Groningen dreigde met de rechter als Den Haag de gaswinning niet in 2023 zou stoppen, maar kiest nu toch voor de weg van het overleg met het kabinet. Foto: Archief Kees van de Veen
De woede was groot toen het kabinet toch ruimte liet voor gaswinning in Groningen na 2023. Toch gaat de provincie niet in beroep tegen het gasbesluit waarin dat is geregeld.
Het provinciebestuur acht een nieuwe beroepszaak, zoals ze in het verleden wel heeft gevoerd tegen het rijk, ,,niet verstandig’’, zegt verantwoordelijk gedeputeerde Henk Staghouwer. De juridische procedures waarmee in september nog werd gedreigd, zijn niet meer aan de orde.
Provincie volstaat met brief naar Den Haag
Gedeputeerde Staten volstaan met een brief waarin ze het kabinet namens de aardbevingsregio nogmaals wijzen op de afspraken en daarnaast aandringen op meer tempo met de schadeherstel- en versterkingsoperatie en op een gelijke juridische behandeling van àllle Groningers met schade door de gas- én zoutinning.
Dat lijkt nogal in tegenspraak met de felle kritiek van het provinciebestuur in september. Toen liet het kabinet in zijn concept-gaswinningsbesluit nadrukkelijk ruimte voor gaswinning na 2023. Om gastekorten te voorkomen moet de gaswinning uit het Groningenveld ook na die deadline nog op een bescheiden pitje doorgaan.
Geen rechtszaak: ‘Wij zijn goed met elkaar in gesprek’
,,Onbespreekbaar’’, reageerde het provinciebestuur in september op deze ‘onderhoudsproductie’. Die is volgens het kabinet nodig zeker een paar jaar nodig om het Groningenveld in geval van nood weer te kunnen opstarten. Gedeputeerde Staten dreigden met een gang naar de rechter als dat niet uit het concept-gasbesluit zou worden geschrapt
Bij nader inzien kiest het provincie toch voor de weg van het overleg. Dat levert volgens Staghouwer meer op dan de beroepszaken van voorheen. ,,Wij zijn goed met elkaar in gesprek en wij vinden gehoor in Den Haag. Als er een probleem is dan is het een kwestie van één telefoontje en het wordt opgelost.’’
‘Oplossingsstand levert meer op dan weerstand’
Op dat punt is volgens de gedeputeerde grote vooruitgang geboekt. ,,Wij vinden dat dit kabinet echt wel gehoor geeft op moment dat wij aan de deur kloppen’’, stelt Staghouwer. ,,Dat is het resultaat van met elkaar in gesprek zijn en in de oplossingsstand zitten in plaats van in de weerstand.’’
Dat neemt volgens de gedeputeerde niet weg dat Groningen het kabinet blijft aanspreken op gemaakte afspraken en wederzijdse verantwoordelijkheden. ,,Als daar dan zaken worden opgerekt dan leggen wij daar de vinger bij.’’
Meer capaciteit versterking en schadeherstel en omgekeerde bewijslast voor iedereen
In dat licht dringt de brief die nu naar Den Haag gaat, onder meer aan op meer geld en menskracht voor het beoordelen en uitvoeren van versterkings- en schadehersteladviezen. Ook nemen de provincie en de gasgemeenten stelling tegen de juridische ongelijkheid die volgens hen ontstaat door nieuwe spelregels van het Instituut Mijnbouwschade Groningen.
Het IMG heeft de zogeheten ‘wettelijk bewijsvermoeden’ alleen nog van toepassing verklaard voor de kern van het gaswinningsgebied. Daarbuiten moeten gedupeerden zelf bewijzen dat hun schade samenhangt met mijnbouw. Provincie en gemeenten vinden dat voor àlle Groningers een omgekeerde bewijslast moet gelden bij schade, óók rond de ondergrondse opslag bij Grijpskerk die de komende jaren veel intensiever wordt gebruikt.