Kinderen spelen onder de appelbomen van basisschool De Pit, tijdens openingsdag in 2021. Foto: Nienke Maat
De nieuwe basisschool De Pol in Groningen sluit na drie jaar. Nieuwkomer De Pit timmert aan de weg. Volgens oud-wethouder Michiel Verbeek valt het tegen met de onderwijsvernieuwing in Groningen.
Zeer zwak, zo luidde het onverbiddelijke oordeel van de Onderwijsinspectie over basisschool De Pit en De Pol die in 2021 hun deuren openden in Groningen. Beide scholen ontstonden los van elkaar, hun oprichters Freek Velthausz (De Pit) en Eefke Meijer (De Pol) hadden een school voor ogen waar het draaide om de intrinsieke motivatie van het kind, waar afgerekend werd met het klassikale onderwijs.
Drie jaar na de oprichting telt De Pit, die zetelt in een school in Beijum, rond de honderd leerlingen. Het oordeel ‘zeer zwak’ van de Inspectie is net omgezet in een onvoldoende. De weg omhoog is ingezet, zegt kersvers directeur Harry Drenthe.
Basisschool De Pit is op de weg omhoog. Foto: Nienke Maat
Hij nam het stokje over van een interim-directeur die de opvolger was van oprichter en voormalig directeur Freek Velthausz. Om onduidelijke redenen is hij sinds vorige zomer niet meer in beeld bij zijn school.
Wie durft deze school aan?
Hetzelfde geldt voor oprichter Eefke Meijer van De Pol. Zij zit niet meer in het schoolbestuur en laat de reactie op de sluiting van ‘haar’ school over aan voorzitter Michiel Verbeek van de Raad van Toezicht. Verbeek is voormalig D66-wethouder in de toenmalige gemeente Haren. Hij is van oorsprong economiedocent en schreef in 2020 het boek Wie durft deze school aan?
Hij betreurt het, dat het einde verhaal is voor De Pol. Volgens hem ligt de oorzaak in een te klein aantal leerlingen (het hoogste aantal in de afgelopen drie jaar was 16. Het moesten er dit jaar 40 zijn en volgend jaar 100), in de beoordeling door de Inspectie en in het huisvestingsprobleem waarmee De Pol kampte.
In april haalde een deel van de ouders hun kroost van de school, uit ontevredenheid over de lessen en vanwege ‘een beperkt toekomstperspectief door controverses binnen het bestuur’, zegt Verbeek. ,,Ontzettend jammer want er is geknokt voor deze school.’’
‘Je moet kinderen niet opsluiten’
In de eerste plaats vindt Verbeek het zonde dat De Pol het niet heeft gered omdat er volgens hem nauwelijks iets gebeurt op het gebied van vernieuwend onderwijs in Groningen. ,,We weten beter hoe leren in elkaar steekt, hoe het puberbrein werkt. We moeten er naartoe dat kinderen met plezier naar school gaan; dat is nodig voor effectief leren. Het onderwijs moet minder gericht zijn op selectie en meer op individuele ontwikkeling. Zoals het onderwijs nu wordt vormgegeven, is het maar de vraag of we het maximale uit kinderen halen. De jaren tussen hun tiende en achttiende zijn vormende jaren. Dan moet je kinderen niet opsluiten.’’
Volgens Verbeek is het erg lastig om het onderwijs anders georganiseerd te krijgen, omdat het eisenpakket met toetsen, kerndoelen, profielen en examens vaststaat. Hij is in de weer om een Agoraschool in Groningen van de grond te krijgen waarin het draait om de nieuwsgierigheid en de verbeeldingskracht van de leerling. ,,Dat onderwijs begint vanuit de leervraag van de leerling. Coaches die de kerndoelen van het onderwijssysteem kennen, trachten de leerlingen professioneel te verleiden tot leren wat hun motivatie ten goede komt.’’
In Noordlaren heeft Labyrint (school voor voortgezet onderwijs) net z’n tweede jaar afgerond. Deze particuliere school telt ongeveer 35 leerlingen die vastliepen in het reguliere onderwijs, zet in op een uitdagende leeromgeving waar kinderen samen en vanuit eigen interesses leren. Labyrint is positief beoordeeld door de Inspectie.
Er zijn meerdere initiatieven. Zo begint na de zomer Sunesis, een middelbare school in Haren die zich richt op hoogbegaafde leerlingen. Verbeek ziet het liefst dat de nieuw opgerichte scholen hun krachten bundelen.