Dina Boonstra is gegrepen door de ontwikkelingen met kunstmatige intelligentie. Foto NOM / Ronald Zijlstra
Het zal even afkicken zijn voor Dina Boonstra. Straks is ze niet meer eindverantwoordelijk voor 34 miljoen euro aan investeringen per jaar. Ze gaat met pensioen als directeur van investeringsmaatschappij NOM.
Zeven jaar lang stond Dina Boonstra (Nuis, 1959) aan het hoofd van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij. Dat is niet heel lang, als je in aanmerking neemt hoe lang het duurt voordat projecten om de economie te innoveren en te internationaliseren hun vruchten afwerpen. „Wist je dat het bijvoorbeeld wel negentien jaar heeft geduurd voordat we Kikkoman, de Japanse fabrikant van sojasaus, naar Hoogezand-Sappemeer wisten te halen?”
Fors meer investeringen
Toch: Boonstra blikt tevreden terug. „Ik ben er vooral trots op dat we nu veel meer investeren dan toen ik aantrad. Het is van jaarlijks 8 miljoen euro naar wel 34 miljoen vorig jaar gegaan. En wij investeren nooit alleen in een bedrijf, altijd samen met anderen. Dat betekent dus dat 'onze’ 34 miljoen een veelvoud aan investeringen genereert. We hebben in het Noorden nu meer lef. Ons zelfbewustzijn is toegenomen.”
Het lijkt prachtig om jaarlijks flink te kunnen investeren in veelbelovende startups en bedrijven die hun vleugels willen uitslaan. Maar de NOM is wel van ons allemaal. Het Rijk bezit de helft van de aandelen, de andere helft is van de drie noordelijke provincies. De NOM is een halve eeuw geleden opgericht om bedrijven met gerichte investeringen te laten uitbreiden, te internationaliseren en te innoveren. Dat gaat zelden zonder slag of stoot.
Uit Roden
Dina Boonstra, woonachtig in Roden, kende het klappen van de zweep in het bedrijfsleven al heel goed toen ze in 2019 aantrad bij de NOM. Zo bracht ze tussen 2014 en 2018 rust bij de toenmalige NDC Mediagroep, uitgever van deze krant. Het bedrijf was in ongerede geraakt na grote financiële problemen door een fusie met boekenuitgever VBK en Thieme Meulenhof, en daarop de noodzaak het bedrijf weer te splitsen. Daarvoor werkte ze bij andere mediabedrijven, zoals de FD Mediagroep (Financieele Dagblad en BNR) en uitgeverij Noordhoff.
Bij de NOM kreeg de geboren noorderling de kans om voor het hele noordelijke bedrijfsleven te werken. Ze keek haar ogen uit. „Ik vraag me wel eens af: maken we genoeg zichtbaar wat we allemaal doen? Neem Roossien uit Kolham, een producent van industriële klimmaterialen. Daar maken ze een platformtrap voor de F35. Heel actueel en belangrijk, nu Europa zijn inspanningen op het gebied van Defensie drastisch moet vergroten.”
Nou ja, op zich vindt ze al die investeringen in wapens, niet zo mooi, haast Boonstra zich te verzekeren. Maar de noodzaak is er nu eenmaal in deze snel veranderende wereld. En dan is het fijn dat er noordelijke bedrijven zijn die hun bijdrage kunnen leveren.
Europese economie blijft achter
Zo zijn er meer factoren waardoor het noordelijke bedrijfsleven de wind in de rug krijgt. Boonstra noemt de namen Mario Draghi, voormalig premier van Italië, en Peter Wennink, voormalig topman van chipsmachinefabrikant ASML. Beiden schreven stevige rapporten over respectievelijk de Europese en de Nederlandse economie. Rode draad: om onze welvaart te behouden, moeten we stevig investeren in onze industrie, in innovatie en verhoging van de arbeidsproductiviteit.
Dat de Europese economie achterblijft bij die van de VS en China, is op zichzelf slecht nieuws, net als de noodzaak om te investeren in Defensie. Maar zoals Johan Cruijff al zei: elk nadeel heeft zijn voordeel. De NOM krijgt hierdoor nieuwe kansen.
„Met de extra aandacht voor economische ontwikkeling komen er ook weer meer initiatieven, subsidies en steunmaatregelen”, zegt Boonstra. „Denk maar aan het Just Transition Fund, de Europaean Digital Innovation Hub en de Nationale Technologie Strategie. Denk ook aan Nij Begun. Dit is, naast het toenemende zelfbewustzijn in het Noorden, een belangrijke verklaring voor onze toenemende investeringen.” Ze benadrukt dat de NOM ook allerlei initiatieven ondersteunt op het gebied van innovatie.
Problemen met fonkelnieuwe fabriek
Helaas: niet alles wat de NOM aanraakt, verandert meteen in goud. Boonstra: „Frustrerend was het faillissement van PMC (purified metal company) in Farmsum. Een fonkelnieuwe fabriek, met een mooie techniek om vervuild staal te recyclen.”
Het bedrijf was in 2020 geopend door koning Willem-Alexander en sneuvelde twee jaar later door de energiecrisis ten gevolge van de oorlog in Oekraïne. In 2024 volgde wel een doorstart op intiatief van een groep noordelijke ondernemers.
Dina Boonstra ziet dat het zelfbewustzijn in Noord-Nederland is toegenomen. Foto NOM / Alfred Oosterman
De energieprijzen zijn nu weer aan de hoge kant door de oorlog in het Midden-Oosten. Voor industriële bedrijven een wezenlijk probleem, constateert Boonstra, want overschakelen op nieuwe energiebronnen gaat niet zo snel. „Waterstof bijvoorbeeld kan een alternatief worden, maar dat is nog niet grootschalig in te zetten.”
Niettemin ziet Boonstra stevige kansen voor de groene chemie om zich in het Noorden verder te ontwikkelen. Die sector is stevig vertegenwoordigd in Noord-Nederland, met name in Delfzijl, Heerenveen en Emmen. Hier is nog ruimte en bovendien is de landbouw in het Noorden goed vertegenwoordigd, waarmee ook grondstoffen voor milieuvriendelijke producten nabij zijn.
Koningin Máxima
Niets gaat echter vanzelf. Zo was het aanvankelijk groot feest toen koningin Máxima in 2024 naar Farmsum kwam voor de opening van de fonkelnieuwe fabriek van Avantium. Het mede door de NOM gefinancierde bedrijf maakt de grondstof voor plantaardig en circulair plastic. Maar al snel na de opening bleek dat titanium leidingen niet goed waren gelast, waardoor een langdurige en prijzige hersteloperatie noodzakelijk was.
Inmiddels draait Avantium alsnog. Eind goed, al goed, constateert Boonstra. „Dit trekt ook weer nieuwe bedrijven naar de regio.”
Wat de groene chemie is voor Groningen en Drenthe, is water voor Leeuwarden. Schoon water wordt de komende jaren een belangrijk thema en onderzoeksinstituut Wetsus levert daaraan, samen met partners, een bijdrage. „Dat groeit als een malle.”
Water klinkt alledaags, maar het herbergt nog veel geheimen, die ze in Leeuwarden proberen te ontrafelen. Zo ontwikkelde Wetsus een technologie om schadelijke PFAS-chemicaliën uit water te halen. Ook doet het onderzoek naar vermindering door de vervuiling door mest.
AI-fabriek
In Groningen gonsde het eind 2025 van de komst van de AI-fabriek. Een investering van 200 miljoen euro, gefinancierd door het Rijk, de provincies en de Europese Unie. Dit expertisecentrum zal bestaan uit een kantoor met ict-specialisten en een soort supercomputer, waardoor de fabriek in staat is bedrijven en instellingen te helpen met het ontwikkelingen van allerlei toepassingen. „Het UMCG zal er gebruik van maken, ook Defensie heeft zich al gemeld”, constateert Boonstra tevreden.
Alleen: we zijn nu halverwege 2026 en de afgelopen maanden hoor je weinig meer over dit prestigieuze project.
Dit betekent niet dat er niks gebeurt, zegt Boonstra. „De initiatiefnemers zijn druk bezig met de aanbesteding van de bouw van de hardware.” Dat is dus die supercomputer, waarvan nog niet bekend is op welke locatie die komt. In het voormalige gebouw van tabaksfabrikant Niemeijer komen alleen de ict-specialisten te werken.
De komst van de AI-fabriek naar Groningen is belangrijk om de noordelijke economie te innoveren, ook een belangrijke doelstelling van de NOM. Boonstra: „AI heeft mijn grote belangstelling. Meteen toen ik met ChatGPT in aanraking kwam, dacht ik: wat betekent dit voor de media en journalisten? Ik had hetzelfde gevoel als in de jaren negentig, toen internet opkwam. Destijds was de belofte dat internet de wereld nog democratischer zou maken, doordat iedereen toegang heeft tot informatie.”
Bij AI is de vrees juist dat die negatieve gevolgen kan hebben voor de democratie, doordat de verspreiding van desinformatie en nepbeelden gemakkelijker wordt. Daarom is Boonstra blij dat Noord-Nederland met de AI-fabriek deel gaat uitmaken van een Europees netwerk, dat de Europese Unie minder afhankelijk moet maken van de Amerikaanse big tech.
Ondanks alle bedreigingen is ze daarom optimistisch gestemd. „De EU loopt ten opzichte van Amerika en Azië voorop met wetgeving die de risico’s van digitalisering moet indammen. Dat verschaft ons een unieke positie. Het is mooi dat Noord-Nederland daar een rol in speelt.”