Enkele genodigden bij de ingang van het zonnepark. Foto: Peter Wassing
Om natuurverlies bij de aanleg van een zonnepark in een goed akkervogelgebied te voorkomen moet meer werk gemaakt worden van compensatiemaatregelen. Dat zegt de Groninger onderzoeker Raymond Klaassen.
Hij deed dat bij de officiële ingebruikname van een zonnepark met 70.000 panelen van ontwikkelaar Novar bij Roodehaan, tussen de A7 en de Winschoterweg. Dat levert stroom voor 12.000 huishoudens. Novar liet RUG-onderzoeker Klaassen een onderzoek doen naar de ecologische impact van zonneparken. Daarvoor is gekeken naar drie grote zonneparken in Midden-Groningen, Buinerveen en Vlagtwedde. Centrale vraag is welke impact de komst van duizenden panelen heeft op de natuur. Hoe verandert een systeem als er zo’n park komt? Niet onbelangrijk, want er staan de komende jaren nog veel zonneparken op stapel.
De Groninger gedeputeerde Johan Hamster (CU, energie en klimaat) was alvast onder de indruk van die aanpak. ,,Geweldig dat de ontwikkelaar zijn verantwoordelijkheid neemt. Dit is een prachtig project waar we echt iets aan hebben. Een zonnepark dat deel is van de ecologie.’’
Ton van de provincie
Hij verklapte dat de provincie een ton in het project had gestoken, maar de ontwikkelaar bijna vier keer zoveel. ,,Heel goed gedaan. We gaan ook echt wat doen met de uitkomsten van dit onderzoek.’’
Onderzoeker Klaassen had dus goed nieuws. Onder bepaalde omstandigheden kan een zonnepark een bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Als het niet te nat is, het groen rond het park niet te kort wordt gemaaid en als serieus werk wordt gemaakt van de aanleg van voldoende compensatienatuur, hoeft de komst van zo’n park niet negatief uit te pakken op het omliggende landschap.
,,In een zonnepark zitten vaak veel meer muizen dan in de omliggende akkers. Ze vinden het een mooie plek om te zitten, als het niet te nat is. Muizen houden niet van natte voeten’’, aldus de vogelexpert. Die knaagdieren kunnen vervolgens roofvogels en uilen tot voedsel dienen.
Magneet voor vogels
Parken zijn vaak kletsnat als de grond is dichtgereden bij de aanleg met zwaar materiaal. Dat is te voorkomen door met rijplaten te werken, adviseerde de RUG-wetenschapper.
Struiken en bosjes rond een zonnepark kunnen als een magneet werken op bepaalde vogels. ,,Laat het lekker verruigen met wat struiken. Overal waar iets groeit, verschijnen vogels vanzelf’’, weet hij.
Sommige soorten, zoals kieviten en veldleeuweriken, moeten niets hebben van de glimmende panelen en blijven uit de buurt. Voor die vogels moet zeker serieus werk worden gemaakt van compensatie. Akkervogels hebben het nu al moeilijk. ,,Je moet je afvragen of je op een plek waar deze soorten het goed doen een zonnepark moet aanleggen. Doe je het wel, dan moet je compensatie zoeken in het verbeteren van het omliggende boerenland’’, aldus Klaassen. Hij denkt dat grofweg een kwart van het oppervlak van een zonnepark nodig is voor degelijk natuurcompensatie.
Klaassen ringde na afloop van zijn praatje twee witte kwikstaarten en een grasmus die in een mistnet bij het nieuwe park waren gevangen. Het zijn soorten die graag rond de zonneparken scharrelen, zegt hij. ,,Ze vinden er voedsel en beschutting. Vooral kwikstaarten broeden er ook. Hoewel de plekken die ze gebruiken niet zo geschikt zijn. Beter is nestkastjes voor ze op te hangen.’’