RUG-expert is blij dat politie Groningen foto's van personen heeft verwijderd. 'Voor het opslaan van die gegevens moet de politie écht een heel goede reden hebben'
Er was veel blauw op straat om ervoor te zorgen dat de vlam niet, net zoals zondagavond, in de pan zou slaan. Foto: DVHN
Het is goed dat de politie de foto’s van id-bewijzen en personen heeft verwijderd, vindt RUG-wetenschapper Gerard Ritsema van Eck. ,,Het is een heel grote inbreuk op de privacy.’’
Politieagenten hebben maandagavond in de Groningse binnenstad bij controles foto’s gemaakt van personen en hun identiteitsbewijzen. De agenten zagen het als een snelle manier om gegevens te verzamelen. Snel werken was die avond nodig omdat de politie signalen had ontvangen dat er mensen wilden rellen of in het bezit waren van zwaar vuurwerk.
Later bleek dat de politie wél foto’s mag maken van id’s, maar niet van de persoon. De foto’s zijn volgens een politiewoordvoerder verwijderd en komen niet in de politiesystemen.
,,Goed dat zij hier zelf alert op zijn’’, zegt Ritsema van Eck. Hij is universitair docent en onderzoekt bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid de invloed van surveillancetechnologieën zoals camera’s in openbare ruimtes. ,,Wat mij betreft was er maandag überhaupt amper basis om te vragen naar id-bewijzen, laat staan om een foto te maken met het gezicht erbij. Dat is een heel grote inbreuk op de privacy van passanten.’’
Volgens de site van de Rijksoverheid mag de politie alleen om een identificatiebewijs vragen als agenten je identiteit nodig hebben om hun taak uit te voeren. In het rijtje met voorbeelden staat onder meer dat het mag ‘bij onrust of dreigend geweld in uitgaansgebieden en op openbare manifestaties’. ,,Of daar maandagavond sprake van was vind ik discutabel, maar daar wil ik wel in meegaan’’, zegt Ritsema van Eck. ,,Voor het opslaan van die gegevens moet de politie écht een heel goede reden hebben.’’
Het is belangrijk om op het gebied van privacy altijd een weloverwogen beslissing te nemen, stelt Ritsema van Eck. Zeker in het geval van de politie, omdat die al meer machtsmiddelen mag inzetten dan de gewone burger. ,,Technisch gezien is er op dit moment heel veel mogelijk. Van snel een foto maken tot het ophangen van steengoede camera’s in de stad. Maar willen we dat als democratische rechtstaat? De vraag is dan: waar houdt het op?’’
In principe mocht iedereen maandagavond op de Grote Markt zijn, zonder daar verantwoording over af te leggen aan de politie. Zondag was dat anders, toen kondigde de burgemeester een noodbevel af en werd de markt schoongeveegd. ,,Dan is er sprake van een uitzonderlijke situatie en mogen je vrijheden worden ingeperkt. Dat was maandag niet zo.’’
Aan de andere kant: camera’s en beveiligingscamera’s leggen gezichten en personen ook vast. ,,Maar daar is democratische controle op. Dat ergens camera’s hangen is een besluit van de burgemeester, die door de gemeenteraad gecontroleerd wordt. Daar wordt van tevoren over gewikt en gewogen.’’
Controleren of de gegevens die de politie maandagavond heeft verzameld daadwerkelijk verwijderd zijn, is volgens Ritsema van Eck moeilijk. Die controle ligt in de praktijk bij de politie zelf en het is heel lastig te bewijzen dat iets niet bestaat. ,,Van buiten is dat heel moeilijk te beoordelen.’’