Dat zegt kartelwaakhond ACM op basis van het eerste onderzoek naar de stand van de concurrentie in Nederland. „Verschillende indicatoren wijzen op een afname van de concurrentie in Nederland het afgelopen decennium”, zo staat in ’Staat van de Markt 2026’.
„Afname van concurrentie is zorgwekkend, omdat concurrentie niet alleen bijdraagt aan lagere prijzen en hogere kwaliteit van producten en diensten, maar ook aan andere belangrijke publieke belangen.”
Alarmerend
In een toelichting noemt ACM-hoofdeconoom Paul de Bijl de situatie ’echt zorgwekkend’ en ’best alarmerend’. De Autoriteit Consument en Markt heeft geen onderzoek gedaan naar specifieke sectoren, maar De Bijl kan wel branches noemen waar de concentratie hoog is: de drankenindustrie, telecom, de auto- en aanhangwagenindustrie en de elektrotechnische industrie.
De ACM constateert dat de concurrentie vooral afnam in markten waar al een hoge concentratie was. „Een groter deel van markten en sectoren komt dan in handen van een klein aantal spelers”, aldus de hoofdeconoom. Ook ziet hij dat de winstmarges daardoor toenemen: „Bedrijven hebben meer ruimte gekregen om hun prijzen te verhogen.”
Marktmacht banken
De afgelopen jaren trok de kartelwaakhond vaker aan de bel. De ACM deed onderzoek naar concurrentie onder de banken en kwam tot de conclusie dat daar sprake was van ’stilzwijgende afstemming’ doordat ABN Amro, ING en Rabobank met z’n drieën de dienst uitmaken. Onlangs kondigde de ACM aan onderzoek te gaan doen naar de supermarktprijzen.
De toezichthouder ziet meerdere verklaringen voor afnemende concurrentie in Nederland. Het kan komen door technologische verandering waarbij bedrijven fors moeten investeren en er weinig ruimte is voor kleinere spelers. Ook kunnen consumenten trouwer zijn aan bepaalde merken. Ook is een mogelijkheid dat globalisering ertoe leidt dat vooral grotere bedrijven overleven.
Uitschakelen concurrentie
Als vierde verklaring noemt de ACM ’anti-competitief gedrag’. „Zo is mededingingstoezicht mogelijk onvoldoende effectief geweest in de afgelopen decennia”, schrijft de toezichthouder. „Grote bedrijven zouden door schadelijke fusies en overnames, zoals van potentiële concurrenten en ander anticompetitief gedrag hun marktmacht hebben versterkt. Ook deregulering en toegenomen invloed van bedrijfslobby’s op regulering hebben mogelijk geleid tot een afname van de concurrentie.”
De ACM pleit voor ’stevig mededingingstoezicht’. Bestuursvoorzitter Martijn Snoep: „Met nieuwe bevoegdheden kan de ACM ingrijpen bij problemen waar ze nu nog niks aan kan doen. Bijvoorbeeld door het gemakkelijker te maken voor innovatieve nieuwe spelers om de concurrentie aan te gaan met grote bedrijven en om kleine overnames door grote bedrijven te kunnen beoordelen wanneer die de innovatie in de kiem dreigen te smoren.”
Investeerders in kinderopvang
Zorgen zijn er over de opmars van private equity, investeerders die in sommige sectoren heel dominant kunnen worden. Zo heeft de ACM de rol van private equity in dierenartspraktijken onderzocht: „Overnames door private equity in de huisdierenzorg leveren prijsstijgingen op, vooral bij medicatie.”
Ook in de kinderopvang speelt private equity een steeds grotere rol. Volgens de ACM nemen voor de consument de keuzemogelijkheden af, doordat de markt in handen komt van een klein aantal investeerders.