De hoogtijperiode van de bioscoop in Hoogeveen lag in de jaren 90. Foto: Jaspar Moulijn
Mogelijk heeft Hoogeveen na de zomer geen bioscoop meer. Dat zou het einde betekenen van een decennialange geschiedenis met bijzondere momenten, opmerkelijke innovaties en ludieke acties. Zoals de stunt met Gerrit, de vervaarlijk ogende piranha. Een terugblik.
Bioscoop Vue vertrekt eind augustus uit Hoogeveen. Het bedrijf huurt het pand van ondernemer Albert Jan Vos, die ook eigenaar is van bioscopen in Meppel en Steenwijk. Dat contract loopt af. Onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst bleven vruchteloos. VUE hikt aan tegen de hoogte van de huur, de noodzakelijke investeringen en zegt onvoldoende bezoekers te trekken om te kunnen renderen.
Het is voor Hoogeveen ondenkbaar om zonder bioscoop verder te moeten, maar het voortbestaan is allerminst zeker. Tot er duidelijkheid over is, is het de moeite waard om terug te blikken op de bioscoophistorie in de stad. Die zou volgens sommige bronnen al in de jaren 30 van de vorige eeuw zijn begonnen met geïmproviseerde filmavonden.
Lucas Mulder
Maar volgens historicus Albert Metselaar is pas sinds 1948 sprake van een volwaardige bioscoop in Hoogeveen. Caféhouder Lucas Mulder stond aan de wieg daarvan. Hij liet in 1932 het pand aan de Grote Kerkstraat verbouwen tot een concertzaal met een capaciteit van ongeveer 500 personen.
Zaal Mulder werd eind december 1932 ingewijd met het blijspel ‘De Doofpot’ ter ere van het 60-jarig bestaan van de Vereniging voor Volksvermaken. Films werden in die tijd wel vertoond in Hoogeveen, maar onregelmatig en veelal in horeca met bijzaaltjes.
Foto uit de oude doos van het Studio Filmtheater in Hoogeveen. Foto: Collectie Historische Kring Hoogeveen
In 1941 probeerde de bekende bioscoopfamilie Miedema voet aan de grond te te krijgen in Hoogeveen. Er werd een vergunning aangevraagd voor ‘een onbepaald aantal openbare bioscoopvoorstellingen’ in Hotel Luinge. Pas zeven jaar later, toen Johannes Miedema het pand van Mulder in handen kreeg, ontstond een volledige bioscoop: het Studio Filmtheater. „Films werden toen hoofdzaak in plaats van bijzaak”, stelt historicus Metselaar.
In 1952 sloot eigenaar Miedema de bioscoop twee maanden uit protest tegen de hoge gemeentelijke ‘vermakelijkheidsbelasting’ (35 procent). Daardoor kon de exploitatie volgens hem niet meer uit. De gemeente verlaagde even later het tarief met 10 procent, waarna de sluiting werd opgeheven en mensen weer naar de film konden.
‘Een behoorlijke seksfilm’
In de jaren 60 en 70 werden soms ook erotische films in de bioscoop vertoond. In een interview met de Volkskrant uit 1965 gaf Miedema aan geen bezwaar te hebben tegen ‘een behoorlijke seksfilm’. „Ik voel me als exploitant verplicht alle facetten van de cinematografie aan mensen voor te zetten”, zei hij. „Al hebben we in de provincie het seksmateriaal zo lang mogelijk vermeden.”
In die jaren probeerde de exploitant Hoogeveen ook warm te krijgen voor de ‘betere films’, van regisseurs als Bergman, Fellini en Godard. Maar dat initiatief was een kort leven beschoren, zo blijkt uit een krantenbericht. Na een half jaar verdwenen de artistieke rolprenten al weer uit de Hoogeveense bios.
De opkomst en invloed van televisie deden de bezoekersaantallen in de jaren 60 teruglopen. De grote bioscoopzaal werd toentertijd opgedeeld in drie kleinere zalen. Beheerder Miedema, een morsige man die bepaald niet bekend stond als toegankelijk, schonk in de filmpauze vaak met een ernstig gezicht koffie uit een kan. Daar moest je overigens snel bij zijn. Niet voor niets hing ergens in de foyer het bordje ‘Koffie, indien voorradig’.
Foto van de toenmalige filmprojectoren in de bioscoop van Hoogeveen. Foto: Collectie Historische Kring Hoogeveen
Drie bezoekers die in augustus 1988 de Disneyfilm De Reddertjes in de Hoogeveense bioscoop wilden zien werden door exploitant Miedema zelfs naar huis gestuurd. Een vrouw en haar twee kinderen kregen te horen ‘dat de film niet voor slechts twee kinderen’ gedraaid ging worden. „U hoort met dit weer in het zwembad te zitten”, voegde de exploitant de verbouwereerde moeder nog toe. Tegenover de krant zei Miedema zich deze woorden niet te kunnen herinneren en stelde dat het drietal te laat kwam, toen de film al afgelast was.
Andere wind
In 1992 kocht Albert Jan Vos de bioscoop in Hoogeveen en veranderde de naam in Luxor Theater. Daarmee ging een totaal andere wind waaien. Vos, toen 28 jaar oud, bracht vernieuwing en schwung met zich mee. Een vrije geest die vooral bezig was met de technische mogelijkheden, de bouwkundige expansie en het in de watten leggen van bezoekers. „Het publiek komt niet vanzelf”, zei Vos destijds in deze krant. „Je moet ze wat extra’s bieden, het moet een beleving zijn. Valt de film een keertje tegen, dan moeten bezoekers in ieder geval het gevoel hebben dat ze een lekker avondje uit zijn geweest.”
Vos durfde te investeren. De bioscoop breidde flink uit op de plek van de naastgelegen, voormalige beddenzaak. Met twee extra zalen, grotere schermen, luxe stoelen met extra beenruimte, een opgeknapte foyer, haarscherp beeld en digitaal (dts) geluid. Door de prima akoestiek werden de zalen ook geschikt voor congressen en presentaties. „Ik werd destijds wel eens voor gek verklaard, omdat ik het in Hoogeveen deed en niet in Amsterdam of een andere grote stad”, zei Vos. Maar de innovaties sloegen aan en de bezoekersaantallen gingen door het dak.
Albert Jan Vos in de nieuwe relaxstoelen van de bioscoop in Meppel. Foto: Gerrit Boer
In 1997 won Vos, samen met zijn team, de gouden Mickey voor beste bioscoop van Nederland. Waarna de bios meer prijzen en trofeeën in de wacht sleepte: in 2006 nogmaals de beste bios van ons land en een Walt Disney-onderscheiding voor de beste Europese aankleding rond de film Cars. Verder kreeg Hoogeveen maar liefst drie keer de titel beste bioscoopteam van het land en werd de cinema in 1999 verkozen tot ‘Hoogevener van het jaar’.
Dolby Atmos
Vijf bioscoopzalen bleken onvoldoende voor de toeloop van bezoekers en het groeiende filmaanbod. In 2007 werd het postkantoor aangekocht en kreeg de bios er nog eens twee zalen bij, goed voor in totaal 1100 bezoekers. Zaal 6 beschikte in 2012 over het baanbrekende Dolby Atmos geluidssysteem, dat toen wereldwijd alleen in bioscopen in Los Angeles en Barcelona te vinden was. En in datzelfde jaar was het Luxor Theater internationaal zelfs de eerste met een film-evenementenzaal, de zogeheten White Box.
Vos wist zich met zijn team vaak publicitair in de kijker te spelen omdat hij niet vies was van een geintje. Hij bedacht de Walk of Veen, een verwijzing naar de Amerikaanse Walk of Fame, met tegels van landelijk bekende artiesten, soms met een Hoogeveense link. Maar het meest in het oog springend waren toch wel de spraakmakende acties en stunts rond nieuwe films. „Mijn doel is om minstens één keer per jaar de landelijke media te halen met het Luxor Theater”, zei hij tegen deze krant.
Schietschijf
Dat lukte. Neem in 2005 de film over Don Juan. De bioscoop in Hoogeveen ging op zoek naar de grootste vrouwenversierder van Drenthe. Een bezoeker slaagde er in om in het gezelschap van 112 (!) dames op te komen dagen. Of neem de film Jackass 3D, met pijnlijke stunts. Waaghalzen konden een gratis kaartje bemachtigen voor de voorpremière door als schietschijf te dienen van een ‘vuurpeloton’. In het theater was namelijk een paintballschietbaan opgezet. Geverfde bezoekers mochten gratis naar binnen.
En wat te denken van een speciale mannenavond bij de film Gooische Vrouwen, compleet met bier en bitterballen. Of glimmende racemonsters voor de bioscoop bij de vertoning van The Fast And The Furious.
Foto van bezoekster Marleen in het Luxor Theater in Hoogeveen die vrijkaartje (muntje) moet vissen uit een bak met een piranha. Foto: Marcel Jurian de Jong
‘Donders scherp’
Maar landelijk trok Vos de meeste aandacht met Gerrit, de vervaarlijk ogende piranha. Bezoekers die het aandurfden, konden in het aquarium van Gerrit grabbelen voor vrijkaartjes voor de film. De 20 cm lange piranha had volgens Vos ‘donders scherpe tanden’. De bioscoop bedacht de stunt voor de première van de horrorfilm Piranha, waarin een school prehistorische bijtertjes het had gemunt op de badgasten van een slaperig Amerikaans kustplaatsje.
En dan zijn er nog de onbevestigde verhalen die te leuk of intrigerend zijn om niet te noemen. Zo gaat het verhaal dat in een oude kelder, onder de fundering van de bioscoop of het naastgelegen pand, nog wapens uit de Tweede Wereldoorlog moeten liggen, van het verzet of van NSB’ers.
En ergens in dezelfde bodem zou een brandkast met onbekende inhoud liggen. Pandeigenaar Vos kan er wel om lachen. „Geen idee wat het waarheidsgehalte van de verhalen is, maar ik ben niet van plan om de hele fundering van het gebouw te verwijderen om het te checken.”
‘Enorm gemis’
Tot slot. Is er nog hoop dat de bioscoop, die verder ging onderde naam JT Bioscopen en later VUE International, in Hoogeveen blijft? Misschien. In een eerder interview zei Vos dat het vertrek van een dergelijke voorziening in een plaats ‘echt als een enorm gemis’ wordt ervaren. En de Hoogeveense ondernemer is, zoals hij herhaaldelijk heeft gezegd, ‘flink besmet met het bioscoopvirus’. Vos’ ouders werkten in de bioscoop in Steenwijk. Later werden zijn vader en broer eigenaar. En zijn opa werkte al in de horeca en entertainmentbranche. De Hoogevener is naar eigen zeggen bijkans geboren (’en misschien ook wel verwekt’) in de bioscoop.
Aan de andere kant: er moet fors in de Hoogeveense bioscoop geïnvesteerd worden. Vos schat in dat het per zaal om een bedrag van zo’n 100.000 euro gaat. Daarnaast houden de bezoekerscijfers in Hoogeveen niet over. De tijd zal leren of deze plaats een bioscoop houdt. In Meppel en Steenwijk is het wel gelukt.
Het imperium van de familie Miedema
De naam Miedema is onlosmakelijk verbonden met een groot aantal bioscopen in Drenthe en Friesland. In de beginperiode van de film trok Swier Miedema met zijn reisbioscoop door ons land.
Met geleend geld had hij van een oom een filmprojector gekocht waarmee hij als rondreizend explicateur en operateur voorstellingen van ‘den levenden photographieën’ verzorgde. Oorspronkelijk kwam de cinema voort uit de kermis.
De Miedema’s exploiteerden bioscopen in onder meer Hoogeveen, Meppel, Coevorden, Emmen en Steenwijk. De familie bracht stabiliteit, professionele bedrijfsvoering en een vaste aanvoer van films.
In 1915 werd door Swier Miedema de eerste permanente bioscoop geopend. Dat gebeurde in Meppel in een verbouwde oude burgemeesterswoning aan de toenmalige Maatkade. De naam van deze eerste Miedema bioscoop was Meppeler Bioscope Theater (in 1933 herdoopt tot het Luxor theater).
Daarna werden theaters geopend in onder meer Coevorden (De Harmonie) en Emmen en Steenwijk (De Concertzaalbioscoop). In 1942 werd de firma opgesplitst in twee bedrijven: één voor Johan Miedema en één voor Jacob Miedema.
De teruggang van het bedrijf begon in 1978. In Emmen stopte de exploitatie van het City Theater, die in 1953 door Miedema was geopend. Daarna volgden de andere bioscopen met het dieptepunt in 1985. De oorzaak moest toen gezocht worden in de opkomst van video en andere vormen van vrijetijdsbesteding.
Het bleek een tijdelijke dip, want in de jaren 90 leefde het landelijke bioscoopbezoek weer op met 2019 als topjaar. Toen waren er 38 miljoen bezoekers.