,,Tot mijn blije verrassing is het een automaat. Schakelen lijkt me een kunst op zich.'' FOTO GEERT JOB SEVINK Geert Job Sevink
De Proefles. Een vakantieserie over iets wat je altijd al had willen doen en nu een keer probeert. Aflevering 1: Herman Sandman kruipt achter het stuur van een vrachtwagen: ,,Dit is leuk. Oh, ik kan dit de hele dag doen.’’
We gaan naar rechts, de rotonde af. De instructeur knikt naar het werkbusje dat aan de andere kant van de weg is gestopt: ,,Hij geeft je de ruimte. Als de situatie er naar is kun je die nemen. Rijden in een vrachtwagen is spelen met ruimte. Vergeet je knipperlicht niet.’’
Ik zit achter het stuur van een knalrode Scania S530 bakwagen van Verkeersschool Holmersma uit Leek. Het getal staat voor het aantal pk’s. Een kleine 10 meter lang, dik 2,5 meter breed en 3,5 meter hoog. De truck weegt leeg bijna 10 ton, maar omdat het een lesauto is ligt er 5 ton gewicht achterin. Een eis voor het examen van CBR, Centraal Bureau voor de uitgifte van Rijvaardigheidsbewijzen.
De A7 op
De proefles duurt 2 uur. Ik verwacht een theoretische inleiding van een uur of zo en hooguit wat rondjes op het industrieterrein, maar 2 minuten nadat ik instructeur Rick Visser (42) een hand geef zit ik in de bestuurdersstoel, 10 minuten later mag ik wegrijden en weer 10 minuten later zegt hij mij de A7 op te gaan. Visser: ,,Ik ben niet zo van de lange inleidingen.’’
Achter het stuur kruipen van zo’n ‘dikke’ Scania is een wens die al meer dan vijftig jaar sluimert. De eerste jaren van mijn jeugd woonden we op het industrieterrein achter de watertoren in Stadskanaal. Tegenover ons huis stond strokartonfabriek Free & Co. Het was een komen en gaan van vrachtwagens en ik zat hele middagen in de tuin te kijken.
Levenslange fascinatie
Een fascinatie die een leven lang is gebleven. Met Lego bouwde ik ze na, op vakantie naar Eiffel, Moezel of Harz lette ik op de Autobahn vooral op trucks, veerde nog meer op bij konvooien van het Amerikaanse leger en toen mijn oudste zoon eveneens autogek bleek, maakte ik opnieuw vrachtwagens van Lego, kocht voor ons het tijdschrift Truckstar en nog steeds kijk ik naar Outback Truckers, een serie over Australische vrachtwagenchauffeurs.
Ik groei op in de tijd dat een trucker zomers te herkennen is aan de bruine linkerarm, die constant uit het raam hangt, maar dat zit er die middag bij Holmersma niet in. De cabines zijn van alle gemakken voorzien, inclusief airco. De hele zit is naar believen in te stellen en tot mijn blije verrassing is het een automaat. Schakelen lijkt me een kunst op zich.
Mijn plan B
We zijn 20 minuten op pad als ik zeg: ,,Dit is leuk.’’ Visser kijkt me glimlachend aan en ik zeg nogmaals hoe het voelt: ,,Jaaa, dit is echt leuk. Oh, ik kan dit de hele dag doen.’’
Die twee zinnen zal ik die dag meermaals herhalen en later, als mensen vragen hoe het is gegaan. Het is ook mijn plan B, beken ik. ,,Als ze mij er bij de krant uittrappen, word ik chauffeur.’’
Visser leidt me vanaf Leek de snelweg op en via Enumatil, Hoogkerk en de Friesestraatweg gaat het richting stad Groningen. Ik wordt wat nerveus als hij zegt: ,,Gaan we hier de ringweg af.’’
,,Toch niet de stad in?’’
,,Nee’’, klinkt het naast me, ,,nou ja, misschien wel.’’
Zernike Campus
Maar we slaan links af voor een rondje Zernike Campus. Daarna weer Friesestraatweg, westelijke ringweg en we rijden nog wat rond en in Leek. Een route met lastige bochten, veel rotondes en smalle wegen.
Het bedieningsgemak is echter groot. De truck rijdt zo licht dat het enorme gewicht er niet lijkt te zijn. Maar het is er wel en 15 ton betekent remmen met beleid. Al ver voor een kruispunt is het: ,,Laat het gas maar los. De wagen rolt er wel heen.’’
De neiging nog even gas te geven, om sneller bij de kruising te zijn, moet ik onderdrukken. Van A naar B met een vrachtwagen is in de eerste plaats veilig bij B aankomen, in één stuk, met de lading intact en zonder een spoor van verwoesting of irritatie bij anderen te veroorzaken.
Achteruit rijden met een vrachtwagen is ook een kunst. Geert Job Sevink
Dode hoeken
Ik dien ook echt te letten op de maximumsnelheid. Sturen moet eveneens met beleid, situaties ver van te voren proberen in te schatten en gebruik maken van alle acht spiegels. Omdat het een leswagen is zitten er twee meer op dan normaal. Er is veel zicht en ook weer niet. De tijd voor vertrek wordt vooral besteed aan het fenomeen ‘dode hoeken’.
Visser toont een geënsceneerde foto met omlijnde groepjes mensen rond de auto: ,,Je kunt een hele schoolklas tegen de voorkant van de auto aanzetten die je vanachter het stuur niet ziet.’’
Door het gras
Als we, terug op het industrieterrein, mannen zien die met de weg bezig zijn hoor ik naast me: ,,Kijk, dit is een mooie test voor hoeveel ruimte je hebt. Moet je door het gras of niet?’’
Er staat een busje met een aanhanger en ik denk: geen speling. Visser sommeert me er dichter langs te rijden. Net als ik verwacht een schrapend geluid te horen wijst hij op de bovenste spiegel, horizontaal boven de bijrijdersdeur: ,,Kijk, zoveel ruimte heb je nog.’’
Aandokken
Ik heb, ondanks de talloze fouten die ik maak, de middag van mijn leven. Het is écht leuk. Sneller dan gewenst is de les ten einde, al gaan we nog even ‘aandokken’.
De term staat voor de wagen achteruit tegen een laadplatform aanzetten. Verantwoord van A naar B is één ding, vracht moet ook geladen en gelost worden. Opnieuw een kwestie van inschatten, kijken welke ruimte er is en weten wat de wagen kan. Ik draai te veel en te snel aan het stuur, maar het lukt. Terwijl om mij heen andere chauffeurs echt aan het werk zijn.
Grote letter L
Maar, benadrukt Visser, zij zien mij. Een vrachtwagen wordt gezien. ,,Vooral door bestuurders van personenauto’s. Je bent groot, dus je boezemt ontzag in.’’
,,De grote letter L op de auto helpt natuurlijk ook’’, grap ik, ,,dan weet iedereen: oh, daar zit weer zo’n klungel achter het stuur die het nog niet kan.’’
Visser grijnst: ,,Een leswagen wordt inderdaad nog beter in de gaten gehouden.’’