakt het minder uit, maar haar vriend wil in Kloosterburen wonen en ze wil samen met hem wonen. Maar die huizen zijn er niet. Het gebied wordt behandeld als krimpregio. Nieuwe huizen worden helemaal niet gebouwd.
„Huurhuizen zijn er weinig in deze omgeving”, zegt Suus. „Als ze er al zijn, zijn ze duur of slecht onderhouden. En koophuizen worden vaak opgekocht door rijke mensen die al een huis hadden. Daar kan ik erg slecht tegen. Ik heb lang gedacht dat ik hier nooit zou kunnen blijven wonen, tenzij ik hulp krijg van mijn ouders.”
Maar nu is Stichting Roemte begonnen met het opzetten van een project om mogelijkheden te creëren voor jongeren die dromen van een huis en leven in de omgeving van Kloosterburen. Daar zijn ongeveer vijftien mensen van rond de 20 bij aangesloten, volgens Suus en Julia. „Ik vond het best wel schokkend dat er in zo’n klein gebied zoveel mensen in hetzelfde schuitje zitten als wij”, zegt Suus.
„Het idee is dat we allemaal een huis bouwen in één van de dorpen rond Kloosterburen”, zegt Julia. Suus: „Er is een vaste prijs van 150.000 afgesproken voor een starterswoning voor één of twee personen. Dat doen we samen met bedrijven uit de buurt en het is de bedoeling dat we betrokken zijn bij het maken van het plan tot en met de bouw.”
‘Ik wil alles zelf doen, maar dat kan niet’
Er is nog niks zeker en er moet nog veel geregeld worden, maar de gemeente is volgens de twee enthousiast. Voor Suus en Julia is het een geruststelling dat er nu een plan lijkt te zijn voor jongeren. Julia: „Ik vind het een fijn idee dat ik hier misschien toch kan blijven wonen.”
Ze zijn er zo langzamerhand aan toe om iets voor zichzelf te hebben. „Het is voor de kosten fijn om nog bij mijn ouders te wonen, maar de irritaties groeien”, zegt Julia. „En ik wil dingen als koken en de was gewoon zelf doen, maar ik heb de middelen en mogelijkheden niet. Ik moet nog helemaal meedraaien in het gezinsleven, maar wil liever mijn eigen keuzes maken.”
Suus woont in een tiny house in de tuin van haar ouders. Die hebben ze speciaal voor haar gebouwd, omdat er geen ruimte meer was in huis. „Mijn broertje en zusje sliepen op één kamer, maar die werden ouder en hadden ook hun eigen plek nodig. Maar ik hou niet van alleen zijn, dus in de praktijk ben ik nog steeds meestal in het huis. Als ik op mezelf ga wonen wil ik dat dat nog steeds dicht bij mijn ouders is, maar een eigen plek heb ik echt nodig.” Maar ja, die ouders wonen in Hornhuizen. En in Hornhuizen zijn woningen roofgoed.