Beeldschermen – of het nu de televisie, tablet, laptop of smartphone is – maken inmiddels integraal deel uit van ons leven en slokken ook steeds meer van onze aandacht op. Is het niet voor het werk, dan is het wel in de vrije tijd. En, zo blijkt uit onderzoek, we turen er inmiddels ook per dag steeds langer naar. Hoe erg is dat? Kunnen we nog terug? Of maakt het eigenlijk niet zoveel uit?
Nationaal en internationaal zijn er veel onderzoeken gedaan naar de invloed van schermen op ons leven. Tegelijkertijd is er nog veel onbekend. Ja, televisies en computers bestaan al decennia. Maar de tablet en de smartphone komen daarmee vergeleken pas net om de hoek kijken.
Ga maar na. Het is nog maar vijftien jaar geleden dat Steve Jobs met de allereerste versie van de iPhone stond te zwaaien. En die bevatte lang niet alle functies die de huidige telefoon wel heeft. Inmiddels youtuben, tiktokken, instagrammen, twitteren, appen en swipen met z’n allen wat af.
Thuiswerken
Maar niet alleen de smartphone draagt bij aan meer schermtijd. In coronatijd zorgt het thuiswerken ook voor een toename van het aantal beeldschermminuten. Denk alleen al aan al die beroepen waar vergaderingen tegenwoordig via Teams en Zoom worden gehouden in plaats van op de werkvloer, lurkend aan een kopje koffie.
Het aantal mensen dat zes uur per dag of langer voor het werk achter een beeldscherm zit nam toe van 37 procent in 2015 naar 45 procent in 2020, concludeerden het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) in de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. En dat gaat dan alleen nog over werktijd.
En dan zijn er nog de streamingdiensten zoals Netflix en Videoland. Er gaat veel geld zitten in nieuwe series die in één keer als een volledig seizoen beschikbaar komen. Het bingewatchen is inmiddels een bekend fenomeen: je nestelt je in de vroege avonduren op de bank en komt er pas na middernacht met kleine oogjes weer vanaf, niet beseffend dat er inmiddels zoveel tijd is omgevlogen. En dat de ochtend erna alweer vroeg de wekker gaat? Dat is dan maar zo.
Mentale gezondheid
Het Trimbos-instituut hield eind 2020 samen met het Netwerk Mediawijsheid een representatieve steekproef onder jongvolwassenen tussen de 16 en 25 jaar. Hen werd onder meer gevraagd hoe lang ze per dag gebruikmaken van beeldschermen, waarvoor ze hun apparaten gebruiken en wat het ze in mentaal en sociaal opzicht brengt. Het vooroordeel dat meer tijd achter een scherm per definitie slecht is, gaat niet op.
Het gaat echter om het vinden van de juiste, digitale balans, weet Tony van Rooij, onderzoeker bij het Trimbos-instituut: „Er valt zeker een punt te maken dat schermen een negatief effect hebben. Als je met artsen praat, dan hoor je dat vaak. Lang stilzitten doet iets met je spieren, met je lichaam. Het heeft ook effect op je ogen op lange termijn. Maar mensen kiezen tegelijkertijd voor al die schermactiviteiten omdat ze daar iets uit halen. Vooral op het sociaal-mentale vlak. Even afschakelen, sociale contacten onderhouden. Net zoals naar de discotheek gaan of Heel Holland Bakt kijken. Wat wij hebben willen doen, is bekijken: ’hoe ziet anno nu een gezonde week eruit rondom al die schermactiviteiten?’.”
Wanneer ben je verslaafd aan gamen?
Er werd een digitaal balansmodel ontwikkeld. Dat bestaat uit drie delen. Het lichamelijke gezondheidsdeel, dat bestaat uit stilzitten, bewegen en slapen. Een sociaal deel dat onder te verdelen valt in tijd voor jezelf en verbinding, en een mentaal deel dat bestaat uit ontspanning en inspanning. Het model kan mensen ondersteuning en inzicht bieden als ze willen weten welke rol schermen in ieder deel spelen en hoe ze daarmee om zouden kunnen gaan.
Van Rooij noemt als voorbeeld het gamegedrag van jongeren. „We krijgen als instituut regelmatig de vraag van ouders of hun kind verslaafd is aan gamen, omdat het dat twee uur per dag doet. Wat wij dan zeggen is: kijk eens naar wat het je kind brengt. Gamen kan een manier zijn om sociale contacten te onderhouden en verbinding te maken met anderen. In sociaal en mentaal opzicht iets positiefs. Maar probeer het vervolgens breder te bekijken. Hoe ziet de rest van de week eruit? Gaat het kind de andere avonden van de week sporten en naar pianoles of zit het dan ook de hele tijd voor zo’n scherm? Dat zul je met elkaar bespreekbaar moeten maken. Vervolgens kun je kijken of je iets moet veranderen.”
Jongeren lopen grotere kans op bijziendheid
Uren per dag naar een scherm turen. Caroline Klaver, hoogleraar epidemiologie en genetica van oogziekten aan het Erasmus MC, waarschuwt al jaren voor de gevaren ervan. Vooral voor jongeren betekent het turen op een scherm niet alleen een fors grotere kans op bijziendheid (dus dichtbij goed zien en veraf niet) op korte termijn, maar ook op oogproblemen op latere leeftijd.
„Bij kinderen en jongeren groeit het oog nog. Voor dichtbij kijken moet het oog zich extra inspannen. Op het moment dat het oog merkt dat er vaak van dichtbij op een scherm wordt gekeken dan past het oog zich aan die leefstijl aan. De oogbol wordt dan langer. Dit leidt er uiteindelijk toe dat je dichtbij scherp kunt zien, maar veraf niet meer. Iemand is vanaf dat moment bijziend.”
Bijziendheid komt steeds vaker voor bij kinderen. En er wordt, zo ziet Klaver in de praktijk, soms makkelijk over gedacht.
„Ja, bijziendheid is met een brilletje te verhelpen. Maar het echte probleem manifesteert zich straks op latere leeftijd. In 2050 zal bijziendheid de grootste oorzaak zijn voor blindheid bij volwassenen. Als je daar nu dus niet alert op bent, dan heb je als maatschappij straks een groot probleem. Op oudere leeftijd, als mensen rimpels krijgen, dan zakt ook het bindweefsel van het oog uit. Een mooi rond oog kan dat wel hebben, maar een bijziend oog, dat dus langgerekter is, niet. Dat leidt uiteindelijk tot slechtziendheid en in het ergste geval blindheid. Nu zien we dat vooral bij tachtig-plussers, maar straks begint dat al bij iemand van zestig. En die heeft dan nog een flink aantal actieve levensjaren voor zich.”
Niet makkelijk
Dat die problemen zich pas op latere leeftijd gaan manifesteren, is er waarschijnlijk debet aan dat de urgentie om er nu al volop aandacht aan te besteden nog niet gevoeld wordt, denkt Klaver. Maar hoe valt dat negatieve effect op de ogen van kinderen te beteugelen? Het antwoord is simpel: zo min mogelijk schermtijd. Maar dat is anno 2022 met alle apparatuur in huis niet altijd even makkelijk.
„Het gaat er vooral om dat er veel bewuster bij wordt stilgestaan. En dan wil ik het niet alleen bij de ouders neerleggen. Ook scholen zouden daarin wat mij betreft een grotere rol moeten gaan spelen. Het belangrijkste is namelijk dat kinderen twee uur per dag buiten zijn. Als je daar al een uur van op school weet te behalen, zou dat mooi zijn.” Twee uur daglicht per dag remt de groei van het oog en helpt daardoor bijziendheid te voorkomen. Klaver zelf zocht voor haar kinderen een middelbare school uit op een half uur fietsen van huis. „Dan hadden ze daarmee al een uur van de buitentijd gehad.”
Klaver bedacht daarnaast de 20-20-2 regel. Na iedere 20 minuten beeldschermwerk op korte afstand zouden kinderen 20 seconden in de verte moeten kijken om de ogen te ontspannen.
„Uiteindelijk moeten kinderen per dag ook niet te veel uren achter een scherm zitten. Tot twee jaar is het advies om kinderen helemaal niet met beeldschermen bezig te laten zijn. Tussen twee en vijf jaar een uur. Tussen de vijf en tien jaar oud maximaal twee uur en tussen de tien en vijftien jaar oud maximaal drie uur. Het is misschien lastig soms om dat te bewerkstelligen, maar het zou wel verstandig zijn.”