‘Onacceptabel’ en ‘alle perken te buiten’, vindt de Groningse burgemeester Koen Schuiling het gedrag van de relschoppers die zondagavond huishielden in de binnenstad. ,,Dit heeft niet puur met corona te maken, het is een trend die we al jaren zien.’’
Al langere tijd en in meerdere steden keren groepen jongeren zich af van de maatschappij en de overheid, constateert Schuiling. ,,Daar zijndeze rellen een uiting van. Ik vind het heel zorgelijk. Het zijn jongens én meisjes die moeilijk aanspreekbaar zijn, en ze overzien de gevolgen van hun handelen niet.’’
‘Jongen, je hebt geen idee wat je daar bij je hebt’
Sinds ongeveer een week circuleerden berichten op sociale media over een coronademonstratie. Daarom - en met de gebeurtenissen in Rotterdam op vrijdagavond in het achterhoofd - was de politie het hele weekend extra alert. ,,De demonstratie ‘s middags verliep naar omstandigheden goed’’, vindt Schuiling. Er liepen tussen de 500 en 1000 mensen in optocht door het centrum. De politie hield hen in de gaten, maar stelde zich ‘terughoudend’ op.
‘s Avonds sloeg de sfeer om. ,,Toen waren er vooral minderjarigen op de been, tussen de dertien en de achttien jaar.’’ Hadden zij helemaal niets met de demonstratie van ‘s middags te maken? ,,Het liep een beetje door elkaar, is het beeld. In elk geval waren er overdag meer ouderen en volwassenen.’’
Burgemeester Koen Schuiling van Groningen. Foto: Duncan Wijting
De politie onderschepte de jongeren op het Hoofdstation, even voor half acht ‘s avonds. Ze spraken hen aan, vroegen om identificatie, hebben tassen doorzocht en een eerste aanhouding verricht. ,,Iemand met zeer zwaar vuurwerk in de tas’’, zegt Schuiling. Hoofdschuddend: ,,Jongen, denk je dan, je hebt geen idee wat je daar bij je hebt.’’
Waar het camerabeeld ophoudt, ben je de relschoppers kwijt
De politie probeerde de boel in eerste instantie te ‘de-escaleren’, zegt Schuiling: aanspreken, rustig houden, voorkomen dat de vlam in de pan slaat. Maar de tientallen jongeren verspreidden zich in kleine groepjes door de binnenstad; de politie raakte het zicht op hen kwijt. Het kat-en-muisspel dat volgde, ontaardde in vernielingen van winkelpanden en een bushokje.
,,Tegen vernielingen moet je optreden. Maar als ik meer van de stad had kunnen zien, hadden we veel effectiever kunnen handelen’’, zegt de burgemeester daar achteraf over. Het is een punt dat hij de afgelopen tijd vaker maakte: bij chaotische situaties met veel mensen, zoals zondagavond, schiet het camerazicht op de binnenstad tekort.
,,Ik kan een redelijk eind de Herestraat in kijken’’, illustreert Schuiling. ,,Ook van de Gelkingestraat heb ik beeld. Maar de Carolieweg (die dwars tussen de twee straten loopt, red.) zie ik niet.’’ Zodra de relschoppers in zo’n straatje verdwijnen, bedoelt hij maar, zijn ze dus echt verdwenen. ,,Dan is het lastig sturen, en moet de politie achter al die groepjes aan. We verliezen capaciteit aan dingen die eigenlijk overbodig zijn.’’
Om meer camera’s in de binnenstad te plaatsen, heeft Schuiling instemming nodig van de gemeenteraad. Die is daar tot nu toeniet happig op. Camera’s maken zoveel inbreuk op de privacy van burgers, dat ze als allerlaatste redmiddel gezien moeten worden, vinden de meeste partijen.
Bezoek van de jeugdwerker
De camerabeelden die wel zijn gemaakt, onder andere op de Grote Markt, worden gebruikt om de relschoppers op te sporen. Dat ze veelal donkere maskers en capuchons droegen, is daarbij niet per se een probleem, zegt Schuiling. ,,Soms hebben ze toch bepaalde kenmerken die je herkent. Lengte, postuur, kleding.’’
Een handvol jeugdbendes uit de stad is al geruime tijd bij de gemeente bekend. Het is goed mogelijk dat de jongeren die zondagavond in de binnenstad waren, banden met die groepen hebben. Tot nog toe zijn er vier mensen aangehouden. ,,Dat kunnen er nog meer worden’’, zegt Schuiling. ,,We zijn bezig uit te zoeken wie er precies bij waren.’’
Wie eenmaal herkend is, kan bezoek van de jeugdwerkers van het WIJ-team verwachten. ,,Die spreken met de jongeren over de gevolgen van wat ze hebben gedaan, en kunnen ook naar hulpverlening doorverwijzen. Maar hier ligt ook een rol voor de ouders en de scholen, vind ik.’’